Interview Pieter Storms

Televisieschoft of moderne Robin Hood?

De omstreden methode van Pieter Storms om met de camera de arrogantie van instanties te breken, is een groot succes. Zijn programma ‘Breekijzer’ beleefde onlangs alweer de tweehonderdste aflevering. «Ik ga liever als Pieter Storms door het leven dan als Henny Huisman.»

De Storms Factory bevindt zich aan de Hilversumse Insulindelaan, vlak achter het grauwgrijze Mediapark. Dus hier wordt het op SBS6 uitgezonden tv-programma Breekijzer geproduceerd. Als zodanig is de villa niet herkenbaar. Wel staat op de oprijlaan zo’n donkerrood busje geparkeerd. Op televisie zie je Storms er achterin zitten, driftig tikkend op een laptopje en in vliegende vaart op weg naar een volgend stinkend zaakje.

Een dienstmeisje doet open. Pieter Storms komt tevoorschijn uit een gang. Hij is een lange man, draagt een roze blouse en een pak. Hij zegt op het punt te staan om met «Factory en al» naar Amsterdam te verhuizen. Schoon genoeg heeft hij van «het bekrompen Hilversumse wereldje en de provinciaalse Gooise sfeer». Terug naar de hoofdstad, waar hij ruim twintig jaar werkte als verslaggever van Nieuwe Revu, dat in de jaren tachtig met de formule «seks, sensatie en socialisme» een sterke positie wist te veroveren op de bladenmarkt.

De inmiddels 47-jarige Storms is een van de grondleggers van het genre van de aanklachtjournalistiek. Ook wel participerende journalistiek genoemd: je berooft een bank om aan te tonen dat een bank makkelijk te beroven is.

In tientallen artikelen stelde Storms rechttoe, rechtaan de zelfgenoegzaamheid van de gevestigde orde aan de kaak. En publiceerde het boekje Zaken zijn zaken: Undercover in ondernemend Nederland (Nijgh & Van Ditmar, 1989) waarbij hij zich samen met collega Henk Ruigrok had uitgegeven voor een consultant die zaken wilde doen met gemeenten, in de hoop te kunnen aantonen dat een bepaalde wethouder in een niet nader te noemen Oost-Gronings gehucht wellicht tot omkoping te verleiden zou zijn. «Bernstein te Bergen op Zoom», aldus placht Martin van Amerongen hem te typeren.

Met diepgaand geanalyseer van achter het bureau heeft Storms nooit veel op gehad. Na een mislukt kortstondig avontuur in 1990 met de Krant op Zondag keerde Storms de schrijvende journalistiek definitief de rug toe, om zich te storten op het medium televisie. De camera ligt hem meer dan de pen. Het past beter bij hem: directer, confronterend, harder en met een groter bereik.

Storms gaat ons voor naar zijn werkvertrek. Op een tafeltje met drie fauteuils eromheen ligt een klein breekijzertje. Zijn handelen en spreken voltrekken zich in grote bedaardheid. Zo heel anders dan we hem kennen. Anders dan zijn optreden in Breekijzer, waarin hij met gedruis en ophef doordringt tot de beveiligde directiekamers van verzekeraars, advocaten, artsen, aannemers en al dat andere adder gebroed van gevestigde macht waarvan de argeloze consument zo ongenadig slachtoffer wordt. Op tv zien we hem, op het gênante af, luidruchtig om uitleg vragen: Waarom vergoedt u niet de cosmetische borstverkleining? Ze heeft last van d’r rug, niet van d’r psyche! Hoe komt het dat deze mevrouw zonder pardon is ontslagen en waarom beschikt haar advocaat nog altijd niet over de stukken? Waarom wordt deze asielzoeker al maanden van het kastje naar de muur gestuurd?

Meneer Storms, hoe ziet u zichzelf eigenlijk?

«Ik ben een journalist. Altijd al geweest.»

Bent u niet veranderd? Vroeger, in uw Revu-tijd, kroop u met Ronnie Brunswijk door de jungle, nu houdt u zich onledig met het bestrijden van klein leed op kleine schaal.

