Ten geleide

Het romantische gebouw van De Groene Amsterdammer doet in zijn haveloze statigheid denken aan zo'n krantenpand uit een film van Billy Wilder.

Nu al mis ik, na daar een kleine maand als gastredactrice te hebben doorgebracht, het rumoer ter redactie. Sinds ik heb aangezeten aan die van werklust, geldingsdrang en testosteron zinderende vergadertafel voel ik mij ontheemd in eigen huis. Wie eenmaal, doorgestoten tot het jongensbolwerk in het hartje van Amsterdam, heeft geproefd van de saamhorigheid, in combinatie met de inktzwarte koffie, gedempt door het smerigste zuivelpoeder dat ooit is uitgevonden (Completa), taalt niet meer naar een precieus bureautje, al staat daar nóg zo'n schuimende cappuccino op. En ook mijn filtersigaretten smaken mij niet meer. Met weemoed denk ik terug aan het zware shagje dat een van die jeugdige, in het zwart geklede, intellectuelen voor mij draaide. De scherpe lucht mengde zich wonderwel met de rook van de hoofdredactionele bolknak.
Wat ik nog het meest zal missen van mijn uitstapjes naar redactieland is al dat tegen-elkaar-op-gekakel. Vergeleken met het hanenhok op de derde verdieping van het pand Westeinde 16 lijkt mijn eigen werkvertrek op de aula van Driehuis-Westerveld.
De luide commentaren werden op de laatste redactievergadering afgewisseld door enig besmuikt geginnegap. Toen de hoofdredacteur gewaagde van een coverfoto waarop een onmiskenbaar vrouwenbeen staat afgebeeld - gefotografeerd met een fijnzinnige, feminiene touch - keken sommige van mijn nieuwe collega’s regelrecht gechoqueerd, terwijl zij de afbeelding niet eens hadden gezien. Paste zoiets frivools wel in een ernstig blad als De Groene? Ik vond van wel. De vormgeefster, naast mij gezeten, liet me, toen de jongens even niet opletten, de foto onder de tafel zien. Opeens waren wij, vrouwen onder elkaar, tot beluste schooljongens gereduceerd. Het been staat er overigens - de lezer zal het met mij eens zijn - beeldig op.
Opvallend was verder dat al die Lolito’s op de Groene-redactie dolgraag wilden laten weten dat zij niet van de straat zijn. Het was één en al Hegel en Finkielkraut wat de klok sloeg. Toen de wenselijkheid van een artikel over de Nederlandse dichteressen in heden en verleden ter sprake kwam ging de eindredacteur zo ver om een compleet - en tamelijk lang - vers van Hélène Swarth te citeren.
De samenstelling van de redactie lijkt qua leeftijd enigszins uit balans. Ik schat die rond de dertig, de respectabele leeftijd van de hoofdredacteur even buiten beschouwing gelaten, om maar te zwijgen van l'âge de raison van de gastredactrice.
Zo is de krant even een mevrouw. Het is geen toeval. Na het Christelijke, het Mechanische en het Technische tijdperk schijnt nu het tijdperk aan te breken waarin De Vrouw zal triomferen. Dat is althans het uitgangspunt van deze Groene-special. Door de jaren heen worden in De Groene universele thema’s als God, het Kwaad, de Moraal gereserveerd voor de donkere dagen voor Kerst, bezinningstijd bij uitstek. Lichtzinnige thema’s (de Liefde, de Man) doen het weer beter in de zomer.
Ja, was will das Weib? Na dertig jaar onderzoek was Sigmund Freud er nog steeds niet achter. Ik trouwens ook niet, hoewel ik mij iets langer in dit onderwerp heb verdiept dan de Weense psychoanalyticus. Om over de Groene-redactie maar te zwijgen. Zie, verspreid over deze krant, de slappe, driedubbelovergehaald rolbevestigende, door een mannenredactie in elkaar geflanste vragen, die ik in mijn oneindig bereidwillige bereidwilligheid heb getracht zo unbeschreiblich weiblich mogelijk te beantwoorden.
IJverig heb ik mij op de redactievergaderingen geweerd. Vooralsnog werden mijn voorstellen met instemming ontvangen. Zo bedacht ik een doorwrocht essay over Frau Antje (de Nederlandse tegenhanger van de Franse Marianne), een onderwerp dat op de valreep als ‘te kazig voor de Kerst’ werd verworpen. Verder is de lezer ook een interview met de charismatische theaterdiva Linda van Dyck door de neus geboord.
Toen ook het gesprek met tv-persoonlijkheid Dieuwertje Blok dreigde te stranden, omdat de jongens onderling hevige ruzie kregen wie zich over het thema zou mogen ontfermen, ben ik in het holst van de ochtend naar Hilversum gereden om haar van het dreigende affront op de hoogte te stellen. Omdat ik er tóch was, besloot de presentatrice mij in een moeite door te interviewen over mijn pas verschenen boek Vrouw van de wereld.
Dit Kerstnummer van De Groene Amsterdammer over De Vrouw is dus grotendeels door mannen geschreven. Het is een onderwerp waarvan zij zichtbaar niet zo veel verstand hebben. De jongens hebben hun best gedaan, maar zij zijn niet helemaal uit de materie gekomen. Mij valt niets te verwijten, ik heb mijn best gedaan om erger te voorkomen.