Andere foto’s uit Irak

Terug naar de hel

Duizenden Amerikaanse soldaten brengen de gruwelen van de oorlog in Irak, die op het westerse nieuws niet getoond worden, mee naar huis. Eén van hen besloot dat de beelden van de échte oorlog eindelijk getoond moesten worden.

Boven het hoofd van een Amerikaanse militair achter een zwaar machinegeweer hangt een tekstwolkje: «Wat is dit? Ik ben christen, man. Ik vermoord mensen!!» Dit lijkt een stripverhaal. Maar sciencefiction, fantasie of absurde humor komen er niet in voor. De foto’s zijn echt. Gruwelijk echt. Samen met de tekstwolkjes vertellen ze een episode uit het leven van sergeant R., een Amerikaanse militair die diende in Irak.

Hij kwam naast haar zitten op een vlucht van Parijs naar de Verenigde Staten. Ge kleed in zijn camouflagepak. Hij kon het nauwelijks geloven: twee weken verlof had hij gewonnen in een loterij van het Amerikaanse leger. Hij mocht even naar huis, naar zijn vrouw en kindje. Penny Allen was nieuwsgierig en raakte met hem aan de praat. Sergeant R. vertelde zijn verhaal, urenlang. Hij was opgewonden en verward. Toen de vlucht bijna ten einde was, liet hij haar op zijn laptop een filmpje zien dat hij en zijn makkers uit zijn gevechtseenheid maakten. De beelden waren schokkend. Penny Allen, een Amerikaanse filmmaakster en kunstenares woonachtig in Parijs, beloofde contact met sergeant R. te houden. Hij vertelde haar dat hij vond dat mensen moesten weten hoe gruwelijk de oorlog in Irak werkelijk was. Niet lang daarna viel de eerste envelop uit Irak op haar Franse deurmat. De sergeant stuurde een wegwerpcamera en een korte brief. Er volgden meer pakjes met foto’s en de film die hij haar in het vliegtuig liet zien.
Allen antwoordde steeds op zijn post. Maar vanaf april keerden haar brieven ongeopend terug. Adres onbekend. «Ik maakte me zorgen. Ik was bang dat hij gesneuveld was. Maar ik kon zijn naam niet vinden in de dodenlijsten van het Pentagon. Daarom dacht ik dat hij misschien gewond was geraakt. Het Pentagon publiceert geen namen van gewonden, dus ik kon dat niet controleren.» Het lukte Penny Allen om de ouders van sergeant R. te traceren. Zo kwam ze erachter dat hij nog leefde en ongedeerd was. «Toen, op een zaterdagavond, belde hij terug. Ik was zo blij. Hij vertelde me dat zijn eenheid op een geheime missie was gestuurd. Hij en zijn collega’s zijn blijkbaar goed in hun vak. Daarom worden ze voor de zwaarste klussen ingezet. Aan de telefoon vertelde hij me weer verschrikkelijke verhalen over wat hij had meegemaakt. Hij bleef maar zeggen dat ik iets moest doen met wat hij me opstuurde.»
Penny Allen wilde proberen een documentaire te maken van het materiaal van sergeant R. Ze zocht contact met filmproducenten. Maar die waren niet happig. Toen ze R. nogmaals aan de telefoon had gehad, besloot ze zelf met de beelden van de oorlog aan de slag te gaan. Ze maakte een korte, indringende fotoroman, getiteld War Is Hell. De foto’s en teksten tonen het ongecensureerde verhaal van de verkenningseenheid van sergeant R. die er op uit trekt in Abraham-tanks, pantserwagens en humvees. Zij moeten snelwegen, bruggen en dorpen controleren op de aanwezigheid van bommen en rebellen. Er vallen doden. Amerikaanse en Iraakse. Op de foto’s en videostills waaruit de fotoroman is opgebouwd, worden ze zonder terughoudendheid vastgelegd. Dit is wat schuilgaat achter de rookpluimen en afstandopnames waarmee doorgaans de gevolgen van zelfmoordaanslagen en andere oorlogstaferelen in Irak worden getoond. Dít is oorlog, is de boodschap van sergeant R., dit is de hel. War Is Hell toont de gore gruwelijkheid van een oorlog waar ook Nederland bij betrokken is door de politieke steun die het geeft. En dat vereist een sterke maag.
Omdat R. bang is dat hij in problemen komt als zijn naam bekend wordt, houdt Penny Allen die geheim. Volgens Allen is R. niet politiek gemotiveerd. Hij heeft het in zijn brieven en aan de telefoon niet over de redenen waarom hij en zijn makkers in Irak moeten vechten. Penny Allen: «Zijn verhaal is ambivalent. Hij is geschokt door wat hij heeft meegemaakt. Hij wil dat laten zien, omdat hij het gevoel heeft dat mensen niet beseffen hoe afgrijselijk de oorlog is. Hij plaatst vraagtekens bij de methode van oorlogvoering in Irak. Maar hij is niet tegen oorlog in het algemeen. En ook niet tegen de oorlog in Irak. Hij weigert te deserteren, want dat vindt hij een schande. Die dubbele houding komt minstens voor de helft door zijn vader. Een klassieke, conservatieve, rechtse man. Zeer pro-Bush en heel erg voor de oorlog in Irak.»
«Als mijn vader erachter komt dat jij mijn foto’s publiceert, vermoordt hij me. Hij is primitief», vertelde R. aan Allen.

