Terug bij af

De klassenstrijd is niet meer. Nationalisme en religie, die oude erfvijanden, blijken deze eeuw aanzienlijk vitaler dan het socialistische morgenrood. Verworpenen der aarde te over, maar komt er nog een ontwaken?

‘WAT DE SOCIAAL-DEMOCRATIE in honderd jaar heeft opgebouwd, wordt nu binnen een paar jaar tot op de grond toe afgebroken’, verkondigde het Club-van-Rome-lid Wouter van Dieren onlangs in het VPRO-radioprogramma Argos. Van Dieren, samen met Bas de Gaay-Fortman jr. oprichter van de onlangs ontbonden Groene Partij, deed zijn uitlating in verband met het op dat moment door minister Andriessen van Economische Zaken belegde congres over de economische gevolgen van de globalisering. Doordat de moderne technologie en de vorming van een wereldmarkt de industrie en andere bedrijfstakken steeds meer in de gelegenheid stelt om zich waar dan ook te vestigen - met andere woorden: telkens op de plek waar de arbeidskrachten het allergoedkoopst zijn - is het hele verdedigingswezen dat de vakbeweging en politiek links met bloed, zweet en tranen heeft bevochten in een klap een groot anachronisme geworden. Een soort sociaal-economische Maginot-linie, imposant ogend, maar met een simpele omtrekkende manoeuvre eenvoudig te omzeilen.
Het recept voor de komende tijd is al vaak opgediend, al dan niet in schrille bewoordingen. Essentie is telkens: de arbeid van morgen zal stelselmatig naar de landen met de laagste lonen vloeien, zonder dat de bevolking in die landen daar een noemenswaardig voordeel aan zal hebben. De beschikbaarheid van winstverhogende omstandigheden als kinderarbeid en de aanwezigheid van 'stabiele regeringen’ (een stevige dictatuur) zullen bepalende factoren zijn in de global shift die zich momenteel voltrekt in de economie. Een rat race zonder weerga als resultaat. De natuurlijke reserves, zoals de regenwouden, zullen er in een nog hoger opgevoerd tempo doorheen worden gejaagd. De werkloosheid in het Westen zal draconische toppen bereiken. Een nieuw tijdperk van feodalisme is aanstaande.
Aldus het apocalyptische beeld dat Van Dieren schetste. Waar ben je anders Club-van-Rome-lid voor, zullen de sceptici zeggen, al lang gezegend met een olifantshuid waarop de ondergangsscenario’s afketsen die sinds de oprichting in 1968 uit deze denktank naar buiten komen. Toch kan anno 1994 onmogelijk worden ontkend dat links inderdaad een verloren strijd lijkt te hebben gestreden en dat de berusting daarin - al dan niet even zwaarmoedig als Van Dieren - uiterst wijd is verbreid.
Bob Dylan - de linkse bard uit de jaren zestig naar wiens songteksten de PvdA volgens voorzitter Felix Rottenberg veel meer zou moeten luisteren - zingt op een recente CD: 'The world’s gone wrong’, en zijn collega’s uit hetzelfde tijdvak doen het niet voor minder. Neem de Canadees Leonard Cohen: 'Everybody knows that the dice are loaded/ Everybody rolls with their fingers crossed/ Everybody knows the war is over/ Everybody knows the good guys lost/ Everybody knows the fight was fixed/ The poor stay poor, the rich get rich/ That’s how it goes/ Everybody knows.’ De notie van een eindtijd, met als nieuwe kampioen in het denken een politiek, eocologisch en sociaal fatalisme, is zonder meer het leidmotief van de jaren negentig. Slechts weinigen geloven werkelijk nog dat de zaak te redden is, velen zijn gekomen tot het politieke inzicht dat Bob Marley zijn luisteraars meegaf op zijn afscheidselpee: 'It’s no use, nobody can stop them now/ Total destruction is the only solution.’
IN DE TUSSENTIJD stort gewezen links zich massaal in de zelfverloochening. De laatste jaren zijn we om de oren geslagen met publieke spijtbetuigingen van ex- barricadenstapelaars. Wonderbaarlijke bekeringen tot het gedachtengoed van J.L. Heldring c.s. vonden aan de lopende band plaats. De cynische rede van de patricier die de wereld als een schaakbord ziet, wordt opeens als lucide en helder ervaren. Elk appel aan onrecht in de wereld is opeens 'naief’ geworden, het onderscheid tussen links en rechts wordt algemeen verworpen. 'De mens is de mens een wolf’, zegt men elkaar na, sufgebeukt door de ene na de andere in krantekoppen verpakte catastrofe en wereldbrand. Wat er rest aan verontwaardiging over de gruwelen in diverse plekken op aarde wordt gekanaliseerd in een hernieuwd enthousiasme voor de gewapende strijd - zie Joegoslavie, zie Afrika. Het is het laatste wanhoopsbod van een stervende beweging.
