Terrorist-af

José María Sison (70) is geen terrorist meer. In ieder geval niet in Europa. Daar verstreek vandaag de deadline voor de EU-lidstaten om in beroep te gaan tegen het oordeel van het Europese Hof van Justitie dat de plaatsing van de Filippijnse communistenleider op de lijst van terreurverdachten als ongegrond bestempelt.

Dat gebeurde in december 2002 op verzoek van de Nederlandse regering, die dat deed op verzoek van de Amerikaanse regering-Bush, die dat weer deed op verzoek van de nog immer zittende Filippijnse regering-Arroyo. Sison kreeg daarvan geen bericht. Zijn financiële tegoeden werden bevroren, zijn toelage als politiek vluchteling gestaakt, zijn reispapieren afgenomen. Hij werd, in de woorden van zijn advocaat, “burgerdood gemaakt”. Waarom kreeg hij niet te horen. Ook niet hoe zich te verdedigen.

Sison verblijft dan al vijftien jaar in Nederland als politiek vluchteling. Hij is zijn leven niet meer zeker als de regering in Manila eind jaren tachtig een gewelddadige campagne steunt tegen de anti-imperialistische en anti-kapitalistische revolutionairen waar hij in die tijd leiding aan geeft. Die schuwen het geweld ook niet, maar ontkennen terroristen te zijn. Ze richten hun pijlen op de aanwezige Amerikaanse legerbases en de strijdkrachten van de “puppet”-overheid; niet op burgers.

Sison is vast geen lieverdje. Hij verdedigt het geweld in bepaalde gevallen tegen bepaalde doelen. Elke rebellie vervaagt volgens hem in vergelijking met “de grootste terrorist in de geschiedenis van de mensheid”, de Verenigde Staten. De literatuurprofessor herinnert zijn lezers maar al te graag aan “de slachting van anderhalf miljoen Filippijnen tijdens de Filippino-Amerikaanse oorlog van 1899-1902”, waarna de VS de archipel annexeerden. (In 1946 werd het land onafhankelijk.)

Maar hij is nooit ergens voor veroordeeld. Integendeel, hij is meer dan eens vrijgesproken, ook door de Nederlandse rechter. Toch brandmerkt de staat hem als terrorist en legt hem “beperkende maatregelen” op zonder enige vorm van juridische of democratische controle.

Volgende week verschijnt de nieuwe zwarte lijst, die elke zes maanden wordt herzien. De naam Sison zal daarop niet meer prijken. Dat biedt hoop. Het bevestigt in ieder geval dat plaatsing moet voldoen aan de criteria die de lidstaten zelf hebben afgesproken: die moet gebaseerd zijn op een onderzoek, vervolging, of veroordeling wegens terroristische activiteiten. Maar het blijft een juridische schimp. Een onderzoek is geen veroordeling. Het blijft schuldig tot de onschuld is bewezen.

(Hou het eerste januarinummer van De Groene Amsterdammer in de gaten voor een interview met Sison)