De ontmanteling van het Amerikaanse milieubeleid

Terug naar de tijd van brandende rivieren?

Milieubescherming is geldverspilling, riep Donald Trump al tijdens zijn eerste presidentscampagne. Met zijn afbraakbeleid dreigt hij alle successen van het Environmental Protection Agency teniet te doen. Tot grote frustratie van (oud-) werknemers van de milieuwaakhond.

Werknemers zijn bezig met een systeem om olie uit het water te filteren. Het is het grootste olielek sinds 25 jaar aan de kust van Refugio State Beach, Californië, mei 2015 © Jae c Hong / AP / ANP

Het hield het midden tussen een protest en een festival. Folkzangers zongen liederen over Moeder Aarde. Scholieren gingen op expeditie in de natuur, stedelingen begonnen spontaan zwerfafval op te ruimen. En overal in het land stroomden burgers de straat op om hun zorgen te uiten. Vanaf het podium op Fifth Avenue in New York keek initiatiefnemer Denis Hayes uit over een eindeloze mensenzee en toen hij later de cijfers over de totale opkomst hoorde sloeg hij steil achterover: twintig miljoen mensen. Die eerste Earth Day, op 22 april 1970, geldt nog steeds als de grootste manifestatie in de geschiedenis van de Verenigde Staten.

Het aanvankelijke plan, vertelt Hayes in een videogesprek, was om teach-ins te organiseren, naar voorbeeld van de anti-oorlogsbeweging, waarbij mensen werden uitgenodigd om en plein public in debat te gaan over de voors en tegens van de Vietnamoorlog. ‘Maar het werd al snel duidelijk dat zo’n formule niet zou werken bij een onderwerp als het milieu’, zegt Hayes. ‘Niemand zou natuurlijk betogen dat we behoefte hebben aan méér vervuiling.’

Het is gemakkelijk te vergeten hoe vies de Verenigde Staten vijftig jaar geleden waren. De smog in steden als New York en St. Louis was destijds net zo erg als in Jakarta of Beijing vandaag. Natuurgebieden lagen vol troep. Er bestonden nauwelijks regels voor uitlaatgassen van auto’s en fabrieksschoorstenen. Iedereen kon ongestraft gif lozen in rivieren, waardoor de rivier Cuyahoga in Ohio zo vervuild raakte dat hij spontaan in brand vloog. Pas nadat Rachel Carson met Silent Spring (1962) een bestseller had geschreven over de schadelijkheid van chemische bestrijdingsmiddelen ontkiemde langzaam een milieubesef. ‘Begin jaren zestig wisten weinig Amerikanen wat er precies bedoeld werd met “het milieu”’, zegt Hayes. ‘Tien jaar later was het een van de belangrijkste politieke thema’s.’

‘Als je destijds geen vriend was van het milieu, dan hield je dat stil’, zegt William K. Reilly. In 1970 was hij lid van de raad voor milieukwaliteit onder president Nixon. ‘Het was een fantastische tijd’, herinnert hij zich. ‘We hadden ontzettend veel vrijheid en konden enorme stappen zetten. Draagvlak was er genoeg. Of je nu een Democraat of een Republikein was, vrijwel iedereen was voorstander van schoon water, land en schone lucht.’

Het was niet alsof Nixon zelf een enorme milieufanaat was, zegt Denis Hayes, die na het oprichten van het Earth Day-netwerk werkte als milieu-advocaat, boeken schreef over energiebeleid en nu leiding geeft aan een filantropische stichting die naar eigen zeggen huist in het groenste kantoorgebouw ter wereld. ‘Ik vermoed dat Nixon nog nooit een paar wandelschoenen heeft aangetrokken. Het was vooral een politieke zet.’

Hayes heeft weleens een verhaal gehoord van een naaste adviseur van Nixon, die bij hem was tijdens Earth Day. Volgens de overlevering zag de president op tv zijn politieke rivaal, de charismatische en populaire John Lindsay, een enthousiaste menigte toespreken over het belang van een gezonde leefomgeving. Dat was het moment waarop Nixon zou hebben besloten om zichzelf op te werpen als een milieubeschermer. Zijn adviseur had wel een plan paraat: creëer een nieuwe organisatie waar we alle taken voor milieubescherming onderbrengen.