'Loopt de historische rol van links ten einde?’ zo vraagt de Italiaanse politieke wetenschapper Norberto Bobbio zich af in de verzamelbundel What’s Left?, het resultaat van een belangwekkend colloquium dat onlangs in Turijn werd gehouden. 'Geleidelijk aan wordt duidelijk dat het merendeel van de problemen die de mensheid bedreigen op de drempel van een nieuw millennium, voor links geen traditionele vraagstukken vormen’, aldus Bobbio. 'Linkse partijen worden geconfronteerd met problemen die geen deel uitmaken van hun historische erfgoed. Deze problemen, waarvan de reikwijdte enorm is indien men beseft dat het overleven van de mensheid als zodanig op het spel staat, betreffen de volgende drie: het vraagstuk van oorlog en vrede in het atoomtijdperk; de voortschrijdende milieuvervuiling en de toenemende schaarste aan grondstoffen; en de exponentiele bevolkingsgroei, die de bewoonbaarheid van deze planeet in gevaar brengt. Uit de bevolkingstoename volgt onvermijdelijk de noodzaak tot een steeds verdergaande uitbuiting van de ter beschikking bestaande bronnen. De oplopende schaarste aan goederen kan belangrijke conflicten veroorzaken, een ware strijd om het bestaan, waarbij de sterksten met de dodelijkste wapens zullen zegevieren. Het nieuwe hieraan in vergelijking tot andere problemen waarmee de mensheid in de loop van haar geschiedenis is geconfronteerd geweest, is het feit dat het uitblijven van een oplossing voor het eerst niet het lot van een of ander volk, of van een bepaalde klasse bezegelt, maar dat van de mens als zodanig. Het zou het einde van de mensheid op aarde betekenen. In het licht van deze niet eerder vertoonde dreiging schijnt het traditionele onderscheid tussen rechts en links onbelangrijk.’
Het probleem van hedendaags links, aldus Bobbio, is dat ze in feite met lege handen staat om de problemen van deze tijd te bestrijden. De uitgangspunten en strategieen zijn antiek geworden, illusies in rook opgegaan. Nationalisme en religie, die oude erfvijanden, blijken opeens aanzienlijk vitaler dan het model van de klassenstrijd. 'De uitbarsting van etnische schermutselingen, van onverwachte stammentwisten en gevechten om religieuze suprematie, zoals tussen hindoes en moslims, levert een historisch beeld op dat totaal haaks staat op de geschiedopvatting die ervan uitging dat de geschiedenis van de maatschappij “de geschiedenis van klassenstrijd” is’, schrijft Bobbio.
Het model van de klassenstrijd was ook al onderuitgehaald door de enorme migratie van arbeiders vanuit de armere landen naar het Westen, aldus Bobbio. Aangezien de arbeiders uit de rijke landen inmiddels zijn verworden tot een conservatieve middenklasse, blijft van de traditionele socialistische solidariteitsgedachte 'Proletariers aller landen, verenigt u!’ bar weinig over. Klassen bestaan niet meer, aldus Bobbio, 'er zijn slechts ontelbare groepen van verworpenen der aarde, gescheiden van elkaar door grote afstanden, die Amerika scheiden van Afrika, en Afrika van Azie.’ Zijn conclusie is dat links naar haar aard tot mislukken is gedoemd indien ze zich niet weet om te vormen tot 'een grote gemeenschappelijke beweging’, van 'de krottenbewoners uit Rio’ tot 'de daklozen van Bombay’.
