Terug bij af

In de Bijlmer zweert de Surinaamse jeugd bij Louis Farrakhan, in de binnenlanden van Suriname wenst men Wilhelmina terug. Want wanhopige mensen idealiseren zelfs hun koloniale verleden. Stanley Rensch vecht ondertussen voor een welvarend en menswaardig Suriname. ‘Ik blijf maar optimistisch om niet te hoeven huilen.’
EEN RECENT ONDERZOEK van de Wereldbank wees uit dat Suriname tot een van de vijftig rijkste landen ter wereld moet worden gerekend, waarmee het Nederland ver achter zich laat. Op grond van nieuwe economische rekenmethodes, waarbij vooral de natuurlijke rijkdom van een land als uitgangspunt wordt genomen, alsmede de potentiele beroepsbevolking, kwam de Wereldbank tot de conclusie dat de gemiddelde rijkdom van de Surinamer 384.000 gulden bedraagt. Dit was natuurlijk vooral een abstracte exercitie van de bank, een andere wijze van kijken naar de rijkdom van een land dan tot nog toe gebruikelijk was, maar het zegt wel iets over de potentie die Suriname met zijn weelderige voorraden tropisch regenwoud, bauxiet en ijzererts nog steeds heeft.

Het tragische van Suriname is dat al die weelde ook na twintig jaar onafhankelijkheid nog steeds niet bijdraagt aan de ontwikkeling van het gehele land en zijn bevolking. Integendeel: Suriname staat op dit moment aan de vooravond van een nieuwe kolonialisering. Niet door een andere natie, maar door multinationals, die in samenspraak met een machtige oligarchie die het land inmiddels fors in de greep heeft, over Suriname regeren als waren zij de rechtmatige erfgenamen van de West-Indische Compagnie.
Het vanuit Canada opererende goudconsortium Golden Star rukt met complete paramilitaire organisaties op in de binnenlanden van Suriname. De plaatselijke bevolking, die zo'n dertig jaar geleden al eens van de geboortegrond werd verdreven om plaats te maken voor de kolossale stuwdam te Afobaka, wordt dezer dagen weer verdreven, dit keer om plaats te maken voor een aanwakkerende goudkoorts. Indonesische houtkapbedrijven, het inmiddels wijd en zijd beruchte Musa voorop, krijgen voor een appel en een ei gigantische concessies los voor het kaalkappen van de regenwouden. Ook deze firma’s bedienen zich van een eigen semi-militaire troepenmacht, die met toestemming van de Surinaamse autoriteiten mag worden ingezet en die alweer de inheemse bosbevolking terroriseert. Musa beschikt over zulke buitensporige vergunningen dat de firma nauwelijks repercussies ondervindt van het illegaal kappen van verschillende soorten beschermd verklaarde bomen. Suriname is, om kort te gaan, terug bij af. Terwijl onder Nederlands koloniaal bewind de bauxietvoorraad van het land in recordtempo werd uitgevoerd, is het nu tijd voor het goud en het hout.
STANLEY RENSCH, de bekendste, zo niet enige mensenrechtenactivist in Suriname, ziet al deze ontwikkelingen met lede ogen aan. ‘De gedachte aan de mogelijkheden die Suriname toch nog heeft dankzij de natuurlijke hulpbronnen, houdt me op de been’, zegt hij. 'Het moet mogelijk zijn om van Suriname ooit een goed en rechtvaardig land te maken. Maar als je ziet wat er tegenwoordig in naam van de grote bedrijven wordt gedaan tegen de bosnegers en de Indianen, is het toch een soort optimisme dat voortkomt uit een behoefte om niet te huilen.’
Als kind werd Rensch samen met zijn familie uit zijn dorp Ganzee verdreven om plaats te maken voor het gigantische stuwmeer en de Afobaka-dam. 'Dat waren al afschuwelijke gebeurtenissen. Mensen die daar sinds mensenheugenis woonden, werden gewoonweg verdreven. Veel van die mensen kwamen uiteindelijk terecht in het plaatsje Nieuw Koffiekamp, waar hen werd beloofd dat ze hun traditionele leefwijze ongestoord konden voortzetten. Onlangs is daar in de buurt echter goud gevonden, en vanaf dat moment begon de hele geschiedenis eigenlijk weer opnieuw.