Volgens cijfers van het Pentagon uit mei 2005 zijn iets meer dan vijfduizend Amerikaanse militairen gedeserteerd. Volgens anti-oorlogsactivisten zijn het er veel meer. Een van de telefonische hulplijnen voor militairen die uit de krijgsmacht willen wegens de oorlogen in Irak en Afghanistan ontvangt maandelijks drieduizend tele foontjes. Er zijn beroemde deserteurs, zoals staff sergeant Camilo Mejia, die om politieke redenen weigerde nog langer te dienen in Irak. Hij kreeg een jaar gevangenisstraf.
Sergeant Kevin Benderman weigerde met zijn eenheid terug te keren naar Irak voor nóg een tour of duty. Hij werd gekweld door her inneringen aan het eerste verblijf. Gebom bardeerde dorpen, wanhopige mensen. Honden die aan lijken vreten, een meisje van een jaar of negen dat over haar hele lichaam verbrand was. Hij meldde zich aan als gewetensbezwaarde en kreeg vijftien maanden celstraf.
Het is een grote stap voor een militair om zijn makkers in de steek te laten. Oneervol ontslag, de celstraf of het vooruitzicht als politiek vluchteling te moeten uitwijken naar Canada maken de drempel om te deserteren nog hoger. In de Amerikaanse krijgsmacht zijn er velen zoals sergeant R. Ze verafschuwen de oorlog maar doen desondanks wat ze als hun plicht zien. De frustraties zijn echter zo hoog opgelopen dat steeds meer militairen lucht geven aan hun afkeer van de oorlog. In Brieven van het front bundelde de Bush-bashing documentairemaker Michael Moore e-mails van Amerikaanse militairen. Moore zegt dat hij er duizenden krijgt, via zijn website. «Wat hun opmerkingen zo uniek en indringend maakt is het feit dat het niet de gebruikelijke kreten zijn uit het linkse kamp of de holle frasen van de antioorlogsbeweging – zij zíjn de oorlogs beweging», schrijft hij: «Hun opmerkingen zijn zo overtuigend omdat zij getuige zijn van de oorlog, de mannen en vrouwen te velde die het dodelijke werk moeten verrichten en die geleidelijk tot de ontdekking komen dat hun werk maar bar weinig te maken heeft met het verdedigen van de Verenigde Staten van Amerika.»

War Is Hell is inmiddels integraal gepubliceerd in World War 3 Illustrated. In Zwitserland, Frankrijk, Duitsland, Argentinië en de Verenigde Staten publiceerden kranten of weekbladen de fotoroman. Niet altijd volledig, in verband met de gruwelijke beelden. Een museum in Pristina (Kosovo) heeft War Is Hell opgenomen in de permanente collectie. Penny Allen hing het werk ter expositie in Portland (Oregon) en in New York City. Bij de eerste expositie, in maart, bleek de fotoroman grote indruk te maken op de bezoekers.
Penny Allen: «Mensen stonden op een kluitje om het te kunnen zien. Er stonden honderden opmerkingen in het gastenboek. Mensen wilden met me praten. Over hoe hun vader terugkwam uit de Tweede Wereldoorlog, over Vietnam. Het leek wel of de beelden een laatje openden in hun geheugen.»
Op een rustige dag kwamen vijf jongens naar de galerie om War Is Hell te zien. Militairen, zojuist terug uit Irak. «Ik was zenuwachtig. Wist niet hoe ze zouden reageerden. ‹Dit is precies zoals het was›, vertelden ze me. Dat deed me goed. Het verhaal van sergeant R. is het verhaal van een individu, maar blijkbaar is het herkenbaar voor wie de oorlog in Irak heeft meegemaakt. Ik vraag me af wat die ervaring met hen doet.»
Sergeant R. is inmiddels terug uit Irak. Hij heeft er twee tours van een jaar op zitten. Zijn reactie op War Is Hell was simpel en direct: «Pretty cool.» Dat was wat Al len wilde horen: «Ik vertel zijn verhaal, dus wat hij er van vindt is voor mij het be langrijkst.» Haar eigen me ning doet er niet toe, vindt ze: «Ik sympathiseer met hun verscheurde zielen. Niet met wat ze daar doen.»

Toen sergeant R. zich weer bij vrouw en kind gevoegd had, wilde hij zijn vrouw duidelijk maken hoe de oorlog in Irak, zíjn oorlog, werkelijk was. Hij nam een fatale beslissing. Hij toonde haar de film die hij en de mannen van zijn eenheid maakten. «Je bent een moordenaar, een monster», zei zijn vrouw toen ze de schokkende beelden had gezien. Ze nam hun kind mee, pakte haar spullen en vertrok.
De reactie van sergeant R. was die van zoveel gekwelde veteranen uit oorlogen. Hij meldde zich vrijwillig aan voor een derde jaar Irak. Terug naar de hel. Dat, zo bleek later, had bijna zijn voltallige verkenningseenheid ook gedaan.
T
Op de website van De Groene Amsterdammer is War Is Hell van Penny Allen in Nederlandse vertaling volledig te zien. De fotoroman bevat schokkende beelden. Daarom is een wachtwoord nodig.
www.groene.nl/pennyallen
inlognaam: groene
wachtwoord: pennyallen
De Engelse versie, afgedrukt in World War 3 Illustrated, kan besteld worden via de website van Penny Allen: www.pennyallen.info