Terry Jones, 1 februari 1942 – 21 januari 2020

Van het Monty Python-zestal was Terry Jones de meest gevoelige én veelzijdige. Hij bleek een begenadigd regisseur, schrijver en historicus, met een voorliefde voor de Middeleeuwen.

Zes eeuwen lang is Richard II groot onrecht aangedaan. Dankzij propaganda van de Tudors, de vijanden in de Rozenoorlogen, is deze koning uit het huis Plantagenet de geschiedenis ingegaan als een wrede, wraakzuchtige en waanzinnige vorst. Dat zijn imago de laatste jaren is verbeterd, net als dat van Richard III sinds de vondst van diens stoffelijke resten onder een parkeerplaats in Leicester, is mede te danken aan Terry Jones. Volgens de ex-Python, die vorige week op 77-jarige leeftijd is overleden, was Richard II een wijze en goedaardige idealist die het beste voorhad met zijn onderdanen.

Een paar jaar geleden had Jones het herstel van Richards reputatie genoemd als een van zijn voornaamste verdiensten, naast het schrijven van kinderboeken. Het was een opmerkelijke openbaring van de acteur, schrijver en filmmaker die bij het grote publiek vooral bekend was geworden door zijn rollen in Monty Python’s Flying Circus, het satirische sketchprogramma van de bbc dat tussen 1969 en 1974 net zo revolutionair op het gebied van de komedie was als The Beatles in de popmuziek.

Jones was de moeder van Brian Cohen die de luiken van haar slaapkamer opengooide en ‘He’s not the Messiah. He’s a very naughty boy. Now go away!’ riep naar de toegestroomde menigte die haar zoon abusievelijk aanzag voor de zoon van God. Jones was ook de naakte man die tussen de sketches door piano speelde. En hij was Mr. Creosote natuurlijk, de absurd dikke man uit The Meaning of Life die in een deftig restaurant, tussen het overgeven door, een twintiggangenmenu at en uiteindelijk ontplofte nadat hij de verleiding niet had kunnen weerstaan om nog een After Eight te verorberen.

Samen met Michael Palin behoorde Jones tot de ‘Oxford-vleugel’ van het Python-zestal. De twee schreven absurdistische sketches waarbij het beeld een grote rol speelde. Ze hoefden niet per se te eindigen met een uitsmijter. Hun bekendste Python-sketch zou de satirische lofzang op Spam worden, waarmee ze de spot dreven met de magere Engelse keuken (‘Spam, spam, spam, spam, eggs, bacon and spam. Without the eggs and the bacon’). Dankzij deze sketch gebruiken we de term ‘spam’ nog steeds, voor ongewenste mail.

Een geheel andere stijl had het briljante Cambridge-duo Graham Chapman en John Cleese, de Lennon en McCartney van de Pythons. Zij schreven klassieke, taalgevoelige sketches met een trefzeker einde. De derde Cambridge-man, Eric Idle, richtte zich op liedjes, terwijl de Amerikaanse animator Terry Gilliam geen Oxbridge-student was en altijd een buitenbeentje zou blijven. Tezamen vormden ze een geniaal zestal. Voor het wel-of-geen-einde-probleem vonden ze een elegante oplossing: John Cleese die als nieuwslezer aankondigde dat het nu tijd was voor iets geheel anders.

Politiek gezien was Jones de meest uitgesprokene

Maar er waren altijd spanningen, die in 1974 zorgden voor een breuk toen Cleese, de moeilijkste van de zes, opstapte. De solocarrières wisselden. Idle en de jong overleden Chapman hadden het niet makkelijk. Cleese beleefde grote successen met Fawlty Towers, Palin bezocht alle landen ter wereld voor reisdocumentaires en Jones bleek, getuige de drie Monty Python-films – Life of Brian, The Meaning of Life en Monty Python and the Holy Grail – een begenadigd regisseur te zijn. Tevens bewees hij de meest veelzijdige ex-Python te zijn.

Terence Graham Parry Jones werd in Colwyn Bay, Noord-Wales, geboren. Zijn vader, een bankbediende die diende in India, zou hij pas na de oorlog voor het eerst zien. Het gezin verhuisde naar Surrey, een welvarend graafschap ten zuiden van Londen, waar Terry naar een staatsgymnasium ging. Veel plezier beleefde hij aan rugby en schieten. De volgende halte was St Edmund Hall, het Oxford-college waar hij Engels ging studeren en zich stortte op het theater. De timing was perfect: comedy stond, net als de popmuziek, aan het begin van een gouden eeuw die inmiddels al lang voorbij is.

Op de universiteit ontdekte hij ook zijn liefde voor de Middeleeuwen, een tijd die volgens Jones minder donker was dan de term ‘Dark Ages’ doet vermoeden. The Holy Grail getuigt van deze belangstelling, net als Chaucer’s Knight: Portrait of a Medieval Mercenary, het boek over de dichter Geoffrey Chaucer dat hij in 1980 uitbracht. Hij ging nog verder terug in de tijd en publiceerde drie jaar later het kinderboek The Saga of Erik the Viking. Dit vormde de basis voor een komische fantasy-serie. In 2014, een jaar voor hij de diagnose kreeg dat hij een zeldzame vorm van dementie had, trad hij met de andere nog levende Pythons op tijdens een reünie in The 02 in Londen.

Van alle Pythons was Jones de gevoeligste, en politiek gezien de meest uitgesprokene. Dat bleek rond de Irak-oorlog. Hij schreef kritische stukken over het avontuur van Bush en Blair in Irak, wat leidde tot de bundel Terry Jones’s War on the War on Terror (2005). Hij was woedend over de manipulatie van de publieke opinie door Tony Blair en diens spindoctor Alastair Campbell, en achtte de bbc medeplichtig. Het toonde de actualiteit aan van zijn ‘campagne’ voor Richard II, de nobele koning die het slachtoffer was geworden van de spindoctor van de Tudors: William Shakespeare.

Jones trouwde twee keer: in 1970 met studiegenoot Alison Telfer en acht jaar geleden met de 41 jaar jongere Anna Söderström. Op de bruiloft schitterden de ex-Pythons door hun afwezigheid. Ze zullen wel bij de uitvaart zijn, en er zal gelachen worden. Bij die van Chapman maakte Cleese grappen over hun gestorven collega, maar één Python vocht tegen de tranen: Terry Jones.