De bewoners van het binnenland, de bosnegers en de inheemsen, zijn nog steeds geheel rechteloos in het Suriname van nu. Ze kunnen zich nergens op beroepen, niemand is er om hen te beschermen. Ze zijn ook nog steeds volkomen geisoleerd. Tweehonderd kilometer buiten Paramaribo houden de wegen op, en de wegen die er zijn, zijn zo moeilijk begaanbaar dat je er twee dagen over doet met de auto. De onafhankelijkheid heeft het binnenland helemaal niets gebracht. Waren de “founding fathers” van onze natie al iedere dag in touw om het land uit te persen, de Surinaamse machthebbers van tegenwoordig doen precies hetzelfde. Nog steeds is er niets opgebouwd. De gift van onafhankelijkheid kon indertijd natuurlijk niet worden geweigerd, dat was een blamage geweest, maar steeds heftiger dringt de vraag zich op waar die onafhankelijk in hemelsnaam voor dient. Er is helemaal niets mee gebeurd. Er is geen fundering voor een nieuwe samenleving gelegd, er is geen gelijkwaardigheid, het land verkeert in de greep van een oligarchie die zowel het zakenleven als de oude politieke partijen controleert.
We hebben er als Surinamers nu een leerschool van twintig jaar op zitten, en we zijn nog geen stap verder, hebben eerder een stap terug gedaan. Het land is er slechter aan toe dan het gemiddelde derde-wereldland. En dat voor een land met zoveel natuurlijke rijkdommen en slechts 400.000 inwoners, ongeveer evenveel mensen als er dagelijks bij Albert Heijn in Nederland boodschappen komen doen.’
Het leed dat de binnenlandse bevolking van Suriname de laatste jaren is aangedaan, tart volgens Rensch iedere beschrijving. Het grootste probleem is nu de totale verpaupering. Rensch: 'Geen wonder dat die mensen tegenwoordig openlijk dromen van een terugkeer naar de koloniale tijd. Niet dat het toen zo veel beter was, maar omdat wanhopige mensen nu eenmaal altijd hun verleden plegen te idealiseren. Dan hoor je opeens in zo'n dorp in het bos: “Leefde Wilhelmina nog maar.”
In feite is er voor die mensen niet zo veel veranderd. Vroeger kwamen de kolonialen hen kopen met kraaltjes en spiegeltjes, tegenwoordig doen ze dat met drank, rijst en sigaretten. Nog steeds worden die mensen systematisch dom gehouden. De meest elementaire vormen van onderwijs worden hen onthouden. Ik ben geen voorstander van het grote komplot-denken, maar ik weet zeker dat men het educatieniveau daar bewust laag houdt. Op deze manier heeft men ze makkelijk in de hand, niet? Wie hen te eten geeft, krijgt straks ook hun stem bij de verkiezingen, zo simpel is het.
Vaststaat dat de mensen in het binnenland helemaal niet om de onafhankelijkheid hebben gevraagd. Voor hen is het kolonialisme altijd gebleven. Was de kolonisator vroeger Nederland, tegenwoordig is het Paramaribo. Voor de mensen daar maakt dat eigenlijk niet zo'n groot verschil.’
Voor Rensch begon tien jaar geleden een ander leven. Tot dan was hij onderdirecteur bij het ministerie van Onderwijs in Paramaribo. Op een dag besloot hij dat hij niet langer op een lijn kon staan het regime-Bouterse en de aanpalende politieke partijen. Nadat hij dit had meegedeeld aan zijn superieuren, werd Rensch als leraar overgeplaatst naar de kweekschool. Vandaaruit rolde hij eigenlijk automatisch de mensenrechtenbeweging in. Rensch: 'Het begon allemaal toen mijn broer en zijn vrouw op vliegveld Zanderij werden gearresteerd wegens het in het bezit hebben van verboden lectuur. Mijn broer gaf namelijk een weekblad uit dat door het regime opruiend werd genoemd. Het eind van het liedje was dat het paspoort van mijn broer werd afgenomen, zodat hij in feite in Suriname gevangen was gezet. Daar heb ik toen met succes tegen geageerd, en vanaf dat moment begonnen de mensen naar me toe te komen met klachten over het optreden van de militairen en hun handlangers.’