«Breekijzer is niet zo heel anders dan wat ik vroeger deed. Ik wil een doorkijk geven van de werkelijke verhoudingen. Breekijzer leent zich daar uitstekend voor: als kijker kun je meebeleven hoe onbeschoft instanties en bedrijven omgaan met individuen. Het is immer hetzelfde mechanisme geweest: onthullen hoe de samenleving eigenlijk in elkaar steekt.»

Zat dat felle van u er altijd al in?

«Zeker. Ik heb na zes maanden ontslag genomen bij de krant waar ik begon, een provinciaal Noord-Hollands sufferdje. Ik nam ontslag nadat een verhaal van mij over een corrupte wethouder werd geweigerd. De hoofd redacteur bleek lid te zijn van dezelfde Rotary als de wethouder!»

Arrogantie van de macht zou hem voorgoed blijven fascineren. Storms: «Ik zie het meteen als er iets niet klopt aan iemand. Pas als ik dat gevoel heb ga ik me erin verdiepen. Ik zag ooit een man op een feest met champagne vreselijk staan brallen. Toen ik hoorde dat hij voor Foster Parents werkte, dacht ik: hoe kan dat nou, die man deugt toch niet? En ik kreeg gelijk. Noem het fingerspitzengefühl, ik heb een goede neus voor dingen die niet kloppen.»

Hoe heeft u zich dat gevoel eigen gemaakt?

«Genetisch bepaald, denk ik.»

En die agressie die u vervolgens aan de dag legt?

«Ik heb me vaak afgevraagd hoe het komt dat ik soms zo tomeloos agressief kan zijn. Ik kan heel kwaad worden over een bepaalde situatie waarin mensen willens en wetens anderen duperen.»

Moet u zich wel eens inhouden, bijvoorbeeld als iemand u een optater verkoopt?

«Eh, nee. Verbaal sla ik natuurlijk wél terug, Dat doe ik ook buiten de televisie. Ik ben heel erg assertief. Ik reageer heel primair op gebeurtenissen, ook privé.»

Maakt u veel vijanden?

«Ja, maar als ik het mis heb, ben ik wel zo fideel om spijt te betuigen. Bij de Breekijzer-uitzendingen gaat het ook wel eens fout. Dan stuur ik meteen een briefje, of ik bel.»

Wordt u niet voorzichtiger als blijkt dat u iemand ten onrechte aan de schandpaal heeft genageld?

«Nee, dat zou een slechte zaak zijn. Ik sta de volgende keer gewoon weer voor dezelfde deur. Een nieuwe kwestie betekent opnieuw keihard de beuk erin.»

Pieter Storms vertelt dat hij een grote redactie heeft die uit de drie- tot vijfhonderd zaken die zich wekelijks aandienen een selectie maakt. Storms: «Het zijn allemaal hartenkreten en echt niet allemaal brieven van gekken. In de Nederlandse samenleving doet zich onderhuids heel veel leed voor. We kijken of het tv-geniek is, of het onderwerp de moeite waard is, en of we het niet al eerder hebben gehad.»

Ook moeten de gemangelde consumenten kunnen aantonen dat ze zelf alles al geprobeerd hebben. «Ze moeten echt zijn doodgelopen op de burelen en het gevoel hebben niet serieus genomen te worden.» Het maakt Storms niet uit of een bepaalde zaak nog in juridische behandeling is. «Het gebeurt vaak genoeg dat mensen nog in hoger beroep zijn, daar heb ik dan toevallig niks mee te maken.»

Hoezo niet?

«Hoezo wel?»

Omdat u met uw interventie een rechtsgang verstoort.

«We volgen iets tot het einde toe en evalueren dat. Als we horen dat iets niet goed heeft uitgepakt, dan hebben we daar wel oog en oor voor.»

Storms geeft toe dat door zijn aanpak van een geheel evenwichtige weergave van de werkelijkheid soms geen sprake is. Storms: «Het is gekleurd, dat moge duidelijk zijn. Gekleurd vanuit de kant van degene die problemen heeft. Maar de sterke partij heeft er dan al alles aan gedaan om te proberen de situatie niet evenwichtig af te schilderen en het zwakke individu af te schepen.»

Drie- tot vijfhonderd zaken per week. U wordt bedolven onder de verzoeken.