Of het precies zo is gegaan valt onmogelijk te verifiëren, maar vaststaat dat Richard Nixon, toch geen fervent bomenknuffelaar, de geschiedenisboeken in zou gaan als oprichter van het Environmental Protection Agency (epa).

Het EPA is in de eerste plaats een uitvoeringsinstantie: de waakhond die erop toeziet dat de federale wetten die de nationale gezondheid en het milieu moeten beschermen worden nageleefd. De organisatie heeft kantoren in tien verschillende regio’s en meer dan dertienduizend medewerkers, die zich van oudsher laten leiden door de wetenschap. Elke nieuwe regel of aanscherping moet worden gestaafd door zorgvuldig onderzoek over de effecten op het milieu en de economie. Zo kon het verzet van de vervuilende industrie, die waarschuwde dat strengere milieuregels de VS in een recessie zouden storten, keer op keer worden ontzenuwd.

In veel opzichten is de geschiedenis van het milieuagentschap een succesverhaal. De lucht in veel steden klaarde op, er kon weer worden gevist en gezwommen in rivieren, bedreigde diersoorten werden beschermd en dat alles kwam de Amerikaanse economie ten goede. Maar met het verdwijnen van de zichtbare vervuiling brokkelde ook de publieke steun af. Een groeiende groep politici, met name in het Republikeinse kamp, ziet milieuregels vooral als een last voor het bedrijfsleven en het epa als een exponent van de federale bemoeizucht. Het milieu is onderdeel geworden van een cultuuroorlog. In 1991 identificeerde 78 procent van de Amerikanen zich als environmentalist, in 2016 was dit gedaald tot 42 procent.

‘Een verspilling van geld’, zo noemde Donald Trump de bescherming van het milieu tijdens zijn eerste presidentscampagne. Het epa wilde hij het liefst ontmantelen. Dat het hem menens was, bleek toen hij na zijn verkiezing Scott Pruitt aanstelde als nieuwe baas van het milieuagentschap. Pruitt is een conservatief met libertarische trekjes: pro-life en pro-business. Net als Trump zaait hij graag twijfel over de ernst van de klimaatcrisis. Hij was voorzitter van een Republikeinse vereniging voor procureurs-generaal die nauwe banden onderhield met de fossiele industrie. Als openbaar aanklager van de staat Oklahoma had hij het meermaals aan de stok met het epa, omdat hij zich fel verzette tegen de milieuagenda van Obama. Op het moment dat hij werd aangesteld als directeur liepen er nog rechtszaken waarbij hij op de rol stond als aanklager van zijn nieuwe werkgever.

Op het epa-hoofdkantoor probeerde Betsy Southerland de paniek in haar team te temperen na de bekendmaking van de nieuwe baas. Southerland werkte al meer dan dertig jaar bij het milieuagentschap en in die tijd had ze genoeg directeuren zien komen en gaan, ieder met eigen prioriteiten en een eigen leiderschapsstijl. Sommige periodes waren zwaarder dan andere, maar altijd voelde het werk zinvol. ‘Natuurlijk had ik Trumps retoriek gehoord tijdens de campagne’, zegt Southerland in een videogesprek. ‘Ik wist dat hij had geroepen dat hij milieuregels zou schrappen en de kolenindustrie nieuw leven wilde inblazen. Ik kende Pruitts reputatie. Toch hoopte ik echt dat we hem konden overtuigen van het belang van ons werk.’

Het bleek ijdele hoop. ‘Vanaf dag één schermde Pruitt zich volledig af. Hij omringde zich met gelijkgestemden uit zijn transitieteam en had geen enkele interesse in gesprekken met het vaste personeel. Hij sloot zichzelf op in zijn kantoor en ontving vooral lobbyisten uit de industrie.’

