Teresa versus einstein

Natuurlijk, het onderwerp van deze special, God en de wetenschap, kan al meteen twee vragen oproepen: wie of wat is God en wat is de wetenschap? In de meeste grote wereldgodsdiensten is God geen onpersoonlijke macht, maar een ‘iemand’ met eigenschappen die wij ons niet kunnen voorstellen. Iemand met wie de mens tijdens en na zijn leven te maken heeft. De moderne westerse mens heeft heel uiteenlopende ideeën over God. Voor christenen speelt hij een actieve rol in het leven van de mens.

Wat wetenschap is valt niet precies te omschrijven. Wetenschap is de kennis over de wereld buiten en in ons, maar ook het onderzoeken zelf. Sommige wetenschappers gaat het daarbij om het vinden van de waarheid (hoe zit de werkelijkheid echt in elkaar?), of dat nu nuttig is of niet. Voor anderen is wetenschap niet meer dan een veredelde vorm van hersengymnastiek, vergelijkbaar met kunst. Of het resultaat daarvan waar is of niet doet er voor hen niet toe. Weer anderen zoeken naar nuttige toepassing van wetenschappelijke kennis, om onze buiten- en binnenwereld nu en in de toekomst te beheersen. Het onderwerp van deze special is eigenlijk merkwaardig, en riep bij mij associaties op met ‘De liefde en de brandweer’ of 'De locomotief en het gokken’. Hebben God en de wetenschap eigenlijk wel iets met elkaar te maken? Past God wel in een van de drie: wetenschap als het zoeken van waarheid, als kunst, of als nuttige toepassing van kennis? Er zijn mensen met een onbegrensd geloof in de menselijke mogelijkheden: wij zijn knap genoeg om (uiteindelijk) alle problemen zélf op te lossen. We hebben God niet nodig en het geloof in een god is daarom overbodig. Er is zelfs geen reden om te geloven in een onzichtbare wereld, die ontoegankelijk is voor wetenschappelijk onderzoek. Langzamerhand is wel het besef doorgedrongen dat de wereld niet gered kan worden door technologie alleen. Maar dit vooruitgangsgeloof is optimistisch. Met een mix van sociaal-economische kennis en technologie moet het lukken om de problemen en conflicten van deze wereld uiteindelijk volledig de baas te worden. In deze manier van denken is er in feite geen ruimte meer voor prettige of akelige verrassingen. Dit beeld leeft bij een deel van de gevestigde orde van wetenschappers, maar ook bij de komende generatie. Een poosje geleden vroeg ik aan enkele honderden sociologiestudenten wie in de eerstkomende tien jaar een belangrijke wetenschappelijke ontdekking verwachtte, vergelijkbaar met de eerste mens op de maan, of de ontdekking van Amerika. De overgrote meerderheid vond eigenlijk dat er niets belangrijks meer valt te ontdekken. Onze kennis wacht alleen op slimme toepassingen. Gelovige mensen hebben zich op het punt van de wetenschap nogal eens laten verleiden tot een soort 'gaatjesvullerij’: alles waarvoor de wetenschap geen verklaring kan bieden, wordt toegeschreven aan direct ingrijpen van God. Hierdoor is zijn rol voor velen uit de werkweek teruggedrongen naar de zondag en is God uit stad en dorp verdwenen. Technologie, vernuft en wetenschap zijn dan steeds minder te combineren met het geloof. De kerk spreekt voor vele mensen alleen nog maar tot de ziel en het gevoel. Er is wel behoefte aan zingeving van het leven, maar die wordt bij voorkeur gezocht in een onbestemde spiritualiteit, die niet wordt gestoord door het straatrumoer. Vanuit dit achterhoedegevecht is het maar een kleine stap naar een totale scheiding van het geloof in een god en de wetenschap. Er zijn dan ook nogal wat orthodoxe christenen, die (niet zelden met ondeugdelijke argumenten) de betekenis van de wetenschap ontkennen en de resultaten daarvan onmiddellijk relativeren, zodra deze in conflict komen met hun geloofsopvattingen. Eigenlijk is elk van deze opvattingen armzalig. Met wetenschap is - ook voor christenen - op zichzelf niets mis. We kunnen steeds beter rekenen, meten, voorspellen en de slimste uitvindingen doen. Maar heeft dat de wereld echt verbeterd? De high-tech 'humanitaire’ oorlog in Kosovo leert wel anders. Met al de inzet van wetenschappelijke kennis en technologische hoogstandjes neemt daar de haat alleen maar toe. Is er ooit een bombardement geweest, waardoor er meer begrip is gekomen voor de medemens? Ik ben er van overtuigd dat God de menselijke wetenschap overstijgt. Niet alleen en zelfs niet in de eerste plaats als superwetenschapper, maar door zijn onwaarschijnlijk grote liefde tot wat hij heeft gemaakt. Met inbegrip van de menselijke zoektocht naar de laatste waarheid. Alleen, de wetenschap kan niet wat Hij wel kan: mensen en de wereld veranderen. Moeder Teresa wint het uiteindelijk van Einstein.