«Op straat word ik heel vaak aangesproken. Soms luister ik, soms draai ik me om en zeg ik dat ik echt geen tijd heb. Als mensen hier aanbellen, en dat gebeurt een keer of twee per week, dan worden ze vriendelijk binnengelaten, dat kan natuurlijk niet anders. Bij de receptie zeggen ze dan dat ik er niet ben, meestal ben ik aan het draaien.»

U bent zelf ook een onbereikbaar instituut geworden.

«Maar ik ben er echt niet. Bovendien, niemand kan een recht op mij doen gelden. Ik heb ze toch niks beloofd! Ze mogen een brief sturen. Daar gaan we keurig mee om; ze krijgen een briefje of een mail terug.» Dat heeft hij inmiddels beter geregeld dan vroeger. «In het begin was dat dramatisch: wij pretendeerden klachten op te lossen, terwijl we zelf dus dikke stukken kwijt maakten. We kwamen om in onze eigen bureaucratie. Ik geneerde me af en toe dood.»

Zodoende kreeg u meer begrip voor de positie van uw tegenstander.

«De positie van de tegenstander is mij niet vreemd. Ik snap best dat er fouten worden gemaakt en dat het vaak geen kwade opzet is van die bedrijven om mensen te duperen. Ze moeten alleen niet zo volharden in hun gelijk. Die ongelooflijke halsstarrigheid van een instantie. Laat dat maar zien op televisie, laat maar zien hoe een individu wordt afgepoeierd.»

Storms zet uiteen hoe volgens hem de Nederlandse samenleving in elkaar steekt. «De brutaalsten hebben de macht. Daarmee bedoel ik de top van de verzekeraars, advocaten en grote instellingen. Er zijn enkele mensen met een hele grote mond die het in Nederland voor het zeggen hebben en zich niets in de weg laten leggen. Ik kan dat niet accepteren. Dat ligt in mijn karakter besloten. Ik kan me er niet bij neerleggen dat anderen over mij de baas zijn, of willen spelen. Ik ben een vrij individu en bepaal zelf hoe ik mijn leven indeel. Ik voel me vaak belemmerd of genaaid. Dat begon al bij dat artikel van mij dat indertijd werd geweigerd. Ik wens niet gemanipuleerd te worden. Dat is na eten en drinken ongeveer het hoogste goed voor mij.»

In zijn jeugd is er volgens Storms niets mis gegaan. «Ik ben de zoon uit een buitengewoon modelgezin met vijf normale kinderen; CDA, vader ambtenaar bij Sociale Zaken, moeder onderwijzeres. Ik heb een gewone middelbare-schooltijd gehad, alhoewel ik op school wel een lastige leerling was die altijd in de clinch lag met de leraren. Eigenlijk heb ik nooit met gezag kunnen omgaan. Nogmaals, ik beschouw dat als een genetische kortsluiting.»

Bent u gefrustreerd?

«Ongetwijfeld. Maar ik kijk nooit achterom, daar houd ik niet van. Zelfreflectie of egoanalyse, daar heb ik niks mee. Het zit gewoon in mijn karakter, net als een vechthond die altijd achter een kat aan zal rennen.»

Doet u dat over twintig jaar nog steeds, via brandtrappen directiekamers binnendringen?

«Ik kijk ook niet vooruit. In mijn leven plan ik nooit iets, ook geen afspraken. Dat wordt wel eens een chaos, maar ik wil me door niets laten tegenhouden. Ik ben allergisch voor voorwaarden die derden aan mij stellen. De kleine lettertjes in polissen, dat is toch een vorm van naaien? Iemand wil beter van mij worden. Ik voel me door deze maatschappij buitengewoon bedreigd en ben zeer achterdochtig. Het klinkt misschien erg eigenwijs, maar ik heb heel snel in de gaten als ik in de maling word genomen. Als ik bij de pomp sta te tanken, weet ik dat ik word geript en dat ik er niks aan kan doen.» Storms zegt niet zijn kassabon te controleren.

Bent u zelf het tegendeel van uw vijand? Dat wil zeggen: fair, niet manipulerend en oprecht.

«Ik probeer mensen individueel hun eigen richting te laten bepalen. Dat probeer ik oprecht.»

Dat klinkt vaag. Bent u zelf niet heel erg wat u wilt bestrijden?