'ZOALS DE TRIOMF van de christelijke kerk de val is geweest van het christelijk beginsel, zo zal de zegepraal van de sociaal-democratie de nederlaag van het socialisme zijn’, zo profeteerde Ferdinand Domela Nieuwenhuis honderd jaar geleden bij de oprichting van de SDAP. 'De sociaal- democratische partij zal tenslotte ontaarden in een doodgewone hervormingspartij.’ Anno 1994 mag die banvloek voor de volle honderd procent uitgekomen worden genoemd. Het is zelfs de vraag of de PvdA nog wel als een 'doodgewone hervormingspartij’ kan worden gezien. Eerder is zij nu een conserverende beweging geworden, gericht op het pappen en nathouden van een sociaal-economische structuur waar de traditionele achterban zijn belangen het beste door beschermd weet - de tot middenklasse opgeklommen proletariers met wier conservatisme Bobbio, en vele linkse strategen met hem, het zo moeilijk heeft.
Als de formatie straks fatsoenlijk verloopt, wordt Wim Kok in de stroom van zijn 'nederlaagoverwinning’ bij de laatste kamerverkiezingen de derde socialistische premier in de Nederlandse geschiedenis. Net als Drees en Den Uyl voor hem zal hij zijn vorstin ongetwijfeld voorbeeldig dienen, en erger nog dan nu al het geval is, zullen mensen die zich door hem verraden achten, zijn naam door het slijk halen. Het is het onvermijdelijke uitvloeisel van een politiek waarbij de sociaal- democraten hun achterban moeten verdedigen tegen andere groepen die aanspraken maken op hun privileges, om precies te zijn: de migranten en de eigen jeugd.
Dit is geen sombere profetie, maar al te zeer realiteit. Zie de beloonde ijver van Aad Kosto als de Cerberus van de verzorgingsstaat, zie het antieke taferelen a la het Palingoproer oproepende enthousiasme waarmee de Haagse politie onder deskundige PvdA-leiding protesterende studenten van de straten mepte. Alle debatten die de toon van het hedendaagse PvdA-discours bepalen en de reikwijdte van de sociaal-democratische toekomst definieren, zijn beperkt tot de wensen en eisen van een steeds geisoleerder in de samenleving staande groep.
In die zin is de PvdA niet meer een politieke partij, maar een grootscheepse nepotistische onderneming, de 'Camorra van de Lage Landen’ als het ware, een 'grote witte broederschap’ die via de tentakels van de vakbeweging en een monsterverbond met de christen-democraten kunstmatig in leven kan worden gehouden. Het klassebewustzijn is al lang vervangen door een voorheen hartstochtelijk gehaat, primitief organisatiemodel: dat van het nationalisme. Want dat is, hoe men het ook wendt of keert, de schrille teneur die achter al die wanhopige achterhoedegevechten om het behoud van de WAO, AOW en WW steekt: de notie van 'eigen volk eerst’.
Binnen de huidige PvdA-constellatie is de internationale solidariteitsgedachte beperkt tot de ijver van Relus ter Beek om het defensiebudget te verhogen en de hete tranen van een uit een hels oord in Afrika of van een spectaculaire jeep-tocht langs bommen en granaten door het voormalige Joegoslavie teruggekeerde Jan Pronk.
DIT TERUGTREKKEN OP eigen bastion, een koers die je tot in de schrifturen van een gewezen radicalinski als Ruud Vreeman kan terugvinden, is gegeven de omstandigheden volkomen begrijpelijk. Het kosmopolitische uitzicht van de vroegere sociaal-democratie is zo goed als verdwenen. De Socialistische Internationale zit zwaar in de mineur. De estafette aan corruptieschandalen binnen de zusterpartijen in Italie, Duitsland, Frankrijk, Spanje en Belgie heeft de PvdA kopschuw gemaakt voor al te uitbundig beleden banden. Die argwaan leidde er al toe dat de internationaal secretaris van de PvdA, Jan Marinus Wiersma, in een eerder stadium alle PvdA- medewerking aan een Europees programma voor de sociaal- democraten van de hand wees, daar de zusterpartijen zich eerst maar eens intern dienden te zuiveren.
Met de collega’s in het arme Europese zuiden heeft men al helemaal geen liefdesband meer. Ook in de ogen van de Nederlandse sociaal-democraten is de wonderbaarlijk herrezen socialistische Griekse premier Papandreou een gevaarlijke ondergraver van de pan-Europese gedachte. Het noord-zuid-conflict dat steeds heftiger wordt uitgevochten heeft ook binnen de Socialistische Internationale reeds voor een forse kloof gezorgd. Eenzamer dan nu heeft PvdA in internationaal verband nog nooit in het leven gestaan. Nu de Nederlandse sociaal-democraten zelfs niet meer bij machte zijn een vriendschappelijke band te onderhouden met de collega’s binnen het Europese verband, moet aansluiting met Bobbio’s mondiale unie van vertrapten al helemaal kansloos worden geacht. Het feit dat in de armste EU-lidstaat Portugal eerder dit jaar kinderarbeid wettelijk werd gelegaliseerd, is in dit verband een schrijnende nederlaag voor de Europese sociaal- democratische beweging. Zoals het ook een droevige bevestiging is van de onheilsprofetie van Van Dieren.
