Eet Unox-worst!

Tema con variazioni

Ik ging het nieuwe millennium in met een boze droom. De plaats van handeling was de oude Vara-studio aan de Heuvellaan te Hilversum. Daar zou ik op uitnodiging van de socialistische omroepvereniging een vooraanstaand militair aan een vraaggesprek onderwerpen. Het decor was futuristisch: een stellage tilde de krijgsman naar vijf meter hoogte en daarvoor had de interviewer plaatsgenomen, die nog even zijn aantekeningen doornam.
Geen eigentijds vraaggesprek zonder publiek. Roezemoezend betreedt het de ruimte van waaruit het vraaggesprek zal worden uitgezonden. ‘Hé, moet je die eikel zien!’ roept iemand. Eikel? Welke eikel? Die eikel blijk ík te zijn, hoog boven de studiovloer gezeten, in slechts een tangaslipje gekleed. Mijn god, wat is er gebeurd? En wij hebben nog slechts twintig minuten voordat de uitzending regelrecht de ether in zal gaan! Bevend van schaamte en hoogtevrees wurm ik mij de ladder af, op zoek naar de plaats waar ik mijn driedelig grijs moet hebben achtergelaten. Ik ren door de eindeloze wandelgangen waarin ik zoals altijd prompt verdwaal. Ik open in mijn radeloosheid een willekeurige deur. Daar stuit ik op oud-Vara-voorzitter Marcel van Dam, die achter een slagschip van een bureau zit. Zwijgend overhandigt hij mij zijn colbert, zodat ik althans van boven enigszins toonbaar ben.

Ik hervat mijn wanhopige zoektocht door de studio en stoot uiteindelijk, het bordje 'Stilte! Opname!’ negerend, de studiodeur open. De uitzending is allang aan de gang. Op mijn stoel zit een mij onbekende vervanger. Er wordt besmuikt naar mij, een vent in onderbroek, gekeken. Beschaamd sla ik de ogen neer. Tussen de oogharen door registreer ik nog net de wervende neonletters boven de decorstukken. Hun boodschap luidt: 'Eet Unox-worst!’




Nee, professor Freud, aan mij valt, honderd jaar na uw Droomduiding, niets te verdienen,
het spijt me. Ik herken het allemaal: hoogtevrees, een gebrekkig oriëntatievermogen benevens de geheime angst voor schut te staan. Slechts mijn weerzin tegen de commercialisering van het omroepbestel is niet in de codex psychologicus terug te vinden, voornamelijk omdat er in Freuds tijd geen commerciële omroepverenigingen bestonden.
Het bericht dat de Vara overweegt zichzelf te kapitaliseren was ondertussen, naar Nederlandse maatstaven gemeten, het grote nieuws aan het slot van een millennium waarin de finale voetval voor het kapitalisme is gemaakt door alles te verkopen, te privatiseren, te verhuren en te verhoeren.

Ik ken het vaderlandse omroepbestel vrij goed, als subject, als object en gewoon als verslaggever. Jarenlang zat ik tijdens de jaarlijkse Vara-verenigingsraad op de perstribune de gewichtigdoenerijen van de regionale afgevaardigden te beluisteren die met veel omhaal van woorden verklaarden dat Pipo Pipo niet meer was, er minder 'ernstige muziek’ ten gehore moest worden gebracht en de Jonge Flierefluiters met onmiddellijke ingang van de vrijdagmiddag naar de zaterdagmiddag dienden te verhuizen. Daarna volgde de sussende jaarrede van voorzitter Jaap Burger of voorzitter J.B. Broeksz, die er zorgvuldig voor waakten dat er geen repressief-tolerante ongelukken gebeurden, waarna iedereen weer gesticht naar Emmen of Mijnsherenland terugkeerde, na een kopje koffie met een mariakaakje. Iets avontuurlijkers werd niet geserveerd. De Omroep van het Vrije Woord was in die tijd zowel rood als blauw.




Dat duffe zooitje schreeuwde om een sociaal-democratisch alternatief. Het werd de radicaal-linkse oppositie onder de programmamakers. Dat pakte in de praktijk nog veel verschrikkelijker uit. Plotseling was het een en al stakende sigarendraaiers in Appelscha en de gerechtvaardigde strijd van de havenarbeiders in Guatemala, vormgegeven in programma’s die niemand wilde zien of beluisteren, zodat de Vara-aanhang massaal overliep naar die andere arbeidersomroep, de Tros. Ondertussen was de Heuvellaan in é
én groot slachtveld veranderd, waarop iedereen iedereen de hals dreigde af te snijden. Het waren heerlijke tijden voor een journalist. Je hoefde maar je hand uit te steken en de geheime beleidsnota’s dwarrelden de redactielokalen binnen. Totdat ex-Vara-Ombudsman Marcel van Dam als puinruimer werd aangetrokken, die hardhandig een einde maakte aan zowel de stammenoorlogen als het op maatschappijkritische wijze vervaardigen van quizzen en familiesoaps.

'De tragiek van de Vara is dat zij, met de Vara-haan en de socialistische strijdliederen, de sociaal-democratische beginselen heeft begraven’, zei Tom Pauka, in zijn tijd een van de Vara-ideologen. Je kunt ook pragmatisch redeneren: beter een enigszins ontzuilde Vara dan een Vara die al ruziënd failliet was gegaan. Ondertussen ging Vara-voorzitter Van Dam wel érg rigoureus te werk. Er is inmiddels geen Vara-programma meer over dat niet moeiteloos naar de Avro kan worden getransfereerd - wat (tussen haakjes) ook iets zegt over het veranderingsproces dat de Avro heeft ondergaan.

Samenvattend: wat is het laatste socialistische sentiment in omroepland?

Het zijn de gemengde gevoelens bij de Vara-luistervinken om met Menno Buch en Willibrord Frequin onder één deken te moeten liggen.



Toen werd plotseling in de kringen van de Socialistische Partij het idee geboren om op de puinhopen van de Vara een nieuwe, vooruitstrevende omroepvereniging te stichten. Dat kan binnen de regels van het omroepbestel. Wat Bart de Graaff is toegestaan kan Jan Marijnissen niet worden verboden.

Het is een aantrekkelijk idee. Gelukkig, eindelijk krijgen wij de strijdliederen terug: 'Op socialisten, sluit de rijen! Het rode vaandel volgen wij. Weg met Wim Kok en zijn lakeien, de knechten van de burgerij! Zij zijn in het fatsoen verdreesd. Is Melkert ooit wel rood geweest? Het hoogste hunner idealen is fusie met de liberalen.’

Op het SP-congres in Zwolle werd een motie ingediend door de Schiedamse afgevaardigde Haan,
die in een toelichting liet weten dat een vercommercialiseerde Vara onmogelijk een programma als Marcel van Dams Het Lagerhuis zal kunnen presenteren. 'Een discussie over winkelsluitingstijden zoals laatst kun je niet voeren, als je tegelijkertijd je sponsors tevreden moet houden.’

Zou het werkelijk? Sponsors zijn in Nederland over het algemeen terughoudender dan je zou veronderstellen - en de programmering van de Vara beweegt zich allang binnen de grenzen van het algemeen aanvaardbare.

Wél kan worden vastgesteld dat een consumentkritisch Vara-programma als De Ombudsman in een commerciële omgeving kansloos zou zijn, gegeven het feit dat van het bedrijfsleven onmogelijk kan worden verwacht dat het zijn eigen brandstapel financiert.
De ironie van de zaak is dat door uitgerekend dit programma Marcel van Dam, inmiddels geharnast voorstander van een commerciële Vara, beroemd en berucht is geworden.