Terroristengebroed

Toen Regine Rohl als meisje van zeven op een avond onverwacht de slaapkamer van haar moeder betrad, trok die een donkere pullover aan, boven een broek waaruit twee pistolen staken. Het kind schrok zich dood - tot op heden weet zij eigenlijk niet honderd procent zeker of zij de scene werkelijk heeft meegemaakt. ‘Het is in elk geval een feit dat het verdringen een onderdeel van mijn overlevingsstrategie werd en ik mij nauwelijks iets van mijn kinderjaren herinner.’

Haar tweelingzus Bettina Rohl herinnert zich des te meer, zoals blijkt uit een artikel in Der Spiegel, geschreven ter gelegenheid van het feit dat het 25 jaar geleden is dat hun moeder het schrijfgerei afzwoer en besloot de ideologische voorvrouw van de ‘Rote Armee Fraktion’ te worden.
Die moeder was Ulrike Meinhof (1934-1976), in de jaren zestig boegbeeld van een generatie kritische heel- en halfintellectuelen, totdat zij de kolder in de kop kreeg. Zij was de belangrijkste columniste van Konkret, het blad van haar echtgenoot Klaus Rainer Rohl. Ze schreef daarin louter verstandige dingen, over de vakbonden, de oorlog in Vietnam en de noodzakelijke verzoening van joden en Palestijnen. 'Links Europa heeft en had nooit een reden haar solidariteit met de vanwege hun ras vervolgden op te geven’, constateerde zij, wat in het vooruitstrevend deel van Duitsland nooit een courant standpunt was.
Voordat zij en de haren zich full time in de stadsguerrilla stortten, volgden zij een stoomcursus terrorisme in Jordanie. Vandaar stuurden zij een 'Brief uit Amman’, waaruit bleek dat ook Ulrike Meinhof zowel intellectueel als politiek moest worden afgeschreven. 'Als wij eindelijk hebben geleerd om de fascistoide ideologie van het zionisme te begrijpen, zullen wij niet meer aarzelen ons simpele filosemitisme te vervangen door onverbloemde solidariteit met el-Fatah, die in het Nabije Oosten de strijd heeft aangebonden met het Derde Rijk van gisteren en vandaag.’
Haar 'Rote Armee Fraktion’ kon natuurlijk geen hoepelende en priktollende lastposten om zich heen hebben. Maar aan een 'seksistische saloncommunist’ als vader Klaus, die bovendien tegen het doodschieten van politieagenten en bankdirecteuren was, kon hun opvoeding onmogelijk worden toevertrouwd. Het probleem werd democratisch door de Raf- leiding bediscussieerd. 'Zo werd overwogen ons over te brengen naar een kamp van Palestijnse weeskinderen. Daar zouden wij tot partizanen worden opgevoed’, schrijft Bettina Rohl. Uiteindelijk kwamen zij toch bij hun vader terecht. Ulrike Meinhof zagen zij pas terug toen zij achter de tralies zat. Totdat zelfs de brieven van de kinderen niet meer door haar werden beantwoord. 'Liebe Mami, wij zijn inmiddels dertien en het is weer Kerstmis. Als je graag van ons een kerstcadeautje wil hebben, laat het ons weten, je Bettina en je Regine.’ Het was eind 1975. Vijf maanden later hoorden de kinderen via de radio dat hun moeder zich had opgehangen.
Op de eerste pagina van het artikel staan de zusters tweemaal afgebeeld. Eenmaal als zevenjarigen met alle onschuld van dien. Eenmaal als tweeendertigjarigen, donkerblond, strakke mond, donkere ogen. Het is vanzelfsprekend allemaal natte-vingerpsychologie, maar zo te zien zal het nog wel even duren voordat deze vrouwen de aangerichte schade geestelijk hebben verwerkt.