Terreur in jeruzalem, tel aviv en londen

Voor de derde keer dus binnen negen dagen werden in het centrum van een Israelische stad de levens van tientallen burgers aan stukken gereten. Ondanks het feit dat de militaire vleugel van Hamas eerder een bestand had aangeboden. Uiteraard verpakt in voorwaarden. Het antwoord van de Israelische regering was het klassieke antwoord van alle democratische regeringen: met terroristen wordt niet onderhandeld. Nooit! Zelfs niet na de bom van maandagmiddag in Tel Aviv.

Nooit? De bloedige geschiedenis van het terrorisme wijst anders uit. De Britse regering onderhandelde in het geheim met de IRA over het tot stand komen van het grote, thans verbroken, bestand uit de zomer van 1994. Amerikanen en Fransen onderhandelden met terroristen over het vrijlaten van gijzelaars en er werd losgeld betaald. Wapens voor Iran. De vrijlating van gevangenen. Door Israel in 1985 bijvoorbeeld. Van terreur verdachte Libanese Arabieren voor enkele tientallen Amerikaanse staatsburgers. Zou Israel pure Realpolitik willen en kunnen bedrijven, dan zou de regering van Peres snel aan Hamas moeten laten weten: akkoord, we komen praten.
Binnenlands-politiek is dat natuurlijk volstrekt onmogelijk. Maar het zal geen ingewijde in het lugubere bedrijf van het terrorisme verbazen indien in het geheim wel degelijk met Hamas werd onderhandeld. Waarmee is aangeduid dat de democratisch bestuurde naties, die zich aan regels moeten houden en gecontroleerd worden door parlementen, bij het bestrijden van terrorisme voor onoverkomelijke moeilijkheden staan. Anders dan de harde dictaturen.
Er zijn veel vormen van terrorisme. Dat van de gestoorde zielen die schieten en met bommen gooien puur vanwege de kick. Amateurs en daardoor relatief makkelijk te elimineren. Er zijn de al even gestoorde religieuze fanaten. De bom in Oklahoma City. Het gas in Japan. Je hebt de maatschappijhaters, de ideologische zeloten als de Rote Armee Fraktion. Hier hebben we uiteraard te maken met politieke motieven. Hetgeen ook geldt voor de Italiaanse terroristen die in 1984 de aanslag pleegden op het station van Bologna (85 doden) en ex-premier Aldo Moro vermoordden. Maar, zo is gebleken, ook deze zeloten zijn met vrij klassieke politionele middelen op den duur te elimineren. Ofwel ze heffen zich door het uitsterven van leiders vanzelf op.
Blijft wat men zou kunnen noemen de Grote Terreur. Heel vaak de (vrijheids-) strijd van goed en zeer goed georganiseerde ondergrondse legers, die strijden voor onafhankelijkheid of tegen een ervaren onrecht. Zo'n grote terreurorganisatie was het Afrikaans Nationaal Congres, en ook, jawel!, de PLO. Mannen als Menachim Begin, Yasser Arafat en Nelson Mandela waren ooit terroristen.
Het is een oude waarheid, een cliche bijna: wat voor de een een terrorist is, is voor de ander een vrijheidsstrijder. En terroristische vrijheidsstrijders hebben een aanhang. Hoe groter de aanhang, hoe sterker in het algemeen de terreurorganisatie. Hoe kleiner de aanhang hoe meer kans dat de terreur zal ophouden. Hamas is een terreurorganisatie met weliswaar slinkende, maar toch nog potentiele aanhang. De IRA, het Ierse Republikeinse Leger, kan zich permitteren streng te selecteren uit duizenden willige recruten voor de ‘actieve eenheden’. De ETA, de Baskische organisatie, heeft zich dank zij steeds nieuw jong bloed tientallen jaren kunnen manifesteren. De Tamil Tijgers op Sri Lanka beschikken over hypermodern materieel en de daarbij behorende technische specialisten. Het Vietcong-leger bestond volgens de Amerikanen uit terroristen, in Peru opereert Lichtend Pad tegen de dragers van het regime. Kortom: dozijnen terroristische organisaties zijn op de wereldbol actief, elke dag weer. Voor de sector die zich bezighoudt met het handhaven van de rechtsstaat en de bescherming van de burger vormen zij zonder enige twijfel anno 1996 het grootste probleem.
De monsterlijke complicatie is dat de regeringen, die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor handhaving van de rechtsstaat, verplicht zijn of zich verplicht voelen de echte, goed georganiseerde terreurorganisaties te bestrijden. Hoe volstrekt zinloos dat kan zijn, wordt bijna grotesk geillustreerd door hetgeen zich afspeelt in Groot-Brittannie. De IRA, het Ierse Republikeinse Leger (her)begon zijn strijd voor de hereniging van Noord en Zuid in 1969. Het was achteraf beschouwd vreemd dat de opstand, in eerste aanleg gericht tegen de onderdrukking van de katholieken door de protestanten, niet eerder was begonnen. Hoe dan ook: een campagne, gevoed door intense haat over en weer, ontaardde in een afschuwelijke terreur, meedogenloos gericht tegen militairen en burgers. Protestantse milities reageerden en in feite was er in Ulster burgeroorlog.
De Britse regering verkondigde in de jaren zeventig en tachtig maand in, maand uit, dat men de terreur zou beteugelen, dat nooit zou worden toegegeven aan het elimineren van de booth (het stemhokje) ten gunste van de bomb en de bullet.
Het trieste resultaat is bekend. Ondanks het inzetten van, op het hoogtepunt van de strijd, een professioneel leger van twintigduizend manschappen plus een politiemacht van nog eens duizenden, is de macht van de IRA tot het begaan van terreur volstrekt onaangetast. De bommen in Londen bewijzen het.
De voorbeeldfunctie van Groot-Brittannie bij een poging tot analyse van het terrorismeprobleem is evident. De regering in Londen, machteloos in een politieke houdgreep van de protestanten, geeft telkens wel iets toe, maar telkens net iets te weinig. En de IRA houdt zo de regie.
Vergelijkingen zijn moeilijk of gevaarlijk. Maar toch: de Israelische regering bevindt zich in de strijd tegen Hamas in een vergelijkbare positie. Met hard realisme, erkennen van de eigen machteloosheid tegen zelfmoordcommando’s, is waarschijnlijk een voorlopige 'vrede’ te kopen. Organisaties als Hamas en de IRA komen wonderlijk genoeg praktisch alle beloften na. Maar de prijs die zou moeten worden betaald - en dat geldt voor Londen en voor Jeruzalem - is een dosis vernedering. Bukken voor het terroristisch geweld. Wie een oplossing weet, mag het zeggen.