«Ja, maar dat is erg vaak zo. De brandweerman houdt van vuur. Ik ben heel goed in het herkennen van dwang, arrogantie en bepaalde karaktertrekken omdat ik die in mezelf draag.»

Uw programma is eigenlijk een vorm van zelfhaat.

«Nee, nee. Ik ben echt niet nobel, maar gewoon een journalist die dat probeert duidelijk te maken. De wereld is gewoon zo. Al die regeltjes die de massa in bedwang moeten houden, daar doe ik toevallig niet aan mee. Ik zal me daar altijd tegen verzetten. Ik ben echt niet nobel. Men noemt me Robin Hood, dat is misschien overdreven. Aan de andere kant: ik probeer heus niet een goede inborst te faken.»

Bent u niet meer een activist dan een journalist?

«Misschien. Ik wil confronteren. Zoeken naar een vorm om verder te gaan dan het anonieme verhaal, of een interview waarin iemand de mogelijkheid krijgt zich mooier voor te doen dan hij werkelijk is. In de jaren tachtig deed ik aan undercoverjournalistiek om te laten zien hoe het er in het bedrijfsleven werkelijk aan toeging. Ik heb altijd gezocht naar wegen om dingen pregnanter te benaderen dan de traditionele vorm. Het doel heiligt daarbij nog altijd de middelen.»

En de door de NVJ voorgeschreven plicht tot wederhoor dan?

«Die kans hebben ze in een eerder stadium verspeeld. In de afgelopen zeven jaar is slechts vijf procent van de onderwerpen slecht uitgepakt.»

Storms zegt zich stevig te ergeren aan het immigratie- en naturalisatiebeleid. «Mensen worden gewoon over een kam geschoren met als doel ze eruit te sodemieteren. En iedereen, van de IND tot de rechter, spant samen om dat beleid zogenaamd volgens de wetgeving uitgevoerd te krijgen. Mensen worden gewoon monddood gemaakt. Ik vind dat dit transparant gemaakt moet worden.»

Dat is inderdaad een heel andere problematiek dan die van de verontwaardigde consumente wier borstvergroting te enthousiast is uitgepakt.

«Natuurlijk willen we een zo groot mogelijk publiek bereiken. In het algemeen vind ik Nederland ook wel een land waar het goed toeven is. Het neemt niet weg dat tal van zaken niet deugen.»

Over u wordt vaak gezegd: hij bereikt wel wat, maar zijn methode deugt niet.

«Soms is het ook gênant om zo te moeten schreeuwen. Maar het is wel eens nodig. We zijn er niet op uit om agressie uit te lokken. Ik heb een keer een man met een pook achter me aan gekregen, maar dat was eerder zielig. En met voorlichters heb ik geen medelijden. Die worden ervoor opgeleid. Ze hebben op hun mediatrainingscursussen geleerd hoe ze op types als ik moeten anticiperen. De kritiek op mijn methode kleeft aan mij zolang ik werk, maar het is ondertussen wel stoer dat mensen nooit hebben kunnen zeggen dat ik geen resultaat heb geboekt. Ik kan bogen op een carrière van zaken die achteraf heel groot zijn geweest.»

Een enkele keer krijgt u een boete wegens smaad of belediging aan uw broek.

«Dat moet dan af en toe maar. En dat ik zogenaamd niet betamelijk zou zijn, daar heb ik nou helemaal lak aan. Ik bepaal zelf wel welke etiquette ik hanteer. Als ik op straat wil schijten, dan schijt ik op straat.»

Dat klinkt haast puberaal.

«Ik zet het misschien wat hard aan. Maar vergeet niet dat iedereen er verschillende mores op nahoudt. De goegemeente zou mogen bepalen hoe ik me moet gedragen; hoe haal je het in je hersens?! Ik ga liever als Pieter Storms door het leven dan als Henny Huisman, die wordt bewierookt door negentig procent van de kijkers.»

Wat zou u graag over uzelf willen horen?

«Het liefst heb ik natuurlijk dat mensen aardige dingen over me zeggen. Maar eigenlijk maakt het me niet echt uit. Het kijkcijferverhaal vind ik interessanter dan wat de grachtengordel ervan vindt. De zelfgenoegzaamheid van de zogenaamde intellectuelen vind ik stuitend.»