Zo kon het gebeuren dat Southerland er via een persbericht achter kwam dat een regel waaraan ze zes jaar lang had gewerkt onder vuur lag. Die regel moest voorkomen dat giftig afvalwater en as uit kolencentrales in open wateren terecht kon komen. In 2014 was er bij een energiecentrale in North Carolina meer dan 39.000 ton kolenas in een rivier gelekt, waardoor de oevers grijs kleurden en het waterleven verstikte. De opruimactie is nog steeds bezig en kostte al meer dan vijf miljard dollar. Zo’n grote ramp is zeldzaam, maar niet uniek. De Verenigde Staten produceren jaarlijks meer dan honderd miljoen ton aan kolenas en hebben meer dan duizend opslagplekken. Zonder goede controle op de kwaliteit daarvan lopen de natuur en de volksgezondheid gevaar.

Het EPA heeft nu de helft minder te besteden dan in 1980 onder Ronald Reagan, toch al een president die weinig ophad met het milieu

‘We wisten dat er een aanzienlijk risico bestaat op ongelukken en hadden genoeg bewijs hoe gevaarlijk dat kan zijn’, zegt Southerland. De scherpere regels die in 2015 van kracht werden waren bedoeld om het risico op zulke milieurampen verkleinen. Maar volgens Pruitt en zijn team zorgde het voor onnodige rompslomp voor de toch al worstelende kolensector. ‘Ik kreeg een ontwerpversie van dat persbericht toegestuurd met het verzoek of ik kon controleren of alle feiten klopten’, zegt Southerland. ‘Op geen enkel moment hebben ze mij inhoudelijk betrokken bij die beslissing.’

Begin 2017 ging Southerland vervroegd met pensioen. Dat had te maken met familieomstandigheden, maar ook met de werkomstandigheden onder de nieuwe administratie. ‘Op dit moment gaat de milieusector gebukt onder de tijdelijke triomf van de mythe op de waarheid’, schreef ze in haar openbare afscheidsbrief. Sindsdien spant Southerland zich als vrijwilliger in voor het Environmental Protection Network, een groep van meer dan vijfhonderd oud-epa-werknemers, die nauwgezet documenteren hoe de regering-Trump hun voormalige werkgever uitholt. Ze houden een lijst bij met regels die de afgelopen jaren zijn teruggedraaid, informeren journalisten en onderzoekers over de milieugevolgen van de dereguleringsdrang en proberen alvast te bedenken wat dringende herstelwerkzaamheden zijn, mocht er straks een milieuvriendelijkere president aan de macht komen.

Waterzuivering om zware metalen en chemicaliën uit het water te halen veroorzaakt door de Gold King Mine, augustus 2015 © Brennan Linsley / AP / ANP

Het epa is toe aan een ‘reset’, schreven zes voormalige epa-directeuren afgelopen zomer. In een open brief uitten ze hun zorgen over de huidige koers van het milieuagentschap. De vervuiling is misschien minder zichtbaar dan vijftig jaar geleden, maar de noodzaak van het beschermen van de natuur en de volksgezondheid is nog steeds onverminderd groot. Die opdracht wordt alleen niet gemakkelijker door het almaar krimpende budget – want hoewel de meest draconische bezuinigingsvoorstellen van Trump door het Congres zijn getemperd, heeft het epa, gecorrigeerd voor inflatie, de helft minder te besteden dan in 1980 onder Ronald Reagan, toch al een president die weinig ophad met het milieu. Om de taken fatsoenlijk uit te voeren moet er dan ook flink wat geld bij, vinden de briefschrijvers.

William K. Reilly is een van de ondertekenaars. Na zijn rol in de milieuraad van Richard Nixon bouwde de inmiddels tachtigjarige Reilly een indrukwekkend cv op als bestuurder met een hart voor de groene zaak. Toen hij in 1983 door George H.W. Bush werd aangesteld als epa-chef trof hij een organisatie die had geleden onder de verwaarlozing tijdens de Reagan-jaren. ‘Maar alle werknemers bleven vastberaden hun taken uitvoeren, ze stonden te popelen toen er weer iemand aantrad die zich vol achter hun missie schaarde.’

