Terroristische droom

Een poging tot herstel van het gezond verstand. Zo beschrijft John Alter in Newsweek de politiek van president Obama om de verspreiding van kernwapens tegen te gaan en het risico van nucleair terrorisme te bestrijden. Obama ziet zichzelf als iemand die de gemakzucht, de zelfvoldaanheid, de afstandelijkheid van de routine in het denken over de vraagstukken van de kernwapens moet opheffen. En hij voegt de daad bij het woord. In Praag heeft hij vorige week samen met zijn Russische collega het Strategic Arms Reduction Treaty, START, herbekrachtigd. Dit besluit moet leiden tot wederzijdse vermindering van het meer dan vervaarlijke arsenaal van kernwapens dat in beide landen ligt opgehoopt. En, laten we hopen, tot hulp bij de bestrijding van de schandelijke staat van verwaarlozing in Rusland. Behalve dat heeft deze hernieuwing een politieke betekenis. Misschien wordt op deze manier bijgedragen tot verhoging van de druk op de landen die nucleaire ambities hebben, Iran en Noord-Korea.
In Washington is deze week voor het eerst de Nuclear Security Summit gehouden. De leiders van 46 landen hebben twee dagen gepraat over de beveiliging van nucleair materiaal, beperking van wetenschappelijke kennis tot landen en instituten die hun verantwoordelijkheid kennen, de algemene veiligheidsmaatregelen. Terwijl ik dit schrijf zijn ze nog bezig. Iran, Syrië en Noord-Korea zijn niet uitgenodigd. Israël wel maar premier Netanyahu is niet gekomen; hij heeft een vertegenwoordiger gestuurd. Premier Balkenende heeft voorgesteld een tribunaal op te richten voor staten die splijtbaar materiaal aan terroristen leveren. Dat zou dan in Den Haag moeten komen. Goed idee. Intussen heeft president Ahmadinejad bekendgemaakt dat Iran zijn eigen conferentie gaat organiseren omdat die in Washington louter de bedoeling heeft landen en mensen te vernederen.
In Amerika spuugt uiterst rechts het gebruikelijke vuur. Al die nieuwe maatregelen zouden de natie alleen maar verzwakken. Maar zoals gebruikelijk komt deze club niet met een eigen initiatief, terwijl juist volgens de deskundigen het risico van een terroristische kernaanval toeneemt. Matthew Bunn van de Harvard Universiteit schat het de komende tien jaar op dertig procent, andere geleerden houden het op vijftig. Sla er een slag naar. Tenslotte gaat het minder om de grootte van de kans, dan dat dit gevaar in toenemende mate aanwezig is. Twee dagen vergaderen, dat is niet lang voor een zo ingewikkeld vraagstuk. Maar het is in ieder geval een nieuw begin.
De kernbom heeft bijna 65 jaar na de eerste geslaagde proef in de woestijn van Alamagordo zijn eigen geschiedenis. In augustus 1945 ontploften de eerste bommen boven Hiroshima en Nagasaki. Die steden werden binnen een paar seconden verwoest. In eerste aanleg vielen er 117.000 doden en aan de gevolgen van de straling zijn er op den duur nog eens 210.000 gestorven. In 1946 is van John Hersey de zorgvuldig gedetailleerde, gruwelijke reconstructie verschenen. Nog altijd het beste document. Een boek dat voor iedere regeringsleider, iedere generaal verplichte lectuur zou moeten zijn.
Waarschijnlijk hebben we het aan de bom, en aan het telkens nog bijtijds functionerende verantwoordelijkheidsgevoel van de wereldleiders te danken dat de worsteling tussen Amerika en de Sovjet-Unie niet op een gewapend conflict is uitgelopen. In 1949 namen de Russen hun eerste kernproef. Sindsdien is de vrede dankzij de wederzijdse afschrikking bewaard gebleven. De grote gewapende conflicten, in Vietnam en Afghanistan, zijn terzijde van de Koude Oorlog, zonder kernwapens gevochten. Na veertig jaar was het eigenlijke wereldconflict met een minimum aan geweld beslecht, ook dankzij de afschrikking. Overigens zijn in de loop van die veertig jaar de kernwapens en de afleveringsmechanismen onophoudelijk verder geperfectioneerd. Vergeleken met de bommen en raketten waarover Amerika nu de beschikking heeft, horen de B-29 en Little Boy waarmee Hiroshima werd verwoest, tot het Stenen Tijdperk.
Nu, twintig jaar na het einde van de Koude Oorlog is de betekenis van de kernbom opnieuw drastisch veranderd. De functie van de afschrikking is verdwenen. In de logica van het terrorisme komt het begrip deterrent niet voor. In terroristische kringen is de bom als het ware een variant op het l'art pour l'art, of de vervulling daarvan. Het middel om een zo groot mogelijke verwoesting met zoveel mogelijk doden te veroorzaken, waarbij ook de dader zelf het leven laat. Het voorbeeld is de aanval op het World Trade Center. Maar volgens de maatstaven van Osama bin Laden en zijn geestverwanten kan het veel beter. Daarvoor hebben ze een kernwapen nodig. Het arsenaal van Pakistan, bijna een failed state, is vermoedelijk het gevaarlijkst. Het Iran van Ahmadinejad met een kernwapen zou andere maar niet geringere risico’s met zich meebrengen. Vergeleken met de goeie ouwe tijd van de Koude Oorlog leven we nu, zonder het te beseffen, misschien op de rand van de afgrond. Want het kernwapen is de droom van de terrorist.