H.J.A. HOFLAND

Terreur

Vorige week woensdag voer een grote rubberboot de vissershaven van Mumbai binnen. Tien zwaar bepakte jongemannen gingen aan land en liepen de stad in. Een paar dagen later hadden ze hun aanval voltooid: 188 doden, meer dan 300 gewonden. De regering van India in crisis door de niet-toereikende veiligheidsmaatregelen. Oplopende spanning met buurland Pakistan, dat onofficieel de schuld krijgt en zich bij voorbaat verweert door troepen van de Afghaanse grens naar die met India te verplaatsen. En toenemende internationale angst dat de twee kernmachten het altijd sluimerende conflict deze keer niet zullen kunnen beheersen. Anders gezegd: hoe in deze tijd een klein groepje fanatici met niets anders dan lichte wapens en een voorraad explosieven de wereld met een ontwrichtende catastrofe totaal kan verrassen.
Begin dit jaar is op initiatief van het Amerikaanse Congres de Commission on the Prevention of Weapons of Mass Destruction, Proliferation and Terrorism opgericht. Deze week komt het eerste rapport, waarin gemeld wordt dat binnen vijf jaar de wereld kennis zal maken met een nieuw soort terrorisme, een aanval met een kernwapen of een biologisch wapen, tenzij de internationale gemeenschap nu begint met het treffen van de maatregelen die zo’n ramp kunnen voorkomen. Het grote probleem is op het ogenblik Pakistan, weliswaar een bondgenoot, maar in het ontoegankelijke grensgebied met Afghanistan een volmaakt toevluchtsoord voor alle krachten die het Westen en andere vijanden naar de verdoemenis wensen. Iran en Noord-Korea blijven ook terroristische risico’s.
Hoe lang leeft het Westen met het moderne terrorisme? In 1976 kaapten Palestijnen een vliegtuig van Air France, gijzelden de passagiers tot Israëlische commando’s er een eind aan maakten. Een jaar later gijzelden Molukkers bij De Punt een trein. Mariniers bestormden de trein en daarmee was het drama afgelopen. Zes doden. In 2000 deden Arabische terroristen een aanval op het Amerikaanse oorlogsschip Cole. Zeventien doden. In 1985 werd het Italiaanse cruiseschip Achillo Lauro door Palestijnen gekaapt; de invalide joodse passagier Leon Klinghoffer werd in zijn rolstoel overboord gereden. De aanval van 9/11 is de triomf van de zelfmoordterreur. Om de doodsvijanden, al-Qaeda en de Taliban, te vernietigen, begon Amerika de oorlog in Afghanistan. Twee jaar later volgde de definitieve afrekening, de aanval op Irak. De twee oorlogen duren voort. Intussen zijn er ook aanslagen in Londen en Madrid en op Bali geweest. In Irak gaat het iets beter, hoewel de zelfmoordenaars actief blijven. In Afghanistan zijn de Taliban terug. De nieuwe president zal vijftienduizend soldaten extra sturen. Zal het helpen?
Er worden geen vliegtuigen meer gekaapt. Dat komt doordat het betrekkelijk gemakkelijk is verdachte passagiers te ontmaskeren. Vliegvelden zijn frontgebied geworden en in beginsel zijn alle passagiers schuldig tot ze door het uittrekken van hun schoenen, inleveren van hun aansteker, enzovoort, het tegendeel hebben bewezen. Overal in het Westen is de macht van de inlichtingendiensten verveelvoudigd. George Orwell is wat uit de mode geraakt, maar meer dan ooit kan de overheid naar binnen gluren. En dan komt een Amerikaanse commissie melden dat we de komende vijf jaar ernstig rekening moeten houden met een terroristische aanslag met een kernwapen. Erger dan alles wat we achter de rug hebben. Zou er iets aan onze terreurbestrijding mankeren?
Van alle aanslagen wordt 99 procent uitgevoerd door fundamentalistische moslims, ook wel islamofascisten genoemd. Een deel van hun kracht schuilt in hun ongrijpbaarheid. De praktijk van zeven jaar heeft bewezen dat deze tegenstander met een ouderwetse oorlog – bombardementen, tanks – niet wordt verslagen. We zijn geneigd het te vergeten, maar de omstreeks honderdduizend dode Irakezen en de chaos in hun land hebben de haat tegen het Westen en dus hun bijval voor het terrorisme versterkt. Mislukte bombardementen in Afghanistan waarbij burgers worden gedood, dragen er natuurlijk ook toe bij. Het niet-aflatende Israëlisch-Palestijnse conflict is voor het terrorisme een voortdurende bron van inspiratie. De achterlijke structuur van een groot deel van de Arabische wereld bevordert revolutionaire stromingen die per definitie antiwesters zijn.
In de twee ambtstermijnen van president Bush zijn, ondanks het late en matige succes in Irak, de krachten van de terreur versterkt. Zijn opvolger heeft geen verleden van rampzalige vergissingen. Maar hoe de terreur, de dodelijkste vijand van de westelijke wereld, moet worden bestreden, kan ook hij alleen proefondervindelijk leren. Eén ding is zeker: met grote ouderwetse oorlogen lukt het niet.