Terug naar de plek van verraad

De 26-jarige schrijfster Yaa Gyasi, geboren in Ghana en opgegroeid in de VS, vertelt in haar ambitieuze debuutroman Homegoing een episch verhaal dat meer dan tweehonderd jaar en zeven generaties op twee continenten omvat. Elk van de veertien hoofdstukken wordt verteld vanuit een nieuw personage, zoon of dochter van het centrale karakter van een voorgaand hoofdstuk.

Medium portret 20yaa 20gyasi 20  20photo  20 c2 a9 20michael 20lionstar

Zo volgen we de generaties afwisselend in Afrika en Amerika. Het lot van de stammoeders, de halfzussen Esi en Effia, bepaalt ook dat van hun nakomelingen. De afstammelingen aan de Afrikaanse kant zijn medeplichtig aan de slavenhandel, strijden tegen de Britse kolonisator en migreren uiteindelijk vrijwillig naar de VS. De zwangere Esi wordt in slavernij naar Amerika verscheept.

De laatste afstammeling van de Afrikaanse kant is de in Ghana geboren maar in Amerika opgegroeide Marjorie, wier leven veel overeenkomsten vertoont met dat van de schrijfster. Marjorie is schrijfster en ontmoet in de VS Marcus, afstammeling van Esi en dus haar verre achterneef. Hij is historicus en probeert in zijn onderzoek te begrijpen hoe de ervaringen van de voorgaande generaties hem hebben gevormd. Het is precies wat Gyasi ook heeft getracht in deze groots opgezette roman, door in elk hoofdstuk een individueel leven en een belangrijk historisch moment samen te brengen.

Hoofdpersoon in het eerste hoofdstuk, Effia, trouwt eind achttiende eeuw een Britse officier. Ze volgt hem naar Cape Coast Castle in het huidige Ghana, een van de veertig forten langs de westkust van waaruit de trans-Atlantische slavenhandel begon. Terwijl haar halfzus Effia boven in het fort woont, wordt Esi met honderden andere vrouwen gevangen gehouden en verkracht in kerkers onder het fort, voordat ze naar het zuiden van de VS wordt verscheept. De kinderen en kleinkinderen van Effia bemiddelen tussen het Britse Rijk en de Asante en Fante. Beide stammen zijn medeplichtig aan de slavenhandel en bij de derde generatie, James, begint de wroeging. De manier waarop de twijfels over slavernij in die tijd ter sprake worden gebracht, doet wat anachronistisch aan. James ontvlucht vol schuldgevoel zijn geprivilegieerde achtergrond om te trouwen met een boerendochter die de kwalijkheid van de stammenstrijd en het verkopen van krijgsgevangen feilloos inziet. Zij beslist om haar ‘eigen natie’ te zijn, voor de moderne lezer misschien een logisch sentiment, maar voor een personage begin negentiende eeuw wat minder.

Gyasi’s stijl is beïnvloed door het magisch-­realisme van Gabriel García Márquez

Aan de andere kant van de oceaan leven de eerste generaties onder het juk van de slavernij, een instituut dat generaties lang wreed en achteloos de familiebanden vernietigt. Kojo, de derde generatie tot slaaf gemaakte, wordt zonder zijn ouders naar het noorden gesmokkeld en bouwt een gelukkig bestaan op als vrije scheepstimmerman in Baltimore. Maar met het doorvoeren van de tweede Fugitive Slave Act in 1850, die bepaalde dat het helpen van gevluchte slaven beboet kon worden en het terugbrengen beloond, waren ook de zwarten in het noorden hun vrijheid niet meer zeker.

De jonge schrijfster heeft veel proberen te doen in deze roman, maar is er niet in geslaagd veertien even belangrijke personages in een roman van slechts driehonderd pagina’s allemaal diepte en geloofwaardigheid te geven. Sommige Amerikaanse personages zijn niet veel meer dan een illustratie van een historisch tijdperk en de Afrikaanse hoofdstukken hebben soms de mythische kwaliteit van sprookjes. Gyasi’s stijl is beïnvloed door het magisch-realisme van Gabriel García Márquez, een van haar voorbeelden. Helaas is het resultaat vooral in het eerste deel nogal kitscherig: voorgevoelens zijn drukkend, vrouwen beeldschoon en liefdes vurig en noodlottig.

De burgeroorlog deelt het boek in twee delen, en al snel wordt duidelijk dat de afschaffing van de slavernij de zwarte burgers in het zuiden niet heel veel meer controle over hun lot brengt. Kojo’s zoon wordt na de afschaffing van de slavernij zonder reden opgepakt en veroordeeld tot dwangarbeid in de mijnen bij Birmingham, een wijdverspreide en lucratieve methode en weinig bekende episode in de Amerikaanse geschiedenis. Na zijn vrijlating wordt hij een vrij mijnwerker en vakbondsleider. Zijn dochter Willie vertrekt naar New York in de hoop carrière te maken als zangeres gedurende de Harlem Renaissance, de bloeiperiode van Afrikaans-Amerikaanse cultuur tijdens het interbellum, maar ontdekt al snel dat ze te donker van huid is voor het podium, hoe goed ze ook kan zingen. Haar zoon, Carson, is begaafd genoeg om de systematische achterstelling van zwarten te doorzien maar machteloos er daadwerkelijk iets aan te veranderen. Gedesillusioneerd door het gebrek aan resultaat van de Civil Rights Movement gaat hij bijna ten onder in de golf van heroïneverslavingen in het Harlem van de jaren zestig van de vorige eeuw.

Gelukkig bevat het tweede deel geslaagde scènes met treffende historische en persoonlijke details die van de roman toch een overtuigend geheel maken. Binnen de roman probeert de schrijfster een samenkomst te creëren tussen de mensenrovers en de tot slaaf gemaakten via Marjorie en Marcus; de homegoing van zwarte Amerikanen is ook een terugkeer naar een plek van verraad door de eigen voorouders. Ondanks de aanvankelijk al te schematisch aandoende opbouw kan Gysai uiteindelijk laten zien hoe elke generatie wordt gevormd door de voorgaande en toont ze overtuigend dat het einde van de slavernij geenszins het einde van de historische achterstelling van zwarten in de VS is.


Beeld: Yaa Gyasi - elke generatie wordt gevormd door de voorgaande (Michael Lionstar/Knopf Doubleday Publishing Group)