De terrorismemarkt

Terreur is vraag en aanbod

Bush heeft aangekondigd dat hij «de fondsen van de terroristen zal droogleggen». Maar de terroristische bovenwereld — «respectabele» peetvaders en profiteurs — is ongrijpbaar geworden. De onderwereld blijft floreren.

Aandelen kopen is een bewijs van patriottisme», riepen Amerikaanse effectenhandelaren bij de heropening van Wall Street vorige week maandag om het hardst. In de grimmige sfeer op de beursvloer, veroorzaakt door de dood van duizenden collega’s en zakenrelaties in het praktisch om de hoek gelegen World Trade Center en aangewakkerd door de verwachting van een economische recessie, gold de Dow Jones meer dan ooit als spiegel van de nationale ziel. «Laten we er alsjeblieft voor zorgen dat dit geen tweede overwinning wordt voor de terroristen», sprak beursvoorzitter Dick Grasso. «Wees moedig, raak niet in paniek en koop in plaats van te verkopen. Doe het voor Amerika.»

Maar welk aandeel is «patriottisch» en welk aandeel niet? Ook de grootste beurspatriotten doen zonder het te weten al jaren zaken met bankiers, financiers of portefeuillehouders die in nauw contact staan met terroristen. En was er onder de hoekmeute op Wall Street niet ten minste één handelaar die een week eerder zaken had gedaan met wel heel perfide voorkennis? Uitgerekend diezelfde dag brachten kranten en persbu reaus de eerste berichten over verdachte transacties in Chicago, Amsterdam en Frankfurt in de dagen voorafgaand aan de aanslagen. Er waren in Chicago ongebruikelijk veel put-opties gekocht op aandelen American Airlines en United Airlines, de twee maatschappijen wier vliegtuigen op 11 september werden gekaapt. In Amsterdam was de aankoop van put-opties KLM zo groot dat verontruste handelaren de politie inlichtten. Put-opties geven de houder het recht een aandeel op een van tevoren vast gestelde datum te verkopen tegen een van tevoren vastgestelde prijs. Indien deze prijs lager is dan de dagprijs, maakt de optiehouder winst. Het volume van de handel in put-opties American was in de week voor de aanslagen 285 keer zo groot als normaal, terwijl het aandeel na 11 september uiteraard door de vloer zakte. Het kon niet anders of iemand — wellicht een handlanger van de kapers — had de bodemloze daling voorzien.

De Corriere della Sera en Amerikaanse tv-zenders maakten zelfs gewag van een overhaast onderzoek door de FBI en de toezichthouder van het Amerikaanse beurswezen, de SEC, op Cyprus waar Bin Laden naar verluidt een handelskantoor heeft. De Duitse toezichthouder buigt zich intussen over het recente koersverlies van Müncher Re, Swiss Re en andere grote (her)verzekeraars die de dekking van het World Trade Center grotendeels voor hun rekening hadden genomen en nu miljardenclaims tegemoet zien. Welke opdrachtgevers hebben de koopwoede ingeleid? Wist meer dan één handelaar in Frankfurt dat de Twin Towers er misschien spoedig niet meer zouden staan of was hier slechts sprake van de gangbare kippendrift, ontketend door een ongelukkige opmerking van een grote investeerder?

De winsten op bovengenoemde transacties schijnen doorgesluisd te zijn naar Amerikaanse banken en schimmige investeringsbanken in Luxemburg, Monaco en Zwitserland. De in Parijs verschijnende Arabische krant Al-Watan wist drie jaar geleden te melden dat Osama bin Ladens organisatie al-Qaeda («De basis») zijn financiën regelde via holdings in Luxemburg en Amsterdam. Dat laatste zou de bijzondere activiteit op het Damrak in de week voor de aanslag kunnen verklaren. De Amerikaanse terrorisme-expert Bodanski schreef al in 1999 in een boek over Bin Laden dat de van oorsprong steenrijke Saoediër er diverse dekmantel firma’s in Amsterdam op nahield. De Britse onderzoeker Gunaratna deed er dit weekeinde in Trouw nog een schepje bovenop door te stellen dat Nederland als financiële en organisatorische draaischijf voor al-Qaeda dient: «Nederland vervult een sleutelrol. Al-Qaeda heeft in Nederland investeringen gedaan en heeft er kantoren die worden aangestuurd vanuit Afghanistan.» Gunaratna stelt bovendien dat het rijke Nederland evenals de VS en de rest van de westerse wereld een «doelwit» voor islamisten is.