Een van Reilly’s grootste prestaties was de totstandkoming van de Clean Air Act. ‘Zure regen was destijds een enorme zorg, die grotendeels werd veroorzaakt door zwaveldioxide afkomstig uit kolencentrales. We hadden brede steun om hier wat aan te doen, ook onder de Republikeinen. Wij zorgden ervoor dat er strengere uitstootnormen kwamen waardoor natuurparken zich konden herstellen en luchtvervuiling werd teruggedrongen. Het was een groot succes. Het Office of Budget Management concludeerde later dat de economische baten van de Clean Air Act twintig keer zo groot waren als de kosten. Ik denk dat er weinig overheidsorganisaties zijn die betere resultaten kunnen overleggen dan het epa.’

Alleen dreigen die resultaten nu in het gedrang te komen door het roekeloze bestuur van Trump, een president met een algehele veronachtzaming van de wetenschap. Een van de schadelijkste beslissingen, vindt Reilly, is de hervorming van de methode voor risico-berekeningen. De regering-Trump heeft het agentschap verboden om gebruik te maken van informatie die niet volledig openbaar is. Dat betekent dat gezondheidsgegevens alleen kunnen worden meegewogen wanneer deelnemers aan een onderzoek er toestemming voor geven dat hun naam en adres voor iedereen zichtbaar zijn. ‘Dat maakt het praktisch onmogelijk om goed wetenschappelijk onderzoek te doen’, zegt Reilly. En dit is slechts één voorbeeld van het afbraakbeleid onder Trump. Vandaar dat hij besloot om zich uit te spreken door de brandbrief te ondertekenen.

‘Dit is een politieke brief’, oordeelt Donald van der Vaart. ‘Ja, ze presenteren zich wel als bipartisan en een aantal van hen heeft inderdaad gewerkt onder Republikeinse presidenten, maar stuk voor stuk hebben ze een hekel aan Trump. Denk je dat het toeval is dat die brief zo kort voor de verkiezingen gepubliceerd is?’

Van der Vaart, een kind van Nederlandse emigranten, is chemisch ingenieur en advocaat. Een groot deel van zijn loopbaan werkte hij bij het milieuagentschap van North Carolina, waar hij uiteindelijk opklom tot hoogste baas. Sinds 2017 is hij lid van de wetenschappelijke adviesraad van het epa. Na de verkiezingswinst van Trump stuurde hij, samen met vier collega’s uit andere staten, een open brief aan de nieuwe president. ‘De afgelopen jaren is het epa compleet losgeslagen’, schrijven ze. En: ‘We moeten af van het idee dat meer regulering altijd goed is.’

Zijn grootste bezwaar, legt hij uit in een videogesprek, is dat het federale milieuagentschap te veel taken naar zich toe heeft getrokken en te weinig ruimte laat voor staten om eigen afwegingen te maken. ‘In plaats van zich te houden aan hun toezichtfunctie dicteert het epa het beleid tot op staatsniveau, terwijl die staten enorm van elkaar verschillen qua windpatronen of bodemsamenstelling. Als je dan bureaucraten uit Washington hebt die uniform beleid willen opleggen, leidt dat tot dwaze resultaten.’

Van der Vaart had goede hoop dat Pruitt de man was die het agentschap kon beteugelen. Eind 2016 schreef hij een opiniestuk met de ondubbelzinnige kop: ‘Scott Pruitt is the ideal nominee to lead the EPA’. Dat viel tegen, erkent hij nu: ‘Pruitt paste niet goed binnen de cultuur van Washington D.C., waardoor hij veel weerstand opriep. Hij werd gezien en behandeld als een buitenstaander en dat maakte hem minder effectief. Het epa is een enorme organisatie, met een hoop machtige mensen, die niet zitten te wachten op iemand die de boel opschudt. Vergis je niet: er zijn genoeg lobbyisten die wel varen bij de status quo.’

