Televisietoneel

Met het toneel maakte ik als puber kennis via de televisie: één zwart-witnet, omroepen verdeelden de zendtijd ‘horizontaal’, er was één avond sport, één avond amusement, één avond film. De donderdagavond was gereserveerd voor drama, vaak prachtige directe uitzendingen vanuit schouwburgen en theaters als Mickery en de Brakke Grond. Misschien ben ik daarom een fervent voorstander van toneelregistraties op televisie gebleven.

Toneel is weliswaar de kunstvorm van het hier en nu, de ervaring in de zaal is niet reproduceerbaar, maar iedere beeldregisseur die een serieuze poging doet om theater via film of video houdbaar te maken, heeft op voorhand mijn volle sympathie. Ik heb een verzameling binnen- en buitenlandse registraties van de meest uiteenlopende voorstellingen op video aangelegd. En het doet me een genoegen om ‘gewoon’ een band uit de kast te trekken en te zeggen: kijk, zo zag Ajax van Peter Sellars eruit, of Heldenplatz van Thomas Bernhard, of Drie zusters in de regie van Peter Stein, of zo dansten Pina Bausch en haar gezelschap op Stravinsky’s Le sacre du printemps.
Daarom ben ik blij met een televisiemaker als Erik Lint. Hij werkt voor Kunstkanaal, onze enige volgroeide kunstzender (zeg maar: Arte in Nederland). Voor die, helaas nog beperkt op de kabel te ontvangen zendgemachtigde maakte hij kortgeleden een indringende documentaire over het werk van Theatergroep Hollandia. Nu is binnenkort in Amsterdam, Rotterdam en Hilversum zijn film De toneelfabriek te zien, een documentaire over het gelijknamige project van Toneelgroep Amsterdam. Het televisiebeeld ziet er af en toe uit als het beeldscherm van een computer: er verschijnen tekstblokjes die duiden op relevante en belangwekkende onderwerpen ('reizen’, 'repertoiretoneel’, 'eigen huis’, 'nieuw elan’). De computermuis gaat op zo'n woord staan, en dan wordt het begrip vervolgens behandeld. Via beelden uit een produktie van Toneelgroep Amsterdam, of via een flard uit een gesprek met artistiek leider Titus Muizelaar. Hij benadrukt de uitgangspunten van het project De toneelfabriek.
Dat zijn er drie: (1) de groep wil iets verrassends doen met het eigen 'theaterhuis’ (op het Westergasterrein in Amsterdam-West); (2) de groep wil meer initiatieven van acteurs losweken; (3) TGA wil de planning van het massieve Nederlandse theaterbedrijf flexibeler maken. Er wordt getoond en uitgelegd hoe via De toneelfabriek die drieslag is gemaakt: tien produkties binnen één seizoen in hun eigen theaterhuis. Daaronder veel initiatieven die door de eigen acteurs zijn verzonnen, waardoor de planning van het theaterbedrijf TGA op losse schroeven is gezet. Wat in De toneelfabriek in het afgelopen seizoen werd getoond, kan binnen dit toneelseizoen op reis naar zes schouwburgen. De programmeurs hebben het werk alvast kunnen zien en kunnen nu bepalen hoe ze binnen een 'tiendaagse veldtocht’ die toneelfabriek in eigen huis willen presenteren. In de Rotterdamse Schouwburg (om een voorbeeld te noemen) zijn tussen 18 en 27 oktober aanstaande zo'n veertien TGA-produkties te zien, naast talkshows, workshops, lezingen en readings, plus een première (Pinters Ashes to Ashes). De documentaire van Erik Lint toont scènes uit vrijwel alle produkties (effectief en rustig gefilmd). Verder worden de mislukkingen in het project (de computermuis gaat dan op het blokje 'jammer’ staan) openhartig behandeld, komen de dilemma’s binnen het Nederlandse toneelbestel aan de orde en tevens de toekomst van de Amsterdamse Stadsschouwburg (komt er nu wel of niet een fusie tussen Toneelgroep Amsterdam en dat hoofdstedelijk theaterhuis?). De toneelfabriek is een effectief gemaakte, informatieve toneelfilm. Kijken dus. En maar hopen dat Kunstkanaal binnenkort (zònder decoder) op veel meer plekken te zien zal zijn. Hun programmering en het theaterdocumentaire werk van Erik Lint verdienen dat.