Het is moeilijk te beoordelen in hoeverre de auteurs elkaar overschrijven of hun informatie ontlenen aan bronnen bij de FBI, die Bin Laden al jaren zonder veel bewijs verantwoordelijk stelt voor allerlei aanslagen op Amerikaanse belangen. Hoe dan ook, van zulke fragmentarische kennis van Bin Ladens financiële netwerk, dat minstens even complex moet zijn als zijn militaire organisatie, is het nog een hele stap naar het oprollen ervan. President Bush heeft afgelopen maandag in de rozentuin van het Witte Huis weliswaar aangekondigd dat hij «de fondsen van de terroristen zal droogleggen en hun organisaties tegen elkaar opstoken», maar dat heeft zijn voorganger Clinton in 1998 ook al gedaan en toen had het geen noemenswaardig effect. Daarvoor is het netwerk van het internationalisme te ongrijpbaar geworden, zo ongrijpbaar dat je eigenlijk niet meer van een netwerk kunt spreken, maar eerder van een markt die niet wezenlijk anders functioneert dan Wall Street.

Zoals de «gewone» internationale misdaad te verdelen valt in een onderwereld van zware jongens en een bovenwereld van witte-boordenmisdadigers, zo is ook het internationale terrorisme te verdelen in een bovenwereld van «respectabele» peetvaders en profiteurs en een onderwereld van uitvoerders. En daar beginnen meteen de complicaties voor de bestrijders. De bovenwereld van politieke en financiële organisatoren, bankiers en financiële adviseurs valt allerminst samen met het territorium van rogue states («wildgeworden staten») als Irak, Syrië, Afghanistan of Noord-Korea die volgens de VS het internationale terrorisme organiseren. De terroristische bovenwereld onttrekt zich in veel gevallen juist aan staatstoezicht. «De structuur is niet aan een land of een keten van landen gebonden. Je kunt haar onmogelijk scheiden van de semi-officiële vertakkingen van andere vormen van internationale misdaad zoals drugshandel, illegale wapenhandel en mensenhandel», meent Michel Koutouzis, EU-adviseur inzake terrorisme en voorheen medewerker van het gerenommeerde Observatoire Géopolitique des Drogues (OGD) in Parijs. «En die bovenwereld vindt altijd nieuwe rekruten voor zijn onderwereld van uitvoerders, ronselaars en (geestelijk) begeleiders, militaire instructeurs, technici, informanten, vervalsers van papieren en wapenleveranciers.»

Het OGD is in 1990 door de Franse staat opgericht om onderzoek te doen naar de mondiale drugshandel en witwaspraktijken en de politieke consequenties daarvan. Het verzamelt gegevens uit tal van bronnen en richt zich niet in de eerste plaats op de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency (DEA) zoals de meeste westerse inlichtingendiensten, met als gevolg dat het Observatoire een kritisch oordeel velt over de door president Reagan ontketende War on Drugs. De Medellin- en Cali-kartels zijn dan wel ontmanteld nadat de «narcostaat» Colombia door de VS in de financiële ban was gedaan; met buurland Mexico — waar de drugsmaffia evenzeer in overheidskringen is geïnfiltreerd — onderhoudt Washington nog altijd even vriendschappelijke betrekkingen als voorheen, temeer daar Mexico sinds enige jaren een vrijhandelszone met de Verenigde Staten vormt. Ook Pakistan, sinds de jaren zeventig een narcostaat van de eerste orde, is altijd ontzien en kreeg pas in 1998 te maken met Amerikaanse sancties nadat het land ondergrondse kernproeven had gedaan.