‘Er ­werken zoveel geweldige weten­schappers bij het EPA, maar ze kunnen hun kennis en kunde niet inzetten. Ze zijn compleet gedesillusioneerd’

Pruitts druistige optreden verklaart wellicht waarom hij het slechts anderhalf jaar volhield als hoofd van het epa. Vanaf dag één lag hij onder vuur. Zo liet hij voor meer dan veertigduizend dollar een geluiddichte telefooncel (inclusief privé-toilet) bouwen in zijn kantoor, declareerde hij eersteklasreisjes en deftige etentjes, liet hij zijn assistenten persoonlijke klusjes opknappen en benaderde hij de baas van fastfoodketen Chick-Fil-A omdat zijn vrouw een franchise wilde openen. The New York Times kreeg e-mails in handen waaruit bleek dat Pruitt in zijn tijd als openbaar aanklager had samengewerkt met de libertaire Koch-broers en andere industriële lobbyisten om milieuwetgeving terug te draaien. Nadat Pruitt zijn ontslagbrief had ingediend vanwege de ‘onophoudelijke persoonlijke aanvallen’ bedankte president Trump hem in een tweet voor zijn ‘geweldige werk’.

‘Elke dag vond de pers wel weer een andere reden om hem te bekritiseren’, zucht Van der Vaart. ‘Vergelijk dat met de manier waarop zijn opvolger wordt behandeld.’ Die opvolger heet Andrew Wheeler en valt een stuk beter in de smaak bij de Washington-insiders. Wheeler loopt al decennia rond in de hoofdstad. In de jaren tachtig was hij ambtenaar bij het epa, dus hij begrijpt hoe de organisatie in elkaar steekt. Inhoudelijk verschilt zijn agenda niet veel van die van Pruitt: ook Wheeler staat bekend als een vriend van de industrie – hij werkte zelfs een tijdje als lobbyist voor een kolenmagnaat die driehonderdduizend dollar doneerde aan de Trump-campagne.

Santee Cooper-werknemers controleren het waterniveau bij de Aqua Dam. Deze is gebouwd om bezinksel van steenkoolas uit een retentiebekken niet in de rivier Waccamaw te laten vloeien na orkaan Florence in Conway, South Carolina, september 2018 © Randall Hill / Reuters

Waar Pruitt zijn spierballen wilde tonen, gaat Wheeler een stuk diplomatieker te werk. Dat maakte hem des te effectiever, merken de epa-volgers, dus voor het milieu was de wisseling van de wacht bepaald geen zegen. Of zoals de Union of Concerned Scientist het samenvatte: ‘Het goede nieuws, als dat er al is, is dat Wheeler een koorknaap is in vergelijking met zijn ethisch beperkte voorganger Scott Pruitt. Het slechte nieuws is dat, zoals voorspeld, Wheeler een stuk doeltreffender is in het terugdraaien en elimineren van epa-waarborgen.’

De lijst van milieuregels die na vier jaar Trump zijn of worden teruggedraaid is te lang om op te sommen. Volgens de Universiteit van Harvard zijn het er inmiddels zo’n tachtig, waarvan er 35 direct betrekking hebben op het werk van het epa. Zo gaat de regel die de methaanemissies bij de olie- en gasindustrie moest terugdringen op de schop. De benzinenormen, die ervoor zorgden dat nieuwe auto’s minder fijnstof en broeikasgassen uitstoten, worden versoepeld. En omdat er flink wordt bezuinigd op handhaving (bijvoorbeeld door onaangekondigde inspecties af te schaffen) is het überhaupt de vraag hoe goed de bestaande regelgeving wordt nageleefd.

