Prettige skivakantie, Majesteit!

Tema con variazioni

Wenen, het ‘rode Wenen’, hoofdstad van de republiek Oostenrijk, is in werkelijkheid de glans en gloria van het zwartste conservatisme. Zelfs de socialisten zijn er reactionair, dat handjevol tandeloze bejaarden niet te na gesproken. Er valt nooit iets nieuws te beleven en de schaarse momenten waarop zoiets wordt geprobeerd leidt dit onmiddellijk tot een nationaal schandaal. Welzeker, de progressieven hebben een eigen pleisterplaats. Het is café Hawlenka in de Dorotheergasse. Somber zitten de schrijvers, dichters en denkers aan hun stoffige tafeltjes bier te drinken, wachtend op de avondeditie van Die Presse en de Kronenzeitung waarin hun grensverleggende meesterwerken ongetwijfeld tot de grond zijn afgebrand. Voor de rest is het, afgezien van de nabijgelegen Donau, een en al stilstaand water. Kan iemand mij vertellen waar in Wenen de actie is? De actie vindt men in de popsien, wordt mij verzekerd. Een geliefd doelwit is ‘Erzherzog Jörgl’, Jörg Haider, de politicus uit Karinthië die het ondenkbare voor elkaar heeft gekregen: een coalitie tussen zwart en bruin, tussen katholieken en rechts-extremisten. ‘Und meiner Schal/ steht für nazi-onal, doch ganz in vertrau’en/ hinten ist er a Biss’l braun! — Jodelödü’olio.’



De aantrekkelijkheid van Wenen bestaat niet uit haar inwoners, waarmee over het algemeen geen normaal gesprek te voeren valt, maar uit haar parken, monumenten, begraafplaatsen, theaters en koffiehuizen. Geen groter genot dan ’s morgens om negen uur de kranten te lezen in het Tiroler Hof, vlak achter de opera. Jammer dat die Oostenrijkse kranten ‘idiote bladen van een bijna infernale stompzinnigheid’ zijn, zoals Thomas Bernhard een zijner protagonisten in het toneelstuk Heldenplatz laat zeggen. Oostenrijk is de enige West-Europese democratie die nog het macabere verschijnsel van de partijkrant kent. Dat betekent dat in de katholieke Kleine Zeitung nooit een goed woord over de socialisten staat, terwijl in de socialistische Neue Arbeiter Zeitung onafgebroken op de katholieken wordt gescholden. Je weet, als naïeve buitenlander, niet wat je leest. Herinnert u zich de affaire-Kurt Waldheim, de nazi-officier die zijn militaire activiteiten op de Balkan had verzwegen? De protesten tegen hem waren onderdeel van een ‘joodse samenzwering’ en het is langzamerhand tijd dat een halt aan ‘de destructieve arbeid van het joodse intellect’ wordt toegeroepen.


Allicht dat professor Josef Schuster, een postume bijfiguur in Bernhards toneelstuk, uit arren moede uit het raam van zijn woning aan de Heldenplatz is gesprongen omdat hij de verpeste lucht in zijn geboortestad niet langer kon verdragen.



Ik zag Bernhards zwanenzang een dag na de première. Inmiddels hadden verontruste Weners de schrijver laten weten dat hij er beter aan deed te creperen, terwijl de regisseur Claus Peymann te horen had gekregen dat hij beter uit Oostenrijk kon verdwijnen. Was getekend, Jörg Haider, voorzitter van de Freiheitliche Partei Österreichs.


‘In dit meest angstaanjagende aller landen’, sprak de broer van de gestorven hoogleraar, ‘hebben wij slechts de keuze tussen zwarte en rode zwijnen. Er valt een onverdraaglijke stank te ruiken in de driehoek tussen Hofburg, Ballhausplatz en parlement, tekenend voor deze geheel verloederde en afgestompte natie. Dit land is één grote mesthoop!’ Hij doelde overigens niet zozeer op de nep-liberalen rond FPÖ-leider Haider als wel op de socialisten en conservatieven, die al een mensenleven lang onderling de baantjes verdelen (‘Neem jij de posterijen, dan nemen wij water en energie’), hetgeen de FPÖ een explosie aan proteststemmen heeft opgeleverd. Van mensen die natuurlijk geen nazi of neonazi zijn, maar zich ondertussen wél het gedachtegoed van Haider c.s. laten aanleunen.



Eén keer heb ik mij in Karinthië gewaagd, de provincie vanwaaruit Jörg Haider zijn vaderland aan het veroveren is. Hij was toevallig elders in het land bezig de traditionele waarden van land, volk, gezin en samenleving te propageren. Dus oriënteerde ik mij noodgedwongen op het alom voorhanden zijnde polit-patriottistische drukwerk. Bijvoorbeeld het FPÖ-partijblad Kärtner Nachrichten, waarin Adolf Hitler als ‘een man van eer’ werd opgevoerd, terwijl zijn tegenstrevers Churchill, Stalin en Roosevelt een trio ‘sadistische samenzweerders’ werd genoemd. Concentratiekamp Auschwitz was een geallieerde propagandatruc en van de bewering dat er van nationaal-socialistische zijde miljoenen joden zijn vergast ‘bestaat geen enkel bewijs’. Soortgelijke theorieën vond ik in het Kärtner Grenzland Jahrbuch, eveneens een uitgave van de Oostenrijkse liberalen. Daarin werd de Anschluss herdacht, de dag in 1938 waarop de Alpenrepubliek met nazi-Duitsland fuseerde.


‘Waar gisteren honger en werkloosheid heersten, heersen vandaag hoop en goede wil. Jubel, feest, vrede… Op de vraag hoe alles anders is geworden past slechts één antwoord: Adolf Hitler, de Führer!’


Het Ten Geleide was van de hand van partijchef Jörg Haider.



Waarom is Haiders FPÖ een paar jaar geleden met kop en kont de Liberale Internationale uitgesodemieterd?


Omdat het ‘een fascistoïde partij’ is, zoals een VVD-waarnemer constateerde, stoelend op de denkwereld van het Duits nationalisme en het nationaal-socialisme. Liberalisme in Oostenrijk betekent in de praktijk schelden op gastarbeiders op nationaal en de Sloveense minderheid op regionaal niveau. In Haiders Karinthië wonen zo’n vijftienduizend Slovenen wier voornaamste zonde is dat zij boven het avondbrood wel eens Sloveens plegen te spreken. Over hun ruggen heen wordt met de ellendigste Duits-nationale argumenten een taalstrijd uitgevochten die er uiteindelijk toe leidde dat er inmiddels dwars door het klaslokaal een afrastering is opgetrokken. Links zitten de Duits-nationale kindertjes. Rechts zitten hun Sloveense klassenkameraadjes. Tot diepe tevredenheid van het plaatselijke rechts-extremisme, FPÖ-gezinde organen als de Kärtner Landmannschaft, de Kärtner Abwehrkampfbund, de Kärtner Sängerbund en het Kärtner Corps Philisterverband.


Hun grote held en politieke voorman is natuurlijk…


Enfin.



Toen zijn partij uiteindelijk tóch met de katholieken samenging, was het gejammer in dag- en weekbladen niet van de lucht.


Jörg Haider wist andermaal niet zijn onbeteugelde tong in bedwang te houden. Waar bemoeiden de joden zich mee? ‘Er zijn nu een heleboel mensen die zeggen: “Thans begrijp ik hoe het antisemitisme kon ontstaan.”’


Werkelijk, die man en zijn partij representeren het bruinste wat er door de riolen van Linz, Salzburg, Klagenfurt, Wenen en Lech krioelt.


Prettige skivakantie, Majesteit!