Elsevier heeft een profielneurose

Tema con variazioni


Het brandje is even snel geblust als het is opgelaaid. De aanstichter was Paul Kalma, de directeur van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de Partij van de Arbeid, en zijn bête noire was het weekblad Elsevier, vanouds geen vriend van de sociaal-democratie. Het ging met name over Elseviers rol in het vreemdelingendebat, waar Kalma niet blij mee is, zoals bleek uit een bijdrage aan het dagblad Trouw.


‘Als het over vreemdelingen gaat, overheerst een uiterst tendentieuze berichtgeving’, schreef Kalma. ‘Snierend wordt gesproken over de “asielindustrie” en “de profi’s in het spiksplinternieuwe asielmiddenveld”. “Medische asielzoekers”, aidstoeristen, Afrikaanse mensensmokkelaars: elke week loopt er wel een probleem “volledig uit de hand”.’ Nederland is vol en de gemiddelde asielzoeker, zegt Elsevier, is een ‘gelukzoeker die jokt, bedriegt, vervalst en spelletjes speelt’. Het zijn, constateert Kalma, ‘nietsontziende aanvallen’ op de multiculturele samenleving en ‘ze passen te goed in een algemene trend om op de afloop gerust te zijn’.


Conclusie: ‘Daarmee is allerminst gezegd dat we ons in Nederland in de loopgraven en schuttersputjes van de politieke correctheid moeten terugtrekken. Integendeel, een realistische, open houding tegenover de spanningen en conflicten van de multi-etnische samenleving zijn het beste wapen tegen het immigratiestop-liberalisme van Elsevier.’



Dit kon Arendo Joustra, de nieuwe hoofdredacteur van Elsevier, niet op zich laten zitten. Zijn weerwoord verscheen een week later in hetzelfde dagblad waarin Paul Kalma had verklaard dat de ware ongewenste vreemdelingen op Nederlandse bodem nog steeds Jean-Marie le Pen en Jörg Haider heten.


Joustra’s antwoord luidde, kort samengevat: de ‘scheldende Kalma’ heeft niets meer aan de discussie bijgedragen dan ‘veel uit zijn verband gerukte citaten, gemakzuchtige beschuldigingen en wat populistische verwijten’, waarmee hij zijn ‘intellectueel onvermogen’ heeft gedemonstreerd.


Dat was tamelijk misgeschoten, want Kalma is niet de eerste de slechtste links-radikalinski, maar een serieus politiek denker, die bovendien niet met de Partij van de Arbeid is getrouwd, zoals moge blijken uit het feit dat hij een paar jaar geleden ‘het socialisme op sterk water’ heeft gezet.



Interessant is de bezeerde toon waarop Elsevier zich verweert. Het is een bezeerde toon die het blad altijd hanteert als deze of gene iets aan te merken heeft. Dat komt doordat Elsevier er nooit in is geslaagd om een serieuze intellectuele factor in het Nederlandse medialandschap te worden. Het weekblad is tegen de uiterlijke schijn in traditioneel de verschoppeling onder de weekbladen. J.B. Charles schreef ooit: ‘De mensen die dat weekblad lezen tellen helemaal niet mee. Die er in schrijven óók niet.’ H.A. Gomperts nuanceerde dit beeld: ‘Elseviers Weekblad is niet een orgaan dat door één zinnig mens au serieux wordt genomen… maar het heeft een grote verspreiding.’


Gomperts zowel als Charles zijn al geruime tijd dood, zodat hun waarnemingen niet zonder meer naar het jaar 2000 te verplaatsen zijn. Niettemin lijkt het blad nog steeds onzichtbaar, althans in de ogen van de mensen die er enigszins toe doen. Het is een constatering die wat eigenaardig klinkt in een weekblad dat tien keer kleiner en twintig keer armer is, maar het is waar.


Elsevier is er in de halve eeuw van zijn bestaan slechts twee keer in geslaagd buiten het gebruikelijke milieu van drogisten te Oirschot en kolonels b.d. te Eefde te treden. Dat was in 1961, toen Harry Mulisch voor het blad over het proces-Eichmann rapporteerde en dat was in 1971, toen het Godfried Bomans de Kamerverkiezingen liet verslaan — ‘Overigens heeft de heer Udink een fraai besneden hoofd, waar omheen men niettemin de omlijsting van een loket ziet.’ Voor de rest heb ik heel mijn krantenlezend leven nog nooit meegemaakt dat iemand, een vriend of een collega, tegen me zei: ‘Heb jij de nieuwe Elsevier al gelezen!’



De affaire-Elsevier-Kalma doet enigszins denken aan de affaire-Elsevier-Kleijwegt, januari 1965. Kleijwegt was het PvdA-Kamerlid dat beweerde dat Elseviers actie tegen de ‘omroepzuilen’ een ‘uiterst conservatief, antisocialistisch en dikwijls zelfs een heel of half fascistisch karakter’ had. Erg subtiel was deze analyse niet, zij het subtieler dan de betonnen wijze (‘Kan Het Kamerlid C. Kleijwegt Elseviers Weekblad Ongestraft Beschuldigen Van Fascisme?’) waarop de toenmalige hoofdredacteur H.A. Lunshof repliceerde, waarin dezelfde toon van betrapte verongelijktheid te beluisteren viel. Hoe durfde de PvdA’er het woord ‘fascisme’ in de mond te nemen! Elsevier was immers een blad ‘van verzet tegen het fascisme, van verzet tegen de antidemocratische methoden zoals die waarvan de heren van de Vara zich plegen te bedienen’.


Het eerste nummer van Elsevier verscheen overigens pas enige maanden na de oorlog, een verzetsdaad die vergelijkbaar is met die van de toenmalige hoofdredacteur van het Brabants Dagblad, die in 1947 illegale poëzie begon te schrijven.



Op H.A. Lunshof volgde F.A. Hoogendijk, onder wiens bewind Elsevier zich ontwikkelde tot de regelrechte spreekbuis van de VVD en de rechtervleugel van de christendemocratie. De belangenverstrengelingen waren zo onbeschaamd dat zelfs de bedaagde Elsevier-redactie tegen het bewind in opstand kwam. Toen volgde A.S. Spoor, die een serieuze poging deed de krant te normaliseren. Nieuwe medewerkers als Doeschka Meijsing, Adriaan van Dis, Boudewijn Büch en Cees Nooteboom bleven vreemde eenden in de bijt, maar de tijd dat je vanuit de wikkel een geur van corruptie tegemoet walmde was — en is — voorbij.



Ook Elsevier is allang naar het bedaagde midden toe gekropen. Behalve als het gaat ‘om het rechts-radicale idee van een immigratiestop’, zoals Paul Kalma zei. Hij spreekt over stemmingmakerij. Zelf diagnosticeer ik, als getrainde beroepslezer, eerder een profielneurose. Het blad zal zich toch ergens door moeten onderscheiden — en dan kom je al gauw terecht bij een thema dat in de kringen van de nieuwe lezersaanwas (jonge, rijke, egocentrische, computergestuurde, genadeloze grootgeldverdieners) allang het gesprek van de dag is. Zij worden op maat bediend, in artikelen waarin consequent de verkeerde toon wordt getroffen, een soort vaderlands appel met een agitatorische ondertoon. Want hoofdredacteur Arendo Joustra moge verklaren dat het allemaal ‘opbouwend’ is bedoeld, de catalogus van schimpscheuten in de richting van de ‘mensenrechtenapostel’ Ybema, de ‘malle ideeën’ van Schelto Patijn en de ‘hogepriester van het multiculturalisme’ Ed van Thijn spreekt vooralsnog zijn eigen taal.