Voor Donald van der Vaart, die er geen geheim van maakt de positie van epa-baas zelf te am-biëren, gaat het allemaal nog niet ver genoeg: ‘Veel van de beleidsveranderingen laten zich eenvoudig terugdraaien als er straks een nieuwe regering komt. Aan de verhouding van het epa ten opzichte van de staten is weinig fundamenteels veranderd. Ik zou graag zien dat staten meer autonomie krijgen.’ Voor een race to the bottom, waarbij lokale overheden milieuregels afzwakken om industrie aan te trekken, is hij niet bang: ‘De inwoners van die staten zouden dat nooit toestaan. Vervuilers kunnen niet meer zomaar met alles wegkomen, daarvoor is het milieubesef te stevig verankerd onder de bevolking. Om het milieu te beschermen hebben we niet zulke indringende federale regelgeving nodig.’

Dat het budget van het milieuagentschap is gekrompen vindt Van der Vaart niet meer dan logisch. Het epa heeft zijn taken namelijk grotendeels volbracht. ‘De luchtkwaliteit is nog nooit zo goed geweest. De vervuiling van kolencentrales komt niet meer terug. Natuurlijk is er nog steeds genoeg te doen, bijvoorbeeld bij het schoonmaken van vervuilde bodem. Ik zeg niet dat er niets meer hoeft te gebeuren, maar wel minder dan vroeger. De succesverhalen liggen in het verleden.’

Oud-epa-chef William Reilly zucht als hij dit soort argumenten hoort. Volgens hem is het gewoon een dekmantel om de werkelijke agenda te verhullen: zo veel mogelijk speelruimte geven aan de industrie. ‘Als ze werkelijk zo veel waarde hechten aan autonomie op staatsniveau, waarom willen ze Californië dan verbieden om strengere benzinenormen in te voeren? Ze willen staten alleen meer vrijheid geven als dat leidt tot een versoepeling van de regels.’

Natuurlijk is Reilly trots op alle vooruitgang die er in de afgelopen decennia is geboekt. Maar, waarschuwt hij, we moeten niet vergeten dat dit te danken is aan de onophoudelijke inspanning van milieubeschermers. Zodra die inspanning verslapt, hollen de natuur en de volksgezondheid opnieuw achteruit, vreest Reilly. Tussen 2016 en 2018 nam de luchtvervuiling voor het eerst sinds jaren weer toe, zo bleek uit een analyse van het epa, wat zou hebben geleid tot 9700 vroegtijdige doden. In het algemeen zijn het vaak de arme Amerikanen en gekleurde gemeenschappen die het hardst geraakt worden door Trumps ontmanteling van het milieubeleid. ‘En er komen telkens nieuwe milieuproblemen bij’, zegt Reilly. ‘De Clean Air Act helpt bijvoorbeeld niet om de luchtverontreiniging door de toenemende bosbranden te bestrijden.’

Wanneer Donald van der Vaart praat over de toekomstige uitdagingen van het epa blijft één thema opvallend afwezig: klimaatverandering. Net als Pruitt heeft Van der Vaart meermaals zijn twijfels geuit over de geloofwaardigheid van de klimaatwetenschap. ‘De nauwkeurigheid van de modellen is zodanig dat ik niet zeker weet of we weten hoe groot het aandeel van de mens is’, zei hij tegen The New York Times.

Het zijn opmerkelijke woorden voor een lid van de wetenschappelijke adviesraad. Van der Vaart erkent wel degelijk dat het klimaat verandert, benadrukt hij in ons gesprek, en hij betwijfelt niet dat de mens daar een rol in speelt. Wel gelooft hij dat ‘er nog een hoop te leren valt’. Vandaar dat hij voorstander was van de oprichting van een Red Team binnen het epa, dat de bevindingen van klimaatwetenschappers kritisch tegen het licht moest houden. ‘We moeten nooit ophouden de wetenschap te evalueren.’ Dat het klimaatpanel van de Verenigde Naties niet anders doet dan het kritisch wegen van wetenschappelijk onderzoek en dat de consensus over de opwarming van de aarde juist daardoor zo robuust is, wil er bij hem niet in. ‘Het ipcc heeft in het verleden ook niet altijd gelijk gehad. Er zitten mensen in dat panel met socialistische neigingen. Er is een krachtige drang om klimaatverandering te gebruiken als middel om ons economische model te veranderen. Zo iemand ben ik niet.’

