Eind oktober verzuchtte een ggd-arts tegen mij, met een blik op de cijfers van zijn regio in Oost-Nederland, dat er nog maar drie opties waren. Vaccineren, accepteren of terug een lockdown in. Dat laatste zag hij niet zo snel meer gebeuren en tsja, dat eerste? ‘Daar doen we alles aan, maar die laatste paar mensen overtuig je maar langzaam of niet.’ De oude arts glimlachte triestig, er bleef nog maar één optie over. Hij had niet verwacht dat Nederland na meer dan anderhalf jaar pandemie op het grimmige scenario van acceptatie zou afkoersen.

Toch had het daar alle tekenen van, want waarom gebeurde er dan niets? Cijfers klommen ongehinderd de lucht in. Met groot optimisme was Nederland, met coronapas in de hand, versneld van het slot gegaan. Dat bleek een vergissing. Nooit eerder tijdens de pandemie waren de besmettingscijfers zo hoog; ziekenhuizen, experts en de minister steggelen hardop over de vraag of je de huidige situatie ‘code zwart’ mag noemen. Het dwingt opnieuw om terug te komen van die acceptatiestrategie waar het kabinet op leek te vertrouwen, door nu alsnog veel te laat af te remmen en alsnog voor een avond-lockdown te kiezen.

‘De grootste fout is steeds dezelfde: te snel te veel versoepelen’

Het aardigste dat je over het zwalkende coronabeleid kunt zeggen is dat het kabinet nog altijd niet machtsdronken is verzand in dictatoriale trekken. In tegenstelling tot wat steeds agressievere complotdenkers in het parlement denken, vertoont Nederland nog altijd geen autocratische tendensen. ‘Het grote voordeel van de corona-aanpak is dat ze er zo dom mee om zijn gegaan dat overduidelijk is dat ze er het liefst mee wilden stoppen’, zei een vooraanstaande d66’er mij in Den Haag. ‘De grootste fout is steeds dezelfde: te snel te veel versoepelen.’

Juist de weerzin om Nederlanders hun vrijheid te ontzeggen – wat ook niet makkelijk is in een notoir koppig land – lijkt keer op keer een effectieve coronastrategie te frustreren. Kijk naar het ‘dansen-met-Jansen’-debacle, het luidkeels uitzingen van mondkapjes en de gretigheid waarmee in september versneld is versoepeld. Het naïeve optimisme dat zich meester maakte van iedereen is inmiddels de terugkerende verdedigingslinie van Hugo de Jonge en Mark Rutte wanneer zij worden geconfronteerd met falend beleid. Iedereen wilde dit toch? Iedereen heeft zich toch vergist? Wie heeft zich niet vergrepen aan de hernieuwde vrijheid?

Je kunt het land niet verwijten dat er vrolijkheid was, je kunt de leiders wél verwijten dat ze die vrolijkheid het coronabeleid laten dicteren. Jop de Vrieze volgt de coronacrisis al 23 maanden voor dit weekblad en werpt in zijn stuk van deze week de vraag op hoe oprecht je je als kabinet kunt laten verrassen. ‘Wie zo vaak opnieuw de emmer laat overlopen, krijgt vroeg of laat de vraag: heb je ’m niet toch bewust steeds veel te vol gedaan en ben je er niet te enthousiast mee gaan wandelen?’ Juist van leiders hoop je dat ze in een pandemie het beleid niet laten leiden door vrolijk sentiment of ‘draagvlak’, dat ze niet scherp aan de wind varen, maar zicht houden op de grote lijnen en de data van al die ggd’en verspreid over het land. En dat ze juist wél uitgaan van de donkerste omt-scenario’s.

De mythe die De Jonge en Rutte in de Kamer graag herhalen is dat iedereen zich heeft vergist. Daarmee ontkennen zij niet alleen het geluid van experts, maar ook de oppositie-waarschuwingen die half september wel degelijk klonken. Toen al wezen fracties op stijgende cijfers en het risico van te snel versoepelen. Het voornaamste punt van kritiek: waarom doen we dit niet in stapjes? Waarom niet op een kalme manier zodat je kunt zien waar en wanneer het virus oplaait? Twee weken geleden nog – toen de coalitie dacht een echte lockdown af te wenden door in te zetten op een 2G-samenleving – hield Attje Kuiken (pvda) in de Tweede Kamer een eenzaam pleidooi voor een échte lockdown. ‘Daadkrachtig ingrijpen is nu nodig, ook als maatregelen niet populair zijn.’