Uit de analyses van het instituut blijkt dat de georganiseerde misdaad even snel globaliseert als het reguliere bedrijfsleven en daarbij de strategieën en het financiële instrumentarium van ’s werelds leidende multinationals overneemt. Hetzelfde geldt voor het internationale terrorisme dat in veel opzichten een branche tussen de andere misdaadbranches is geworden en op dezelfde wijze functioneert, of je het nu vanaf de straat of vanaf de beursvloer beziet. «Net als het internationale bedrijfsleven is het internationale terrorisme gedelokaliseerd, gedereglementeerd en geprivatiseerd», zei de Italiaanse expert Alessandro Politi in 1997 in een lezing voor collega’s. «Die trend stelt nationale overheden voor serieuze problemen als het gaat om hun machtsuitoefening. De privatisering wordt goed geïllustreerd door het geval Bin Laden. Nadat hij actief had samengewerkt met de CIA in Afghanistan, is deze miljardair radicaal omgeslagen na de komst van Amerikaanse troepen naar Saoedische bodem. Zijn fortuin (driehonderd miljoen dollar) stelde hem in staat op eigen houtje terroristische trainingskampen op te zetten in Afghanistan, Pakistan, Jemen en Somalië.»

Zodra een terreurgroep in het land van herkomst wordt onderdrukt of geen politieke rol voor zichzelf ziet weggelegd, kiest de leiding voor internationale expansie, niet anders dan een modern bedrijf dat fuseert en zich invecht op buitenlandse markten. Overheden steunen zulke groepen vaak niet meer uit overtuiging, maar om hun ongewenste activiteiten of aanwezigheid af te kopen of te voorkomen dat ze overlopen naar een andere opdrachtgever. Volgens Politi is het terrorisme zodanig verweven met de georganiseerde misdaad en de wereld van officiële en particuliere inlichtingendiensten dat groeperingen als al-Qaeda dienstdoen als «criminele uitzendbureaus» die zich door overheden, gangsters en politieke avonturiers kunnen laten inhuren. «De terroristen profiteren van moderne transport- en communicatiemiddelen, ze hebben wereldwijde inkomstenbronnen, ze zijn vertrouwd met de nieuwste explosieven, hand- en massavernietigingswapens (die ze zelf aanschaffen op de zwarte markt) en ze zijn moeilijker op te sporen en in te rekenen dan oudere groeperingen die door overheden werden onderhouden. Er zijn nog een paar stabiele netwerken over, maar aanslagen zijn steeds vaker toe te schrijven aan multinationale ad-hocformaties van terroristen.» Daarom hebben westerse inlichtingendiensten ondanks verwoede inspanningen geen «opperbevel» achter islamistische groeperingen en aanslagen kunnen ontdekken; zo'n opperbevel is niet nodig en het zou de tijdelijke coördinatie of samenwerking met niet-islamistische groepen zelfs in de weg staan.

Het Amerikaanse besluit tot «bevriezing» van de bezittingen van 27 mensen en instellingen die contact met Bin Laden zouden onderhouden, is dus een druppel op een gloeiende plaat. Omdat een serieuze aanpak van het internationale terrorisme niet mogelijk is zonder aanpak van de internationale wapenhandel en drooglegging van ’s werelds belastingparadijzen en off-shore markten, waarin naar schatting van het IMF bijna zes biljoen dollar zwart geld omgaat, is het vertrouwen in de door Bush aangekondigde «oorlog» tegen het terrorisme in Parijs niet bijster groot. «Als het dezelfde kant opgaat als met de War on Drugs, zullen de VS een selectief en opportunistisch beleid voeren», zegt een andere OGD-medewerker die vanwege de diplomatieke gevoeligheid van de materie anoniem wil blijven. «Je ziet dat nu al gebeuren. Bush heeft president Chirac tijdens zijn bezoek aan Washington gevraagd de Franse oliecontracten met Iran en Irak op te zeggen omdat die landen het internationale terrorisme steunen. Maar de VS zijn niet van plan het goede voorbeeld te geven door hun oliecontracten met Saoedi-Arabië te herzien, hoewel dat land zowel de Afghaanse Taliban als een groot aantal terroristische groeperingen in het Midden-Oosten financieel ondersteunt.»