Rensch kwam met name op voor de verdrukte bevolking in de binnenlanden van Suriname. 'De mensen in de stad weten hun recht meestal wel zelf te vinden. Maar daar weten ze niet eens dat er zoiets als rechten bestaan.’ Rensch ontdekte massagraven van uitgemoorde dorpen, stelde mishandelingen aan de kaak, ijverde keer op keer voor het bestraffen van de verantwoordelijken, en werd steeds inniger gehaat door de machthebbers in Paramaribo. 'Nooit zal ik een zitting van het parlement vergeten waarbij werd gezegd dat die massagraven van mij niets voorstelden. “Komt u maar eens terug als u een graf heeft gevonden met meer dan honderd lijken”, kreeg ik te horen.’
Diverse malen al werd Rensch met de dood bedreigd, een paar keer vielen er schoten. Zijn familie is inmiddels grotendeels ondergebracht in Nederland en de Verenigde Staten, maar Rensch is vast van plan om in Suriname te blijven. Momenteel verblijft hij wegens een medische behandeling in Nederland, maar medio november hoopt hij definitief naar Suriname af te reizen om met zijn echtgenote ergens in de binnenlanden neer te strijken. 'Ik ga een hutje bouwen in het bos. In Paramaribo wil ik absoluut niet meer zitten.’
Hij is geen voorstander van 'herkolonisatie’ zoals die de laatste tijd wordt gepropageerd als antiserum tegen het huidige machtsmisbruik in Suriname. Wel zou Rensch graag zien dat de banden tussen Nederland en Suriname worden aangehaald, bijvoorbeeld op het terrein van justitiele samenwerking. Rensch: 'We zitten nu eenmaal met de situatie dat Suriname op dat gebied zijn eigen problemen niet aankan. Om iets van elementaire welvaart te kunnen introduceren in het land, zal er eerst een rechtsstaat moeten komen. Daar is nu zelfs geen spoor van. Tegelijkertijd zal er een decentralisatie van de macht moeten plaatsvinden. Suriname wordt nu geregeerd door Paramaribo, en alles is ook bestemd voor Paramaribo. Wil je het land een beetje fatsoenlijk gaan ontwikkelen, dan moet dat zeker veranderen. Die discussie begint nu eindelijk op gang te komen. In feite moet er een geheel nieuwe bestuurlijke orde komen.’
In de ogen van Rensch heeft de huidige regering onder leiding van president Venetiaan totaal gefaald in het entameren van een nieuwe democratische gezindheid. 'Chili en Argentie hebben duidelijk aangetoond dat een dictatuur niet in een democratie kan veranderen zonder dat er ook een nieuwe politieke orde wordt geintroduceerd. Als de handlangers van de dictatuur blijven zitten, verandert er eigenlijk niets. Dat zie je in Suriname nu ook.
De grootste fout die president Venetiaan in mijn ogen heeft begaan, is dat hij voor bijna alle misdaden die onder het regime-Bouterse zijn begaan, amnestie heeft verleend. Dat gebeurde in het kader van de Wet op de rechtshandhaving en gold voor de periode 1985-1992. Dat besluit kwam een jaar na het aantreden van Venetiaan, het was eigenlijk zijn eerste daad van politieke importantie, en een rampzalige. Zo heeft hij tal van gruweldaden onbestraft gelaten. Zelfs onderzoek naar diverse moordpartijen werd onmogelijk verklaard, inclusief die naar de 8 december-moorden, de moord op de politieman Gooding, en de moorden op diverse Indianen. Afgezien van misdaden tegen de menselijkheid wordt alles vergeven. Dat is gebeurd zonder dat de slachtoffers of hun nabestaanden ook maar zijn gehoord door de regering.
