Buitenland

Terra Nullius

Aan het einde van de beschaafde wereld, waar het grote onbekende begon, schreven Romeinse kaartenmakers wel Hic Svnt Leones: vanaf daar heersten de beesten en het gevaar. Het was het begin van een rijke traditie: gebieden die zich buiten onze blik en buiten onze controle bevinden, zijn door cartografen in voorbije eeuwen bevolkt door zeedraken, faunen, zwarte stenen urinerende lynxen, manticoren en nog een heel scala aan bizarre schepsels.

In de moderne tijd zijn die monsters van de landkaarten verdwenen, wat de kaarten een stuk saaier heeft gemaakt. En de vraag is ook maar of ze waarheidsgetrouwer zijn. De legendarische beesten hebben namelijk plaatsgemaakt voor een andere cartografische mythe: de mythe van de staatsgrens.

Nederlandse militairen zijn actief in de wateren van Somalië; ze zullen binnenkort kwartier gaan maken in Mali; ze zijn onlangs vertrokken uit Afghanistan. Dat zijn natuurlijk landen in geografische zin, maar we doen tegelijk ook alsof het staten zijn. En dat is alleen in juridische zin waar: in werkelijkheid herbergen de landen waar onze soldaten opereren even ongecontroleerde en wilde ruimtes als de plaatsen waar vroeger ‘leeuwen’ ronddwaalden.

Een aardige discussie onder de liefhebbers van internationale betrekkingen betreft de vraag wat Congo, het grootste land van Afrika, eigenlijk is. Twee politicologen trapten de discussie af met een artikel in Foreign Policy dat opende met de zin: ‘De internationale gemeenschap moet een simpel maar bruut feit onder ogen zien: de Democratische Republiek Congo bestaat niet.’ Dat lijkt een bizarre bewering, maar wie kaartjes van Congo bekijkt waarop de gebieden staan waar de regering en verschillende strijdgroepen werkelijk controle uitoefenen, begrijpt waar het vandaan komt. De kaart van Congo lijkt dan een beetje op een satellietfoto van een land bij nacht: heldere stukken in een zee van donker. Congo wordt zo een hoofdzakelijk lege ruimte waar de macht van de regering ophoudt op een klein stukje rijden van de hoofdstad, en waar een paar andere organisaties een ander stukje van bestieren.

Op de wereld bestaat een aantal van dat soort lege ruimtes: regio’s waarvan de internationale gemeenschap heeft afgesproken dat ze bij een staat horen, maar die in werkelijkheid buiten elke staatsmacht vallen. Daar zwerven meestal de hedendaagse versies van de faunen van weleer: mannen met AK-47’s. We hebben het dan bijvoorbeeld over het grensgebied tussen Afghanistan en Pakistan, de Gouden Driehoek tussen Birma, Thailand en China, het noorden van Jemen, het noorden van Mali. We weten allang dat zulke gebieden gevaarlijk zijn voor ons, al was het alleen maar omdat de aanslagen van 11 september 2001 er zijn voorbereid. Maar ze leveren veel meer risico’s voor ons op, door drugs- en wapenhandel bijvoorbeeld en criminele winsten die onze samenlevingen worden ingepompt.

Onze soldaten opereren in wilde, lege ruimtes

Zulke lege ruimtes zijn gelukkig niet meer de uitgestrekte werelddelen die tijdens de Middeleeuwen werden bevolkt door griffioenen, kannibalen en eenbenigen. Maar als je een kaart van de huidige wereld zou maken met daarin de grenzen van werkelijke staatsmacht, dan zouden grote delen van de kaart er niet uitzien als nette aan elkaar passende staten, maar als eilandstaatjes in een archipel.

In Romeins recht heetten lege gebieden Terra Nullius: land dat van niemand is. Zulk ‘land van niemand’ bestaat niet meer, omdat overal juridische grenzen zijn afgesproken. In praktische zin ligt er nog allerlei Terra Nullius op de wereld. Het is meer dan een woordspelletje om zulke lege ruimtes te benoemen naar wat ze zijn. Over Congo schreven de twee politicologen: ‘Alle vredesoperaties, speciale afgezanten, gezamenlijke missies en diplomatieke initiatieven die zijn gebaseerd op de Congo-mythe – het idee dat er een soevereine macht aanwezig is in dat enorme land – zijn gedoemd te mislukken.’

Maar we kunnen niet anders dan die mythe in stand houden. En dat betekent dat we alleen in zulke gebieden opereren via de VN, met toestemming van het land waar de lege ruimte juridisch gezien toe behoort, en met als doel om de staat de controle over het gebied terug te geven. In praktijk leidt dat er regelmatig toe dat dergelijke zwakke staten een burgeroorlog ingeduwd worden en blootgesteld worden aan crimineel geld dat in de lege ruimtes wordt verdiend met smokkelwaar. En het maakt dat het succes van internationale operaties altijd afhankelijk wordt van de vraag of er een effectieve staat uit de grond kan worden gestampt in de hoofdstad. Zie ‘Somalië’, ‘Congo’ of ‘Afghanistan’ voor de slagingskans.

Een les voor de internationale missie in Mali is dat die beter beperkt kan blijven tot het breken van de macht van radicale islamisten en criminele bendes in het noorden van het land, en dat die niet moet ambiëren de ‘legitieme macht van de Malinese staat’ te herstellen in het reusachtige gebied dat voorbij Mali’s oude steden de Sahara inloopt, de leegte in.

H.J.A Hofland is afwezig