Wat wil de kunstenaar?

Tentoonstellingen van ideeën

Geheel onverwacht is de wereldorde verstoord, de goede en rustige tijden zijn voorbij, we leven in een stormachtig moment waarin kruistochten opleven, waarin goed en kwaad lijnrecht tegenover elkaar staan, waarin krachten van links en rechts strijden en elkaar doden, en waarin de Oost-West-dialoog is vastgelopen in een isolationistische impuls die de wereld verdeelt en beheerst. Mensen worden bedreigd door geweld, vertrouwen hun voedsel niet meer, worden gedood door bacteriën en vernederd door het feit dat zij geen stem hebben. Mensen voelen zich zeer klein en vrezen het ergste.

Zo ongeveer begint het voorwoord van Li Edelkoort in de catalogus bij de tentoonstelling Armour in Fort Asperen. De vermaarde trendwatcher waagt zich op latere leeftijd aan geopolitieke duiding. En waarom ook niet? «Eigen mening eerst» is immers ook een nieuwe trend.

Edelkoort schetst een apocalyptisch wereldbeeld. Een verbrokkelde samenleving. Een vechtcultuur. Vreemde, nieuwe ziektes. Mensen die zich letterlijk en figuurlijk gaan «harnassen» tegen de boze invloeden van buiten. Et cetera.

Gelukkig houdt ze het kort. Want de opgewonden toon van het betoog en de stelligheid waarmee met grootheden wordt gegooid, is uiterst vermoeiend.

Toch, ondanks die stelligheid, blijft aan het eind van haar verhaal die ene vraag hangen: «En?» Wat is dan het nieuws?

En wanneer waren die er dan, die «goede en rustige jaren»?

En wanneer waren er tijden dat goed en kwaad niet lijnrecht tegenover elkaar stonden, dat mensen niet werden bedreigd door geweld en ziekte? Wat is het nieuwe van deze trend, trendwatcher?

Even zo goed: op basis van deze en andere apocalyptische teksten verzamelde de samenstelster zo’n veertig kunstwerken van evenveel kunstenaars om haar gelijk te bewijzen. Kunstenaars die harnassen maken, die films over de oorlog maken, die iets met «afscheidingen» doen of met bewakingscamera’s. En ja, die kunstenaars heb je inderdaad. En dus krijgt Li gelijk.

Binnen de besloten muren van het fort heeft ze een wereld gecreëerd die haar zogenaamde stelling bewijst. Met evenveel gemak echter zou ze een tentoonstelling kunnen maken die het tegendeel bewijst en je kunt er vergif op innemen dat die tentoonstelling er ook komt als het tegendeel de nieuwste trend dreigt te worden. Reken op vijf jaar.

Op deze tentoonstelling zien we alleen maar slechte kunstenaars. Dat ligt niet aan de kunstenaars, want er nemen redelijk veel goede kunstenaars deel aan Armour. Het is de tentoonstelling zelf die de kunstenaars slecht maakt. Op deze troosteloze braderie van ideeën komt geen enkel werk echt tot zijn recht. En dat lijkt ook niet de inzet. Doel van de tentoonstelling is dat Li Edelkoort haar zogenaamde stelling bewijst. Voor het krijgen van dat bewijs offert zij graag de bewijslast op.

En dát, mevrouw Edelkoort, is de nieuwste trend!

Bah! Snel naar Den Haag. Ook daar is een tentoonstelling van ideeën te zien. Maar van een geheel andere orde dan de modische design-doom van Edelkoort.