Zonder vervolging van de schuldigen en compensatie voor de slachtoffers is het in mijn ogen helemaal niet mogelijk een rechtsstaat te vestigen. Inmiddels is er door een uitspraak van het Interamerikaanse hof in Costa Rica wel enig zicht gekomen op financiele compensatie voor de slachtoffers van de militaire dictatuur in Suriname, maar Venetiaan had natuurlijk zelf dat initiatief moeten nemen. Ik vind hem geen goede dictator, om het zo maar te zeggen.’
RENSCH IS voorstander van een harde lijn ten opzichte van degenen die misdaden hebben begaan onder het regime Bouterse. Ook zou hij liever vandaag dan morgen zien dat 'Bouta’ wordt vervolgd vanwege zijn vermeende aandeel in de internationale drugshandel. 'Wat mij betreft krijgt Bouterse net zo'n behandeling als Noriega van Panama, die uiteindelijk door de Amerikanen is weggevoerd en in de boeien geslagen. Justitie in Den Haag schijnt al jaren bezig te zijn met het vergaren van bewijslast tegen Bouterse, dus van mij mogen ze aan de slag. Wat mij betreft zetten ze hem dan ook in een Nederlandse gevangenis.
Maar eerlijk gezegd zie ik dat er toch niet van komen. Uiteindelijk hadden de Amerikanen ook hele andere motieven dan drugs om Noriega aan te pakken. Die zijn er in het geval van Bouterse waarschijnlijk niet. Aan de andere kant zie ik Bouterse niet zo snel president of premier worden. Hij heeft helemaal geen belang bij zo'n functie. Het is veel meer in zijn belang om een beetje heen en weer te slingeren. Hij is een uiterst gefortuneerd zakenman uiteindelijk, dat gooi je niet zo maar weg voor een beetje politiek. Ik denk ook niet dat Bouterse bij de verkiezingen van volgend jaar zo glansrijk gaat winnen als vaak wordt voorspeld. Zo populair is hij helemaal niet. Als hij al populariteit heeft, is het de populariteit die voortkomt uit angst. Men valt hem niet aan omdat men bang is. Bouterse denkt dan vervolgens dat hij geliefd is. In werkelijkheid komen er heel andere, veel democratischer krachten op, waar Surinames hoop van zal afhangen. Denk aan een partij als DH'91, die toch in een klap het grootste aantal kamerzetels behaalde bij de verkiezingen.’
In de Surinaamse Weekkrant schreef columnist mr. R. G. Wormer afgelopen week een knetterende boutade tegen hen die in Suriname zijn achtergebleven. 'Suriname kent - afgezien van enkelen - geen leiders en beleidsmakers maar slechts warhoofden’, aldus de columnist, 'waardoor land en volk stuur- en richtingloos geworden zijn. Het overgrote deel van het kader is weggetrokken naar het buitenland en dat deel dat thans nog aanwezig is - enkelen uitgezonderd - bestaat slechts uit zelfzuchtige en arrogante maffiozen, stropers, criminelen en eigenbelang predikende uitbuiters.’
Naarmate het verval van Suriname voortschrijdt, weerklinken dit soort analyses steeds luider en steeds vaker. Rensch distantieert zich echter van die trend. 'Suriname heeft veel meer goede mensen in huis dan de buitenwereld, inclusief Nederland, wil aannemen. Als de oude machtsorde eindelijk is gesloopt, zal dat ook vanzelf wel blijken. Dan zal misschien duidelijk worden dat de mensen in Suriname veel meer toekomst hebben dan al die jongens die nu in de Bijlmermeer fan worden van Louis Farrakhan en consorten. Wellicht dat er dan ooit een emigratiegolf uit Amsterdam richting Suriname plaatsvindt in plaats van andersom.’