Een wereld vol vraagtekens

Tema con variazioni

Het verschijnsel is inmiddels ook tot Sigmund, de huispsychiater van de Volkskrant doorgedrongen. Plaatje één: ‘Meneer’, vraagt het kind, 'wilt u mijn Pokémonkaartjes zien?’ Plaatje twee: Sigmund verscheurt de complete voorraad en snauwt (plaatje drie) tegen de verzamelaar: 'Die stomme kaartjes worden door gewetenloze schurken gemaakt om over jouw ruggetje miljarden te verdienen. Daar doe je toch niet aan mee, kleine eikel!’ Plaatje vier: kindje schreit. En Sigmund zegt zelftevreden: 'Opvoeden is mijn passie.’ Ik had nog nooit van het 'fenomeen-Pokémon’ gehoord totdat ik er een artikel over las in het maandblad Carp. Toen ik was uitgelezen restte nog altijd een wereld vol vraagtekens. Dat schijnt echter de bedoeling te zijn. 'Het mooie van Pokémon is natuurlijk het geheimzinnige ervan’, zegt de schrijver. 'Het is er ineens en niemand begrijpt het. Niet dat het er is en niet wat het inhoudt. Nee, we gaan hier niet uitleggen hoe het allemaal werkt. Daar is geen beginnen aan en het doet er ook volstrekt niet toe. Het is het idee, het is de rage, het is pokémania. Nogmaals, we gaan hier niet uitleggen wat het spel precies inhoudt, voor zover je van een spel kunt spreken.’ Daar werd ik dus weinig wijzer van. Het is een spel. Voor kinderen tussen de zes en twaalf. De Japanners hebben het bedacht, waarna het via de Verenigde Staten naar Europa is overgewaaid. De basis wordt gevormd door honderdvijftig kaartjes, gewone kaartjes die een paar gulden waard zijn, en minder gewone kaartjes waarvoor twee briefjes van honderd moeten worden betaald. Pokémon genereert inmiddels zo’n tien miljard gulden per jaar, een aanzienlijke kostenstijging sinds de tijd dat ik de plakplaatjes van Bette Davis en Ava Gardner spaarde. En nog steeds is het fenomeen onbegrijpelijk, behalve voor onze lieve kleintjes die blijkbaar over ruimere middelen beschikken dan de schamele twee kwartjes die mij als kleuter werden toebedeeld. Die kaartjes bevatten plaatjes van monsterachtige wezens. Vandaar dat de distributie vooral via de stripwinkels plaatsvindt. Dat is een kwetsbare branche, gegeven het feit dat Kuifje met de vut is en Olivier B. Bommel in een bejaardentehuis voor beren-van-stand zit te verschimmelen. Charmander, Electrabuzz en Alakazam, om drie van de Pokémon-figuren te noemen, hebben de stripverkopende middenstand de reddende hand toegestoken. 'Het is te gek’, zegt Mark van Dongen (stripwinkel Kapitein Rob). 'Pokémon maakt zeker een derde van onze omzet uit. Voor het eerst sinds al die jaren hebben wij geen tekort aan kleingeld meer, dankzij al die dubbeltjes en kwartjes, uit de spaarpot hetzij uit de huishoudbeurs.’ Want Pokémon weerspiegelt perfect de genadeloze grotemensenwereld. Het gaat om geld, prestige, begeerte, ogenuitstekerij. Waag het niet om je met een van die kostbare, zeldzame hologramkaartjes op het schoolplein te vertonen, want je wordt onmiddellijk omsingeld door kleine criminelen-in-spe die je ten minste twee blauwe ogen slaan, nadat ze je je bezit hebben ontroofd. Verwonder u straks, over twintig jaar, niet als de wereld door klonen van Klaas Bruinsma zaliger nagedachtenis wordt geregeerd, die allemaal door Pokémon zijn gekweekt. Pokémon, het is het kraslot van kleine Piet, het is de eenarmige bandiet voor kleine Truus, eigentijdse kids die via de wegen der oosterse wijsheid bewijzen dat de mens de mens een wolf is, ook al is hij of zij slechts twee turven hoog. De spelregels zijn zeer ingewikkeld. Eén ding is duidelijk: de speler streeft naar de wereldheerschappij. Met alle middelen: 'Als een Pokémon vergiftigd is, leg er dan een ‘vergifteken’ op om te laten zien dat hij Vergiftigd is. Zolang de Pokémon nog steeds Vergiftigd is, krijgt hij 10 Schade na de beurt van elke speler, zonder rekening te houden met Zwakte of Weerstand. Als een aanval een Pokémon die al Vergiftigd is zou Vergiftigen, wordt deze niet dubbel Vergiftigd.’ Kees Kousemakers (stripantiquariaat Lambiek) doet niet mee aan deze 'peuterhype’, al is hij – zegt hij – wel eens jaloers op de postzakken vol kleingeld die zijn collega’s wekelijks naar de bank brengen. Hoe komt dat grut in godsnaam aan al dat geld? Ron Admiraal (stripwinkel Gojoker): 'Dankzij hun dubbelverdienende ouders met schuldgevoel.’ En waarom kopen kleuters de kaarten van een spel dat zij onmogelijk kunnen begrijpen? Henk Lie (Comics & Manga Store): 'Het gaat niet zozeer om het spel, als wel om het verzamelen van de mooiste, duurste kaarten om daarmee op het schoolplein je medeleerlingen de ogen uit te steken.’ Maar het gaat onherroepelijk voorbij, voorspelt Kees Kousemakers. 'Over een jaar liggen die plaatjes, die nu nog dertig gulden kosten, voor een duppie op de Koninginnedagmarkt.’ Comics & Manga Store is gevestigd aan de kop van de Zeedijk, te midden van al die andere oosterse attracties. Er is inmiddels een complete merchandising rond het fenomeen ontstaan, variërend van Pokémon-baby’s met electronic voices tot Pokémon-sleutelhangers met knuffelfactor. De completering van de verzameling, kaartjes plus parafernalia, kost veertigduizend gulden. 'Kom Felix, ga nou mee!’ smeekt de jonge vader en rukt zijn onwillige kind de winkel uit. Een ander jongetje betaalt de ƒ12,50 waarvoor je een set kaartjes krijgt. Hij opent de enveloppe en ziet er tot zijn teleurstelling geen zeldzaamheden tussen zitten. 'O, daar heb ik er wel honderd van!’ zegt zijn buurman minachtend. Lichte aarzeling. Dan zegt de verzamelaar tegen de verkoper: 'Doe me nog maar zo’n setje…’ – en tovert andermaal vijf knaken uit zijn zak. Wéér is de buit bepaald mager. Het kind haalt berustend de schoudertjes op en gaat naar buiten, richting huis, om daar zijn zuster te wurgen die Kadabra dubbel heeft.