En zolang de terroristische bovenwereld niet wordt aangepakt, zal de onderwereld blijven gedijen ondanks alle nationale en internationale veiligheidsmaatregelen, inlichtingensuccessen en vergeldingsbombardementen. De rekrutering van nieuwe terroristen vindt niet louter plaats in vluchtelingenkampen en kapotgebombardeerde steden. Ze begint al eerder, namelijk daar waar het Westen het in macro-economisch opzicht laat afweten. Koutouzis was afgelopen vrijdag te zien in het programma Netwerk waar hij (evenals de Britse journalist Robert Fisk) vertelde over zijn ervaringen met Osama bin Laden die hij persoonlijk heeft ontmoet. Aan het slot maakte hij een opmerking die de VS en andere westerse landen ter harte kunnen nemen: het neoliberale beleid van «structurele aanpassing» (een combinatie van bezuiniging en terugtreding van de overheid) dat het Westen de laatste twee decennia via het IMF en de Wereldbank aan veel islamitische landen heeft opgelegd, heeft geresulteerd in een totale kaalslag in de sectoren onderwijs, gezondheidszorg en welzijn. Islamistische organisaties nemen daar nu het heft in handen en brengen via koranscholen, godsdienstige ziekenhuizen en charitatieve instellingen op islamitische grondslag hun dogmatische, soms militante versie van de islam onder het volk.

De spiraal van terreur en contraterreur in het Midden-Oosten en delen van Centraal-Azië en Afrika doet de rest. Zij zorgt voor een niet aflatende stroom van rekruten die overigens vaak niet tot de directe slachtoffers behoren, maar tot hun beter opgeleide land- of lotgenoten, en die niet zelden in het Westen hebben gewoond en gestudeerd. Ze onderhouden contacten dwars door alle politieke en religieuze scheidslijnen heen en beleggen net als inlichtingendiensten en multinationals seminars om te leren van elkaars fouten en successen en om nieuwe tactieken uit te werken. In 1994 bestormde de Franse antiterreurbrigade een vliegtuig in Marseille nadat duidelijk werd dat de (Algerijnse) kapers een zelfmoordmissie op Parijs wilden uitvoeren. In 1997 verwoestten acht Tamil Tijgers in een zelfmoordmissie het World Trade Center in Colombo, de hoofdstad van Sri Lanka. En één plus één is twee, ook voor terroristen.

De groep die het WTC en een vleugel van het Pentagon in de as legde en vervolgens de beurswinst opstreek, vertegenwoordigt de cutting-edge van een wereldwijde industrie in volle ontplooiing. De aanslagen zijn nog altijd niet opgeëist en Bin Ladens betrokkenheid is niet aangetoond; tegenover de claim van de Amerikaanse autoriteiten staat sinds maandag het woord van Bob Woodward die in de Washington Post schreef dat de FBI weliswaar al jaren vier Amerikaanse cellen van al-Qaeda in de gaten houdt, maar nog geen contact tussen hun organisatie en de kapers heeft kunnen vaststellen. In het licht van de beschikbare literatuur en expertise op het gebied van het internationale terrorisme mag één tot nog toe ongenoemde mogelijkheid niet worden uitgesloten. Een mogelijkheid zo obsceen dat zelfs de verklaarde tegenstanders van het casinokapitalisme er niet openlijk van reppen. Het is mogelijk dat de bedenker van het plan geen fanatieke geestelijke of politieke leider was, maar een gewetenloze financier of doorgesnoven druglord, een soort criminele George Soros, die op 11 september in een klap miljardair werd terwijl hij voor CNN hing. Politieke terreur is een kwestie van vraag en aanbod geworden.