In een vrijwel lege tentoonstellingsruimte van Stroom wordt op twee lange muren een oogstrelende videopresentatie gegeven van het gedachtegoed van de Amerikaanse architect John M. Johansen. Een ingenieuze, ritmische en meerdelige projectie, ontworpen door het vormgeversduo Cornelia Blatter en Marcel Hermans (Coma). Coma maakte ook in 2002 een publicatie over het werk van Johanson voor Princeton University. Het werk zelf, schaalmodellen van experimentele architectuur, is niet te zien. In de belendende ruimte staat een aantal grote tafels waarop boeken liggen. Over architectuur. Over het wonderbaarlijke genie R. Buckminster Fuller. Over Karl Blosfelt, die in de eerste decennia van de vorige eeuw adembenemende foto’s maakte van architectonische vormen in planten en bloemen. Boeken met andere woorden, die op een heel stille en overtuigende wijze een wereld en een wereldbeschouwing openbaren waarvan je gelukkig wordt. Waaraan je je kunt vastklampen. Gelukkig, de waanzin is nog niet compleet.

Johansen, geboren in 1916, volgde zijn opleiding bij en werd beïnvloed door figuren als Gropius en Breuer. Hij is een kind van het moderne verlangen naar functionaliteit. Functie boven vorm. De schoonheid moet uit de functionaliteit voortkomen. Dat modernistische verlangen kan zich ontplooien dankzij nieuwe bouwtechnieken. Glas- en staalconstructies. Nieuwe materialen. Gietbeton. Polyester. Het esthetische bewijs voor dat verlangen vindt men in de natuur. Daar is immers alles functionaliteit, en daar is immers alles schoonheid. De foto’s van Blosfelt en anderen leveren het overtuigende bewijs.

Van de eindeloze wenteltrap van het DNA tot moleculaire verbindingen: alle natuur is geometrisch, en daarom is alle natuur architectuur, stelt Johansen.

Na zijn pensionering als reëel architect wijdt hij zich vanaf de jaren zestig uitsluitend nog aan het ontwerpen van modellen. Hij ontwerpt een wandelende stad. Verdiept zich, met medewerking van het Foresight Institute in Californië, in moleculaire bouwkunde en nanotechnologie en ontwerpt computer modellen voor zelfgroeiende huizen. Want die mogelijkheid herkent Johansen in de nieuwste wetenschappelijke ontdekkingen. De basisgedachte is: als een bloem weet hoe een bloem te worden, waarom zou een huis dat dan niet kunnen?

Een van zijn mooiste ideeën is de zelfgroeiende brug. «As technology advances in architecture, the closer it comes to nature», stelt Johansen.

Johansens interesse voor het nieuwe en de gretigheid waarmee hij de jongste technische ontwikkelingen volgt, lijkt in eerste instantie op de nieuwshonger die Edelkoort drijft in haar persoonlijke kruistocht. Maar anders dan Edelkoort is het Johanson niet te doen om het krijgen van een kortstondig en hijgerig gelijk, maar om inzicht. Waar gaat het werkelijk om? Natuurlijk zijn zijn ideeën nog niet toepasbaar. En ook is uit de beelden van de maquettes niet goed af te leiden of het tot esthetisch exceptionele architectuur zal leiden. Maar tijdens die zoektocht worden de gedachten en inzichten geboren die de werkelijke vrucht van zijn arbeid zijn, en de reden ook waarom hij grote invloed uitoefent op hedendaagse architecten.

Met een combinatie van speelsheid en hardnekkigheid benadert hij de materie. Nooit dogmatisch. Nooit lichtzinnig. Hij beschouwt de organisatie van een huis vanuit bekende structuren in de natuur. En de wijze waarop organen in een lichaam zijn gegroepeerd en samen het organisme vormen, ziet hij als een aanleiding om over stedenbouw na te denken, want: «I feel very strongly that the terminology we use determines what our thinking is. To change your thinking, you have to change your terminology.»

Een gedachte die iedere trendwatcher ter harte zou moeten nemen.

Armour in Fort Asperen, Acquoy (bij Leerdam) tot en met 28 september; www.armour.nl

John M. Johansen: Visionair architect in Stroom HCBK, Den Haag, tot en met 20 september; www.stroom.nl

Op 9 september 2003 is John Johansen aanwezig in Den Haag voor lezingen en discussies

Interview met Johansen: www.e-flux.com/projects/do_it/notes/notes.html

Buckminster Fuller Institute: www.bfi.org