Bach als negermuziek

Tema con variazioni

Ik maakte kennis met Harry Goldschmidt, emeritus hoogleraar musicologie aan de Oost-Duitse Humboldt-universiteit, tijdens het grote Schubert-symposium in Wenen. Daar refereerden ’s werelds meest vooraanstaande Schubert-geleerden, precies 150 jaar na het vroegtijdig verscheiden van de componist. Goldschmidt had een van de meest spectaculaire thema’s voor zijn rekening genomen: wat is er gebeurd met Schuberts Gasteinersymfonie, zijn zogenoemde Zevende, die hij in 1825 in Bad Gastein zou hebben gecomponeerd en die niet in de nalatenschap is teruggevonden?

Men stelle zich voor: een spoorloos verdwenen symfonie van de rijpe Schubert… dat is natuurlijk een hoogst dramatisch gegeven, vergelijkbaar met Bachs Lukas- respectievelijk Marcus-passie, die tot onze bittere spijt even eens verloren zijn gegaan.

Na het Weense Schubert-congres weten wij beter. Er is geen sprake van een verlorengegane symfonie. Want grafologisch onderzoek heeft uitgewezen dat de Zevende symfonie identiek is aan de Negende, zodat de Achtste («De onvoltooide») de eigenlijke Zevende en de Negende in feite de Achtste is. Kunt u het nog volgen? Harry Goldschmidt wél. Men wordt niet voor niets specialist in de marxistische muziekesthetiek. Aardige, ontspannen man, overigens, met wie ik na afloop van het congres een lichte lunch gebruikte. Nee, hij was niet ontevreden. Op het symposium was weliswaar andermaal het totale failliet van de burgerlijke wetenschapsbeoefening gebleken, maar er waren ook een paar onmiskenbaar verstandige dingen gezegd, niet in de laatste plaats door hemzelf.

Kende ik deze?

«Tijdens een treinreis van Halle naar Rostock raakten twee wildvreemden met elkaar in gesprek. Zegt de een: ‘Saaie bedoening, vindt u niet? Zal ik u een mop vertellen?’ Zegt de ander: 'Graag. Ik wil er u echter op wijzen, dat ik een partijfunctionaris ben.’ Zegt de een: 'Hindert niets. Ik zal mijn best doen langzaam en duidelijk te spreken.’ »

Ik krabbelde grinnikend een paar trefwoorden in mijn opschrijfboekje. «U zet dit toch niet in uw krant? Ik voel er niets voor om moeilijkheden te krijgen», vroeg Gold schmidt, plotseling bezorgd. Ik beloofde discretie, een belofte waarvan ik mij nu ontslagen acht, want Goldschmidt is dood en zijn Duitse Democratische Republiek opgeheven.

Hij was eigenlijk een Beethoven-specialist, auteur van onder meer een kapitale studie naar de raadselachtige «onsterfelijke geliefde» van de componist. Uit het feit dat in dit 550 pagina’s omvattende boek slechts zeven keer naar Karl Marx, de socialistische allesweter, wordt verwezen, moge worden geconcludeerd dat Goldschmidt geen fanatieke partijganger zal zijn geweest. Of wel? Hij staat op zijn beurt één keer in de kersverse Bach-studie van Klaus Eidam, om precies te zijn in het hoofdstuk waarin de auteur beschrijft hoe de Swingle Singers (het groepje vocalisten dat Bach verjazzt) op Oost-Duitse bodem tot ongewenste vreemdelingen zijn verklaard. «De verontwaardiging over het feit dat Bach gepopulariseerd kon worden was groot», schrijft Eidam. «In de DDR zorgde een professor Goldschmidt ervoor dat de platen van de Swingle Singers werden verboden, men moest ze in de Tsjechische cultuurwinkels van onder de toonbank zien te bemachtigen.»

Ik las deze alinea met argwaan. Om te worden verboden moet de betreffende plaatopname in de DDR-winkels ooit verkrijgbaar zijn geweest. Dat waren de (westerse) persingen van de Swingle Singers niet. In de DDR-winkels verkocht men uitsluitend gezagsgetrouwe labels als Eterna en Hungraton. Was «een» professor Goldschmidt inderdaad machtig genoeg om eigenhandig de platenzaken te zuiveren? Waar is trouwens de voetnoot waarin aan de vindplaats van de bewering wordt gerefereerd?

De DDR was, ook in cultureel opzicht, een soort dependance van het dorpsplein van Staphorst. Jazz en beat waren een soort «apenmuziek», die «een schadelijke invloed op de jeugd had», vond de regering. De grammo foonplaten van Joan Baez, Pete Seeger, de Rolling Stones, het Dutch Swing College én de Swingle Singers stonden op de zwarte lijst en in Beethovens opera Fidelio werden de gevangenen van de gehate gouverneur met rode vlaggen zwaaiende ten tonele gevoerd.

En zoals iedereen, van Goethe tot Luther, werd ook Bach ideologisch geannexeerd. Dachten wij dat de man, zijn onmiskenbare verdiensten ten spijt, een vrome kwezel was? Nee, in werkelijkheid was hij «een musicus van de Verlichting» — en dat in een tijd waarin de Verlichting nog moest worden uitgevonden!

Ik herlees de toespraak die de DDR-president Wilhelm Pieck in 1950, tweehonderd jaar na de dood van Johann Sebastian Bach, op het Bach-symposium in Leipzig heeft gehouden. Zo’n feestelijke bijeenkomst, beweerde de spreker, kon alleen op het grondgebied van de DDR plaatsvinden. «Want West-Duitsland zucht onder een vorm van Amerikaanse barbarij die een ernstige bedreiging vormt voor het nationale culturele leven. Schrijvers en uitgevers dreigen brodeloos te worden. Een paar weken geleden verkocht een West-Duitse uitgeverij haar gedichtenbundels als oud papier. Schilders en beeldhouwers zijn werkloos en sterven van de honger. Erotische tijdschriften, roversverhalen, detectiveromans, films waarin moordenaars, krankzinnigen en gangsters een heldenrol spelen, dat zijn de verworvenheden van de Amerikaanse suprematie. En als de West-Duitse componisten geen boogie-woo gieritmes of neofascistische marsmuziek componeren, moeten ook zij in ellende vegeteren. Het is daarom een belediging aan het adres van Johann Sebastian Bach, als…»

Deze farce speelde zich af in het Nieuwe Raadhuis van Leipzig, ten overstaan van tal van nationale en internationale communistische cultuurdragers, zodat het niet onmogelijk is dat ook Harry Goldschmidt zich onder het publiek heeft bevonden.

Hij was in 1948 van het kapitalistische Bazel naar het communistische Berlijn uitgeweken. Dat doe je alleen maar als je tamelijk radicale politieke meningen hebt. De moppenverteller van dertig jaar later maakte niet de indruk van iemand die geneigd was om de Geheime Dienst op de verjazzte Bach af te sturen. «Kent u de definitie van een strijkkwartet? Nee? Een strijkkwartet is een Oost-Duits symfonieorkest na afloop van een tournee door de Bonds republiek. Wat denkt u, nemen wij nog een nagerecht?»