De dynamiek van leed en ellende

Tema con variazioni

De gebeurtenissen troffen mij nét midden in een ongewone aanval van voorjaarslusteloosheid die mij tot enige bedrust noopte. Toen volgden de gebeurtenissen elkaar snel op. Bernhard begon op het randje van de dood te zweven en in Enschede was een complete woonwijk de lucht in gegaan. Ik was onmiddellijk genezen en herrezen, zonder dat er een medicijn of psychotherapeut aan te pas was gekomen. Opgewekt wandelde ik in de richting van de arbeidsplaats. Fluitend schreef ik een uitgebreid In memoriam voor de prins, ondertussen met een half oog via het televisiescherm de zoveelste herhaling van de ontploffing volgend.


Wat mij betreft mag Bernhard 102 worden, en ook de Enschedeërs gun ik alle goeds. Toch zie ik ondanks alle rampspoed terug op mooie dagen. Het verschijnsel ramp heeft namelijk zijn eigen dynamiek, een dynamiek die losstaat van elke vorm van appreciatie of disappreciatie. Hoe beroepsgedeformeerder de betrokken journalist, hoe groter de kans op een behoorlijke kwaliteit verslaggeving. Hoe meer bloed er vloeit, hoe meer de adrenaline bruist. Een behoorlijke journalist bloeit op in rampgebieden, als klaprozen op de slagvelden van Verdun.
Het leidt niet zelden tot macaber aandoende redactionele conversatie. «Jazeker, Bernhard is klaar; 3200 woorden. Dat is dus vier pagina’s. Met Van der Goes als alternatief, als Bernhard tóch nog het weekeinde haalt. Laten wij hopen dat hij op een beetje weekbladvriendelijk tijdstip sterft, want volgende week is de sjeu er misschien enigszins af.» Het lijkt triviaal beroepscynisme, maar in werkelijkheid is het een vorm van professionele calculatie die niets te maken heeft met particuliere sentimenten.


Particuliere sentimenten zijn voor bruiloften en begrafenissen, niet voor het journalistieke veldwerk. Ik herinner mij de Olympische Spelen te München, in 1972, waarop enige Palestijnse vredesduiven in het kader van de Olympische Gedachte driekwart van de Israelische equipe liquideerden. Van het ene moment op het andere moesten de sportverslaggevers plotseling écht journalistiek werk verrichten. Snotterend stonden zij op het vliegveld Fürstenfeldbrück en stamelden in hun microfoon dat het ze allemaal te veel werd. «Ik kan het niet, woorden schieten te kort, ik word door emoties overmand.» Gelukkig voor hen besliste het Olympisch Comité even later dat de show koste wat het kost door moest gaan, zodat de verslaggevers, met een laatste trilling in de stem, weer in de vertrouwde routine konden terugvallen. Is het niet ongelofelijk, waarde kijkers en luisteraars! De hardloopster X heeft de vierhonderd meter eentiende seconde sneller gelopen dan de hardloopster Y en is daarom ten overstaan van een uitzinnig stadion met goud behangen! En nu terug naar Hilversum… De situatie was genormaliseerd. Niettemin was ik toen al van mening dat het beter was geweest de betreffende nieuwsjagers naar de nos-administratie te degraderen.

Professionaliteit verdraagt geen emoties, zelfs niet op terreinen die primair op emoties drijven. Geen emotioneler opera dan Puccini’s Tosca, waarin alle hoofdfiguren sterven: de schurk wordt neergestoken, de schilder wordt geëxecuteerd en de diva springt van de torenschans. Drie bedrijven lang heeft zij het publiek met een aantal gepatenteerde tranentrekkers geconfronteerd. «Vissi d'arti, vissi d'amore…» Op de repetitie had zij een brok in de keel. Ze bleef halverwege de aria steken, volkomen door haar gevoelens overmeesterd. De betreffende diva deugt dus niet voor haar vak. Het is haar taak niet om in authentiek gesnik uit te barsten, het is haar taak ervoor te zorgen dat het publiek na afloop door tranen verblind de weg naar de parkeerplaats zoekt. Of de rampen zich nu op de plankieren voltrekken of in de schaduw van een ontplofte vuurwerkfabriek, de scheiding tussen professionaliteit en amateurisme dient scherp te worden afgebakend.


Ook in Enschede is het niet altijd even goed gegaan, getuige het feit dat menige cameraman zo aangedaan was dat hij moeite had zijn lenzen op scherp te zetten. De tv-verslaggevers/sters hadden echter vanuit Hilversum de duidelijke instructie meegekregen zich zoveel mogelijk te beheersen, waardoor het vertoonde soms in de omgekeerde richting doorschoot. NOS-Journaal. Kinderen op het schoolplein. Een van hen, een meisje van omstreeks acht, had haar vader verloren, een brandweerman die bij de uitoefening van zijn taak is omgekomen. Het kind beantwoordde de vragen van de verslaggeefster zonder schroom. «Voor mij was mijn vader een held», sprak zij, geheel in het jargon van de soapserie Goede tijden slechte tijden. Het verliep allemaal zo discreet en smaakvol dat je dáár ook weer misselijk van werd, afgezien van het feit dat de cameraploeg in zijn zelfbewierokende ingetogenheid de belangrijkste vuistregel uit het oog had verloren: laat de nabestaanden - laat staan de kinderen van de nabestaanden - met rust; hun leed en ellende lenen zich niet voor openbare vertoning.

De winnaars waren andermaal de, snel en koel registerende, Duitsers, al wordt het wel tijd dat iemand ze leert de naam Enschede («Ensjedee») correct uit te spreken. Zij leverden bovendien in een recordtempo hun eigen rampenbestrijders en zetten zonder omwegen de deuren van hun ziekenhuizen open. Daarnaast werd in de Duitse randgemeenten een bedrag van drieënhalve ton aan steun ingezameld, terwijl aan onze zijde van de grens (bijvoorbeeld) de provincie Limburg op slechts een luizige vijfendertigduizend gulden bleef steken. Zijn ze daar onder het bronsgroen eikenhout nog altijd de kosten van hun eigen ramp, de overstroming van een paar jaar geleden, aan het afbetalen?