Beatrix is onschuldig!

Tema con variazioni

Dat de zonnekoning Ruud Lubbers, samen en in vereniging met koningin Beatrix, verantwoordelijk is voor de voortijdige val van kroonprins Elco Brinkman, valt inmiddels moeilijk meer te ontkennen.

Waren Brinkman én Beatrix op hun beurt verantwoordelijk voor het feit dat Hugo Brandt Corstius in 1984 de P.C. Hooftprijs werd onthouden, omdat hij, blijkens een brief van de toenmalige minister van Cultuur, ´het kwetsen tot instrumentª zou hebben gemaakt?

Brandt Corstius’ favoriete bête noire was prins Bernhard, de prins-gemaal die in de woorden van de schrijver ´de zaakª voor een paar miljoen dollar heeft bestolen en tussen de bedrijven door ´een spoor van venerische ziektenª achterliet. Het waren krasse kwalificaties op grond waarvan de toenmalige minister van Justitie Dries van Agt overwoog de rechter in te schakelen, een stap waarvan hij uiteindelijk wijselijk afzag.

Bernhards betrokkenheid bij de Lockheed-affaire geldt als bewezen en dat spoor van venerische ziekten dient als een literaire metafoor te worden beschouwd, zodat een strafrechtelijke vervolging in het liberale Nederland niet zo veel kans maakte.

Men ziet de taferelen voor zich. Hugo Brandt Corstius op water en brood, vergelijkbaar met Domela Nieuwenhuis die achter de tralies belandde omdat zijn blad Willem iii had omschreven als ´een koning die weinig werk maakt van z’n baantjeª. Het is een lot waarvan elke zichzelf respecterende schrijver ’s nachts droomt.

De regering was dus wel wijzer.

Ondertussen zon men op wraak. ´Die meneer houden we in de gaten, die pakken we nog wel een keerª, sprak Van Agt, met een blik in de ogen die weinig goeds voorspelde.



Het uur der wrake brak aan toen de jury van de P.C. Hooftprijs het oeuvre van Brandt Corstius voordroeg voor ’s lands belangrijkste literaire onderscheiding. Unaniem, ondanks het feit dat de voorzitter inmiddels door Brandt Corstius twaalf keer voor ´Brabantse gluipkopª was uitgemaakt.

Zo liberaal is Nederland.

Hoewel?

Neen, zei de regering. ´Als de heer Brandt Corstius zich in zijn literaire bijdragen goeddeels laat leiden door het verlangen ‘hypocrisie, schijnheiligheid’ te bestrijden, dan zal hij als eerste willen waarderen dat wij geen bijdrage aan schijnheiligheid willen geven door te doen alsof aan het bewust kwetsen geen betekenis zou toekomen.ª Het waren mooie tijden voor commentatoren, columnisten en bijvoegselfilosofen. Schandaal in Holland! De kunst is geen regeringszaak! Waar was de geest van Thorbecke gebleven!

Ook ik trompetterde dapper mee in het collectieve koor der verontwaardigden, ondertussen een poging doende het brein van de bewonderde bekroonde te doorgronden. ´Hugo Brandt Corstius is niet alleen briljant en een onnavolgbare beroepshaterª, schreef ik, ´hij is ook volstrekt gewetenloos. Ik constateer dit niet in moraliserende, maar in klinische zin. Sommige mensen hebben een kaal hoofd, anderen hebben een chronische neusverkoudheid, sommigen hebben geen wiskundeknobbel en Brandt Corstius heeft op zijn beurt geen geweten. Hij heeft geen Ueber-Ich, hij heeft geen Unter-Ich, hij heeft doodgewoon geen Ich.ª In mijn kinderlijke naïviteit veronderstelde ik dat Brandt Corstius, bij wie ik zelden iets van overgevoeligheid had gesignaleerd, zich wel in deze omschrijving zou kunnen vinden. In werkelijkheid was hij, hoorde ik via omwegen, diep gewond – en het geschrevene leidde een thans vijftienjarige brouille in, waarmee ik overigens vrede heb, want de journalist die bang is om vijanden te maken kan beter in dienst treden bij het Wierings Weekblad.



Brandt Corstius was in die tijd op zijn beurt in een krankzinnige vete verwikkeld met zijn collega-columniste Renate Rubinstein. Hij was tegen de kruisraketten en zij was voor de kruisraketten, vandaar dat zij elkanders ondergang hadden gezworen. Renate Rubinstein was de eerste verliezer, voornamelijk omdat zij doodging. Brandt Corstius was een goede tweede, voornamelijk omdat er plotseling geen fut meer in zijn stukken zat. Het was een raadsel. Speelde hij een spelletje? Probeerde hij zijn hoofdredacteur tot ontslag te provoceren door zo zouteloos mogelijk te schrijven? Maar Brandt Corstius is inmiddels twee hoofdredacteuren en vele jaren verder en nóg zit er kraak noch smaak aan zijn artikelen, behalve op die schaarse momenten van inspiratie waarop er tegen mij tekeer wordt gegaan.



Toen, ten tijde van de P.C. Hooft-affaire, was hij nog in grote vorm en het feit dat hem deze prijs werd onthouden is en blijft een schandaal van de eerste orde. Wie is daarvoor eigenlijk de hoofdverantwoordelijke? Brinkman? Premier Lubbers? Het is Beatrix, zeggen Redmar Kooistra en Stephan Koole, de auteurs van het nieuwste boek over het regerende staatshoofd. Zij gaf premier Lubbers, die haar de dreigende bekroning braaf kwam melden, majesteitelijk in overweging ´met haar gevoelens ernstig rekening te houdenª. Er werd in de ministerraad hooglopend over de kwestie gedebatteerd, een debat dat ten nadele van de omstreden schrijver werd beslecht. ´De vergelijking van minister van Financiën O. Ruding met de nazi-misdadiger J. Goebbels, verantwoordelijk voor de deportatie van de joden naar de Duitse vernietigingskampen, wordt Brandt Corstius zeer kwalijk genomenª, schrijven Kooistra en Koole.

Maar Goebbels was niet verantwoordelijk voor de deportatie van de joden, hij was minister van Volksopvoeding en Propaganda. Brandt Corstius’ gewraakte vergelijking betrof Adolf Eichmann, het hoofd van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung. Het is een kapitale blunder die mij ertoe noopt eigenlijk dat hele boek over ´invloed en macht van een eigenzinnige vorstinª, inclusief haar beweerde bemoeienissen met de P.C. Hooftprijs, met een flinke korrel zout te nemen.