Ten geleide

Deze week ziet het blad De Groene Amsterdammer er anders uit dan gebruikelijk. En dat zal zo blijven ook. De reden om de vormgeving aan de vooravond van onze 130ste verjaardag aan te passen, is geen modegril. Bij De Groene Amsterdammer is vernieuwing niet per definitie verbetering.

Er waren journalistieke en esthetische motieven om ons uiterlijk bij te slijpen. Inhoud en vorm waren niet voldoende op elkaar toegesneden. Het uiterlijk van het weekblad moest in onze ogen net iets rustiger worden, zonder de opwinding weg te poetsen waarmee we het elke week weer maken. De Groene Amsterdammer is namelijk een rijk blad, een tijdschrift dat bij voorkeur reflecteert en dus veel langer houdbaar is dan vis. We zijn er trots op dat veel lezers ons bewaren. Die status zou in ons uiterlijk zichtbaar moeten zijn, vonden we. Hetzelfde geldt voor het omslag, de zogeheten ‘cover’. Ons oude omslag deed in onze ogen geen recht aan de diversiteit en diepgang van de vijftig pagina’s die daarna volgen. Zelfs van onze letter hebben we om deze reden afscheid genomen. De nieuwe letter, de Miller, is namelijk nog iets leesbaarder zonder dat er beknibbeld hoeft te worden op de teksten van de auteurs die De Groene Amsterdammer dragen.

De nieuwe vormgeving, die in eigen huis door Christine Rothuizen en Veronica Ditting is ontwikkeld, doet volgens ons recht aan De Groene Amsterdammer: een weekblad voor mensen die er niet tegen opzien om te lezen. Ouderwets gezegd: vent krijgt vorm.

Daarbij laten we onze toelichting. Sommige kranten plegen zo’n operatie te begeleiden met teksten en infographics waarin instructies staan hoe de lezer moet lezen. Maar volgens ons leest het Nederlandse alfabet nog altijd van links naar rechts en valt daaraan dus verder niets meer toe te voegen.