Film: Borgman

Tergend vreemd

Nederlands beste filmregisseur komt deze dagen uitgebreid in de aandacht: de ‘grootste voorpremière ooit’, zoals de Volkskrant kopt, voor zijn nieuwste, Borgman, en in EYE volgt een retrospectief waarin niet alleen zijn gehele oeuvre voorbij komt, maar ook films die hij zelf heeft aangeduid als belangrijkste inspiratiebronnen. Dat laatste betreft een lijstje met vrijwel alleen Amerikaanse titels in het genre western, actiethriller of subversief avonturenverhaal. Intrigerend. Want allerminst het soort cinema dat je verwacht bij Alex van Warmerdam.

In Borgman arriveert een mysterieuze vreemdeling, Borgman (Jan Bijvoet), bij de dure woning van Richard (Jeroen Perceval) en Marina (Hadewych Minis), gelegen ergens in een lommerrijke villawijk. Zijn komst brengt verwarring. Heeft hij nu wel of niet een verleden met Marina? Deze mogelijkheid leidt ertoe dat Richard de vreemdeling in elkaar slaat. Verrast door de schijnbaar onverklaarbare geweldsuitbarsting van haar echtgenoot ontdekt Marina dat ze zich aangetrokken voelt tot Borgman. Ze geeft hem onderdak en eten – zonder dat haar man of haar drie kinderen en hun au pair er iets van afweten. Tot zo ver het ‘verhaal’. Meer vertellen zou bijzonder onverstandig zijn. Ga Borgman gewoon zien, zo puur mogelijk.

Wat een briljante, vreemde filmmaker is Van Warmerdam wel niet. Ik zag hem eens in een filmquiz op televisie. Hij bakte er niets van. Hij zag eruit als een anachronisme in een setting van glitter en glamour – en juist dit gegeven gaf hem iets ongerijmds. Hij wist weinig tot niets van de antwoorden, maar toch had hij duidelijk veel met film. Daarvan getuigt ook het intrigerende lijstje met favoriete films dat hij kennelijk in opdracht van EYE heeft opgesteld. Op het eerste gezicht is het een willekeurige greep: Hitchcock, veel jaren zeventig, Amerikaans sociaal realisme. En Sergio Leone. De western.

Dit alles lijkt niet bij Van Warmerdam te passen, maar goedbeschouwd hebben deze titels wel degelijk relevantie. In Kleine Teun (1998) zitten de personages naar een western te kijken. Een pijl-en-boog komt in ieder geval voor in Grimm (2003) en Ober (2006), maar ook in iets gewijzigde vorm in Borgman. Van Warmerdam wendt bekende cinematografische conventies op een unieke wijze aan – Borgman bevat horror-elementen – maar zoals ook in het werk van David Lynch blijft het onmogelijk om aan deze bekende objecten of zelfs stijlgrepen een definitieve betekenis toe te kennen. Dit raadselachtige bepaalt de betekenis van zijn werk. Van Warmerdam: ‘Vraag me over tien jaar nog eens en ik zal geen idee hebben hoe ik de film ooit geschreven heb (…) In de tussentijd werk ik aan een nieuwe film, mijn negende inmiddels.’

Het sterke bij deze cineast ligt er juist in dat hij een eigen stijl laat zien waarin vervreemding centraal staat, maar wel zonder dat de kijker een moment afhaakt. Zo is Borgman tegelijk tergend ontwijkend en vertrouwd. En doorspekt met het absurdisme dat zijn werk kenmerkt, met als hoogtepunt Abel (1986) waarin een man van dertig die nog altijd bij zijn ouders woont ons een artificiële, lege wereld laat zien en de mensen die daarin ronddolen ontmaskert als figuren van stro.

Na Abel vormt Borgman de mooiste illustratie van de ‘truc’ van Van Warmerdam: in navolging van het theater van het absurde (Genet, Beckett, Pinter, Stoppard) onderzoekt hij de gevolgen van een menselijk bestaan waarin betekenis ver te zoeken is. Zijn personages zijn het slachtoffer van onzichtbare krachten aangedreven door een of andere verborgen agenda. De wijze waarop deze mensen desondanks fanatiek hunkeren naar zingeving maakt hen tot absurde figuren, in alles akelig herkenbaar.


Te zien vanaf 26 augustus