Los van zijn eigen overtuigingen over de ernst van de klimaatcrisis vindt Van der Vaart de aanpak ervan simpelweg geen taak voor het milieuagentschap: ‘Wettelijk hebben ze die bevoegdheid niet.’ De huidige leiding is dat met hem eens, want kort na het aantreden van Pruitt verdwenen plotseling allerlei verwijzingen naar klimaatverandering van de epa-website. Michael Cox, een wetenschapper die al meer dan 25 jaar voor het milieuagentschap werkte, hield zich op het regiokantoor in Seattle bezig met voorlichting over klimaatverandering. ‘Ik was bezig met het organiseren van een aantal workshops toen ik ineens te horen kreeg dat ik het woord “klimaatverandering” niet mocht gebruiken in de titel’, zegt Cox. ‘Ik moest het maar hebben over “extreem weer”.’

Cox weigerde die orders op te volgen, zijn pensioen naderde toch al en bij zijn afscheid schreef hij een stevige open brief aan Scott Pruitt. Hij schreef dat hij moest toezien hoe zijn nieuwe bazen de meest fundamentele klimaatwetenschap in twijfel trokken. Dat ze het budget met een kwart wilden inkrimpen, geen benul hadden van de dagdagelijkse werkzaamheden en nieuwe mensen aannamen die openlijk vijandig zijn tegenover het milieuagentschap, wat leidde tot een compleet gedemoraliseerde werkvloer.

De sfeer is er in de afgelopen jaren niet beter op geworden, weet Cox, die nog regelmatig contact heeft met zijn voormalige collega’s. Onder voorwaarde van anonimiteit vertelt een van hen hoe het er nu aan toe gaat: ‘Het is compleet anders dan onder eerdere presidenten. De besluitvorming is weggenomen bij de regiokantoren en wordt veel meer gedirigeerd door de politieke aanstellingen in Washington D.C. Zelfs onze leidinggevende, die van goede wil is, heeft weinig macht om een eigen koers te varen. Hij is eerder de woordvoerder van het hoofdkantoor dan een beslisser.’

Soortgelijke verhalen bereiken Betsy Southerland, die speciaal een onherleidbaar e-mailadres heeft aangemaakt om te communiceren met epa’ers. ‘Werknemers binnen het epa zijn bang dat ze op het matje worden geroepen als hun bazen merken dat ze contact met mij hebben’, zegt ze. Die vrees is niet ongegrond. The New York Times onthulde dat e-mailverkeer van minstens drie medewerkers was opgevraagd, nadat ze zich kritisch hadden uitgelaten over Pruitt. ‘Mensen zitten erdoorheen’, zegt Southerland. ‘Er werken zoveel geweldige wetenschappers bij het epa, maar ze kunnen hun kennis en kunde niet inzetten. Ze zijn compleet gedesillusioneerd.’

De komende verkiezingen zullen voor veel van hen doorslaggevend zijn voor het verdere verloop van hun carrière. Bij een overwinning van Trump komt er een grote uittocht, is de verwachting. ‘Op milieuconferenties komen er regelmatig epa’ers op me af’, zegt William Reilly. ‘Het zijn vaak idealistische mensen met een enorme toewijding. Ik adviseer ze altijd om vol te houden en te doen wat ze kunnen. Maar ik kan me voorstellen dat het met nog eens vier jaar Trump moeilijk is om die toewijding vol te houden.’

Bij een overwinning van Joe Biden ziet de toekomst voor de epa’er er ineens helemaal anders uit. Dan kunnen de brokstukken van het tijdperk-Trump worden opgeveegd en de herstelwerkzaamheden beginnen. Hoe snel dat gaat, zal afhangen van Bidens ambities en prioriteiten, maar met een president die op z’n minst bereid is te luisteren naar de wetenschap kunnen al die toegewijde idealisten straks hopelijk weer doen waarvoor ze ooit zijn aangenomen: to make America healthy again.