Opheffer

Ten strijde

Elk politiek strijdlied roept op tot strijd. Ik herinner me dat we vroeger op de televisie wel beelden kregen van de Culturele Revolutie in China. We zagen studenten die met het Rode Boekje zwaaiden en in een veld waar duizend bloemen bloeiden, zongen zij dat de klassenvijand bestreden moest worden.

Dat waren dan teksten die moeizaam waren vertaald en dan kreeg je zinnen als: ‘Jeugd. Soldaten. Schroom niet het wapen op te pakken teneinde uw vijand te verslaan. Dit alles voor de Revolutie die goed en nobel is. Dus vooruit: pak het wapen op en neem deel aan de lange mars.’ Als die liederen werden gezongen zag je vaak wapperende vaandels.

Wij keken daar geboeid naar en wilden ook aan die mars meedoen, hoewel die veertig jaar eerder was gelopen.

Onze ouders - rechtstreeks uit de oorlog - vonden de zinnen en de beelden meer dan afschuwwekkend; in elke regel die uit de mond van de Chinezen kwam hoorden zij een oproep om tegen het vrije Westen de atoombom te gebruiken.

Hoe de propaganda tegen het communisme destijds heeft gewerkt, weet ik niet, maar hij was voor mijn ouders effectief. Omgekeerd kon ik geen genoeg krijgen van marxistische pamfletten. Vooral als ze in de stijl van Lenin waren geschreven - en dat zijn er veel. Lenin heeft, net als Multatuli, een manier van schrijven die behoorlijk opwindend is. 'Het marxisme is geen dogma, maar een leidraad voor actie’, en: 'De praktijk is het criterium van de waarheid.’ En natuurlijk het bekende: 'Zonder revolutionaire theorie geen revolutionaire beweging.’

Zinnen om van te smullen. Wat de suiker in deze zinnen is, weet ik niet. Vermoedelijk het aforistische karakter, dat altijd een vorm van wijsheid suggereert. Lenin spreidde in zijn eigen boeken ook een grote hoeveelheid kennis ten toon. Hij leek alle filosofen op z'n duimpje te kennen.

Zou er nog iemand Lenin lezen?

Zou er nog iemand Marx lezen? Marx is misschien nog overtuigender dan Lenin. In de boekenkast van een van mijn vrienden stonden, eind jaren zestig, drie portretten van mensen die hij de grote denkers van deze tijd noemde: 'Marx, Freud en Darwin.’

Alleen Darwin heeft het uitgehouden, denk ik, al wordt er de laatste jaren geknabbeld aan de originaliteit van zijn beweringen. Maar alle drie zijn ook Grote Schrijvers. Hun zinnen kunnen werelden oproepen, kunnen je enthousiast maken, kunnen verhelderen. Ook al weet je dat wat Freud schrijft onzin is - het zijn en blijven schitterende essays. Dat is bij Marx ook het geval. Dat hun opvattingen waardeloos zijn gebleken doet niets af aan hun literaire talent.

Hebben Marx en Freud nu slachtoffers gemaakt?

Ik denk dat zowel Freud als Marx meende dat hij oprecht met wetenschap bezig was. De criteria waaraan wetenschap moest voldoen, waren niet zo duidelijk als tegenwoordig. De ideeën van Marx en Freud werden bij wijze van spreken gefalsifieerd door de praktijk. Je kon er zaken mee inzichtelijk maken die dat voorheen niet waren.

Als er rellen zijn in Engeland, dan is er toch de reflex om naar een marxistische verklaring te zoeken, naar klassentegenstelling; dat er iets anders aan de hand zou kunnen zijn, komt gewoon niet in ons op. Wanneer er dan ook een dochter van een rijke Brit wordt gearresteerd die ook nog eens in het nieuws is geweest vanwege haar hoge idealen, dan wordt dat meteen breed uitgemeten.

De politieke strijdliederen zijn er niet - of het moeten de raps zijn van de jongeren op straat. Ik kan die altijd maar moeilijk verstaan. Dat alles kut en klote is, is natuurlijk waar, maar is het ook waar dat ze helemaal geen kansen krijgen? Ik geloof dat niet.

Soms verlang ik ernaar, naar die strijdliederen, om met die jongeren mee te zingen.

En tegelijkertijd verafschuw ik het.