Leszek Kolakovski

Televisiepraatjes

De Poolse filosoof Leszek Kolakovski is als denker liberaal, humanistisch of conservatief. Dat toont ook de bundeling van zijn televisielezingen.

Leszek Kolakovski
Over het alledaagse leven
Uitg. Boom,160 blz, ƒ34,50

Wanneer een land een totalitair bestuur omarmt, is het normaal dat het eerst de «gewone» kenmerken van zo'n regime aanneemt. De excessen volgen later. Dus eerst: de censuur, treinen die op tijd rijden en het oppakken en vermoorden van staatsvijanden. Jaren later komen de megalomane paleizen, de streng geregisseerde persoonsverheerlijking en het oppakken en vermoorden van iedereen, staatsvijand of niet. Wanneer een staat kapitalistisch wordt, lijkt het tegenovergestelde te gebeuren. Eerst krijgen de burgers te maken met de excessen; pas later normaliseert de situatie. De geschiedenis van het Rusland van de afgelopen tien jaar leert dat er een breed gedragen besef zou moeten bestaan van wat denkbeelden als vrijheid, democratie en tolerantie daadwerkelijk inhouden. Vooral ook omdat die begrippen in de totalitaire maatschappij even veelvuldig gebruikt werden, zij het met duidelijk andere betekenissen. Om deze reden heeft de van oorsprong Poolse filosoof Leszek Kolakovski voor de Poolse televisie een serie lezingen gehouden waarin hij zijn voormalige landgenoten uitlegt wat volgens hem de essentie is van deze en andere «westerse waarden». Deze lezingen zijn nu gebundeld onder de titel Over het alledaagse leven, waarmee Kolakovski direct duidelijk maakt dat het hem niet te doen is om theoretische uiteenzettingen, maar om praktische toepasbaarheid. Eind jaren zestig, toen heel Oost-Europa in het teken stond van de stalinistische restauratie, moest Kolakovski Polen verlaten vanwege zijn toenemend antimarxistische standpunten tijdens zijn filosofiecolleges. Zoals dat toen ging met communistische dissidenten, werd hij in het Westen met open armen ontvangen. In de jaren zeventig en tachtig maakte hij furore als onorthodox denker met boeken over totalitarisme, de duivel, tolerantie en, vooral, met zijn lijvige geschiedenis van het marxisme: Main Currents in Marxism. Kolakovski is een bewust onsystematische denker. Soms is hij een liberaal, soms een humanist, soms een conservatieve gelovige. Het is altijd afwachten welke pet hij op heeft. Verbazend is het daarom niet dat er in de bundel naast onderwerpen als vrijheid, tolerantie en rechtvaardigheid, ook plaats is ingeruimd voor God, heiligen en bijgeloof. Het doel van de cyclus is duidelijk: het publiek geestelijk klaarstomen voor het leven in een vrije, democratische rechtsstaat. Toch is de bundel geen simpele introductie op het westerse verlichtingsdenken. Daarvoor speelt het geloof in vrijwel alle stukken een veel te grote rol. In zekere zin is de plek die Kolakovski reserveert voor de religie verdedigbaar. De lezingen zijn immers geschreven voor Poolse televisiekijkers, en in het geestelijk leven van die mensen is het geloof een nauwelijks geërodeerde waarde. Daarbij is het instituut van de religie die de Polen aanhangen, de kerk van Rome, in hoge mate betrokken geweest bij de vernietiging van de totalitaire staatsvorm die dat land teisterde. Wie in Polen de liberale democratie verdedigt door middel van de christelijke theologie, heeft gevoelsmatig meer recht van spreken dan iemand die dat in Nederland zou doen. Maar wat nou precies Kolakovski’s houding is ten opzichte van het geloof en de kerkelijke hiërarchie, wordt nergens echt duidelijk. Wel maakt zijn verknochtheid aan het christelijk erfgoed hem tot een gematigde anti-Verlichtingsdenker en soms tot een uitgesproken conservatief. Hij veroordeelt een klakkeloos doorgevoerd rationalisme en stelt dat een maatschappij die niets meer heilig acht, zal verworden tot een plek waar de mens zijn menselijkheid verliest en verandert in een ding. «De canons van onze beschaving met haar christelijke en bijbelse wortels eisen van ons nog altijd respect voor ieder mens. Een beschaving die daarentegen wordt gedomineerd door de geest van rationalisme en sciëntisme, is niet in staat het verschijnsel heiligheid lang te behouden. Ze zal tot de conclusie komen - zonder overigens deze woorden te gebruiken - dat men een mens kan reduceren tot de functie die hij vervult en dus kan vervangen.» Kolakovski’s boek heeft - de eenvoud van stijl en onderwerpkeuze bedriegt - een dubbele agenda. Het wil zijn Poolse toehoorders en lezers welkom heten in de vrije wereld, uitleggen wat die vrijheid inhoudt en welke eisen zij aan burgers stelt. Anderzijds wil het die wereld ontkoppelen van haar al te liberale, rationalistische verlichtingswortels. De bundel wil zowel een algemene introductie op het westerse denken zijn als het verslag van een hoogstpersoonlijke confrontatie met dat gedachtegoed. Dit kan moeilijk zonder nu en dan in tegenspraken te vervallen. Maar vreemd genoeg is dit geen mankement, eerder een charme. De tegenspraken die Kolakovski soms poneert, dagen de lezer uit en maken de didactiek van het boek draaglijk. Boude beweringen worden met fijne ironie verzacht. Daarbij staat aan de basis van al zijn voordrachten een zachtaardig humanisme, en doorspekt hij zijn levenslessen met spitse voorbeelden en geestige anekdotes. Hij is bovenal een literaire filosoof. Fantasie, engagement en spitsvondigheid winnen het vaak van de systematiek. Filosofische hoogstandjes moeten niet worden verwacht (daar is het de bundel niet voor), maar Kolakovski charmeert en verwondert, welk vaandel hij ook voert. Dat is heel wat voor een bundel televisiepraatjes.