DE TRAGIEK VAN DE PVDA nu is echter dat zelfs de missie binnen het zelfverkozen reservaat van vertegenwoordiging van zeer beperkte belangen tot mislukken is gedoemd. De eerste signalen in die richting zijn al luid en duidelijk afgegeven. Het electorale succes van politiek grijs bij de laatste kamerverkiezingen is een belangrijke indicatie van verbrokkeling. Ook de stelselmatige groei van de verpolitiekte xenofobie gaat ten koste van het sociaal-democratische bolwerk. De entree van de Socialistische Partij in het parlement is ook al zo'n veeg teken aan de wand deze gewezen Peking-eenden zullen de komende jaren electoraal goudgaren spinnen bij ieder financieel offer dat Kok noodgedwongen van zijn eigen achterban zal verlangen.
Politiek succesvolle tijden kunnen het ook worden door een uitgesproken sociaal-economische clanleider als ex- AbvaKabo-man Jaap van der Scheur, die al bij de laatste campagnestrijd hoge ogen gooide met een uiterst fel getoonzet visioen van een Spartacus-achtige opstand van bejaarden, bijstandsmoeders en andere verdrukten. Ook binnen GroenLinks, dat de afgelopen periode zo verwoed haar best heeft gedaan om toch vooral respectabel en regerings-fahig over te komen, is van een koude kermis teruggekomen. Sinds de afgelopen electorale oorvijg wordt er in de partij van Paul Rosenmoller en Mohamed Rabbae niet alleen openlijk geruzied over de aanwezigheid van een 'conservatieve kolonne’ binnen de eigen gelederen, ook worden er in het partij-orgaan hartstochtelijke pleidooien gehouden voor vergaande polarisatie. Gesproken wordt dan over 'nieuwe brutaliteit’. Het is een deels sentimenteel, deels ook puur pragmatisch verlangen naar nieuwe bravoure, dat diep is verankerd. Zelfs de politiek commentator van Trouw, Willem Breedveld, brak er onlangs een lans voor.
Vanzelfsprekend is dat sentiment ook tot de PvdA doorgedrongen. Handicap is alleen dat de partij sinds de era- Kok zijn intrede deed (of eigenlijk al eerder, toen de partij zich medio jaren tachtig op aandringen van katerige ex-Nieuw- Linksers als Andre van der Louw bekeerde tot het Nieuwe Realisme) personeel en politiek zo verbonden is geraakt aan het huidige maatschappelijke conserveringsproces van afscherming en inperking van de verzorgingsstaat, dat de meer flamboyante instincten alleen nog maar in de grootste beslotenheid kunnen worden geventileerd. De partij zit vast aan duizenden sociale contracten, waarvan alleen al de zorg tot behoud in afgeslankte vorm het hele politieke traject dicteert.
Vandaar de geestdrift die ontevreden geesten binnen de partij momenteel aan de dag leggen voor de vorming van een progressieve volkspartij met D66 en GroenLinks. Het hartstochtelijke pleidooi dat Paul Kalma, directeur van Wiardi Beckman-stichting, in het gedenkboek Honderd jaar sociaal- democratie in Nederland 1894-1994 houdt voor progressieve samenwerking en een progressieve volkspartij, is vooral het resultaat van het inzicht dat de PvdA het niet meer redt met het voor handen liggende instrumentarium. Alleen een Big Bang van de progressieve krachten kan het steeds verder gaande tij van de restauratie nog keren en nieuwe impulsen geven aan een beweging die is vastgelopen op enerzijds haar eigen behoedzaamheid en anderzijds een oppositie die veel vitaler en levenskrachtiger blijkt dan tot voor kort werd aangenomen.
Na honderd jaar is de sociaal-democratie op een dood spoor terecht gekomen, hoe pijnlijk deze constatering ook is. Een geschikter moment tot opheffing is niet voor handen. Doorgaan op deze weg staat gelijk aan proberen olifanten dood te gooien met watjes. We zijn weer terug bij af.