Achtenveertig uur Hamlet

Tema con variazioni

In de VPRO-gids stond een vraaggesprek met Jan Jonk, waarin deze tot mijn ongenoegen een paar lelijke dingen zegt over de Shakespeare-vertalingen van Gerrit Komrij. «Het gaat erom dat je dicht bij de woorden blijft. Komrij heeft dat niet gedaan. Hij houdt zich niet aan de vorm, niet aan de toon, hij heeft niet begrepen wat er nu eigenlijk staat.»
Het is een oude discussie: respecteer je, als vertaler, zoveel mogelijk het origineel, of mag je je — zoals Komrij — een zekere vrijheid permitteren? Ik neig naar de tweede opvatting, Jonk blijkbaar naar de eerste. Het maakt nieuwsgierig naar de complete Shakespeare waaraan hij op het ogenblik de laatste hand legt. Wat is zijn favoriete Shakespeare-stuk? Hamlet? Absoluut niet! «Nee, dan King Lear of Macbeth, daarin zit zoveel kwaad en ellende samengebald. Fantastisch!»
Ik kon het slechts ten dele met de spreker eens zijn, bedwelmd door de Hamlet-verfilming die net door de Belgen is uitgezonden. Regie en titelrol: Kenneth Branagh, een tamelijk jong Brits talent dat heeft laten weten, onder meer in zijn op 28-jarige leeftijd gepubliceerde gedenkschriften, dat hij vastbesloten is de toverpantoffels van zijn collega Laurence Olivier aan te schieten. Branaghs Hamlet is compleet, zonder enige coupure, 550 lines lang. Dat is, gegeven de omvang en ingewikkeldheid van het drama, een nogal gedurfd waagstuk. Niettemin zat ik ten overstaan van het scherm te rillen, te beven, te sidderen en te hyperventileren, om uiteindelijk in een wilde woede te ontsteken toen bleek dat de verfilming halfweegs naar de volgende week werd verdaagd. Goddamn, net voor de meest spectaculaire scène uit het toneelstuk, de confrontatie tussen Hamlet en zijn moeder, waarin de prins de koningin verwijt haar middelbare botten te hebben prijsgegeven aan zijn louche oom, een moordenaar, een schoft en een zakkenroller, de liefde bedrijvend «in het gore zweet van een verzadigd bed». Het scherm gaat onverbiddelijk op zwart en ik schik mij in het onvermijdelijke. Nog zeven nachtjes slapen en ik weet of de jonggelieven — Hamlet en the fair Ophelia — elkaar zullen krijgen.
Het is pas elf uur. Dus installeer ik mij in mijn kussens met Alan Islers roman De prins van West End Avenue, een winkeldochter waarover mijn boekhandelaar niettemin zo enthousiast was dat hij een stapeltje restanten heeft ingeslagen om die voor een tientje aan de man te brengen. Zo’n letterlievend initiatief laat je niet ongehonoreerd. Het boek gaat over een rusthuis vol hoogbejaarde joden die bezig zijn Hamlet in te studeren. Hamlet is 83 en zijn koninklijke moeder moet logischerwijze inmiddels ergens in de richting van de 110 zijn. Het hindert allemaal niets. De krasse oudjes, Hermione Perlmutter (74), Freddy Blum (81), Milos Pasternak (74) en Isabella Krauskopf y Guzman (104) acteren of hun leven ervan afhangt. «Tosca Dawidowicz wás Ophelia. Je zag geen dikke, verbitterde, oude vrouw in een grijs joggingpak met een gezicht dat in profiel een bolle, wassende maan was, noch zag je de grote, roze krulspelden die als een plastic leger strak in het gelid op haar hoofd stonden. Je zag het arme, krankzinnige meisje, Hamlets ‹schoonrijkste Ophelia›, van haar verstand beroofd door slagen zo hard dat haar zachte geest er niet tegen bestand was.»
Een avond later presenteert Jean-Paul Franssens in De Rode Hoed zijn favoriete muzikale keuze. De Rode Hoed is een voormalige kerk die zoals vrijwel alle voormalige kerken, althans in het goddeloze Amsterdam, tot een cultureel centrum is omgebouwd. Franssens is een echte kunstenaar, die schildert, dicht, schrijft en bovendien een excellente muzikale smaak heeft. Schubert en Schumann representeren de oudere generatie. Theo Loevendie vertegenwoordigt de jeugd. Na de pauze installeert de mezzo sopraan zich aan de rand van het podium en zingt op keelsnoerende wijze Bertolt Brechts ballade over het verdronken meisje. «Als ihr bleicher Leib im Wasser verfaulet war, geschah es (sehr langsam), das Gott sie allmählich vergass. Erst ihr Gesicht, dann die Hände und ganz zuletzt erst ihr Haar. Dann wird sie Aas in Flüssen mit vielem Aas.» Het betreft, zoals over het algemeen wordt aangenomen, Hamlets ongelukkige semi-verloofde Ophelia, krankzinnig geworden door de waanzin simulerende Deense prins. Maar doelt de dichter werkelijk op Ophelia? Zij wordt in het toneelstuk direct na haar dood uit de beek gehaald, zonder dat de vissen de gelegenheid hebben gekregen aan haar «mooie, onbezoedelde vlees» te knagen.
De term het «mooie, onbezoedelde vlees» is van het artistieke duo Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes, dat recentelijk een Hamlet-vertaling heeft gemaakt waarin «alle andere vertalingen naar het antiquariaat» worden verwezen. Grootspraak, waarin het creatieve tweetal is gespecialiseerd, die echter wordt gelouterd door het feit dat hun herdichting inderdaad excellent is. Bovendien hebben zij de moeite genomen het toneelstuk met een zesde bedrijf te completeren. Daarin is Hamlet te gast in een talkshow waarin hij zijn ondervrager Teun-Gijs mag uitleggen waar het toneelstuk precies over gaat.
«Kijk», verklaart Hamlet, «er komt op een gegeven moment een geest en die zegt dat hij de geest van mijn vader is en dat hij vermoord is door mijn oom die daarna met mijn moeder is getrouwd. Ik moet hem wreken, maar ik moet mijn moeder erbuiten laten. Ik denken denken denken. Gek word ik van dat denken. Echt denken. Want wie niet slim is moet dom zijn.»
«Ja, en toen?» vraagt Teun-Gijs.
De vertaling, in opdracht geschreven van het Kaaitheater te Brussel en het toneelgezelschap ’t Barre Land te Utrecht, is inmiddels publiekelijk gepresenteerd. Er staan, heb ik uit de recensies begrepen, niet minder dan drie Hamlets en in elk geval drie Ophelia’s op het toneel, die zo door elkaar heen staan te schreeuwen dat een belangrijk deel van het gesprokene onverstaanbaar is.
Dus voorlopig beperken wij ons tot het lezen van de tekst. In de serie Klassiek geïllu streerd — en wel door de underground comix-maker Aart Clerkx. Ter perse: Faust I & II. In voorbereiding onder meer Madame Bovary, Het oude testament, Alice in Wonderland, Het dagboek van Anne Frank en De koning van Katoren en Het dubbelleven van Arthur Schopenhauer.