Politie

Terug naar de wijkagent?

De roep om meer veiligheid en betere handhaving van de openbare orde weerklinkt al sinds de jaren zeventig, toen voetbalgeweld en jeugdvandalisme op de nationale agenda kwamen. En hij is doorgaans aan de politie gericht. Tot 2002 mocht die haar taak zelf invullen. Aan ambities ontbrak het nooit, aan resultaten wel. Om de tien jaar vond er een perspectiefwijziging plaats waarbij de nadruk in het politiewerk verschoof.

Lange tijd gold de regel dat meer geld en agenten vanzelf tot goede resultaten zouden leiden. Maar hoezeer het aantal voltijdbanen bij de politie ook steeg, toch daalde de tevredenheid. In de jaren zeventig lag de nadruk op preventie, maar die aanpak werd ingehaald door de groeiende georganiseerde misdaad. In 1980 werden grote rechercheteams opgezet om de nieuwe generatie zware jongens aan te pakken. Door onenigheid tussen Amsterdam en Utrecht, waarbij de corruptiebeschuldigingen over en weer gingen, werden de irt’s (Interregionaal Recherche Teams) op 7 december 1993 alweer opgeheven.

Vervolgens verwachtte Den Haag dat de grote politiereorganisatie die formeel werd afgerond in 1994 uitkomst zou bieden. Gemeente- en rijkspolitie gingen op in 25 regiokorpsen die moesten samenwerken met de brandweer en ambulancediensten; een kostbare, chaotische operatie die een half miljard gulden kostte. Opnieuw werden de doelstellingen niet gehaald, vooral doordat agenten meer tijd besteedden aan administratie dan aan handelend optreden.

In 2002 kwamen daarom de prestatiecontracten op tafel. Er moet nu een bepaald aantal staanhoudingen worden verricht, boetes worden uitgeschreven en illegalen worden opgepakt. Worden de quota gehaald, dan krijgt het bureau een bonus. Daarnaast wordt druk gezet op effectief politieoptreden. Capaciteit moet worden ingezet op de juiste plaatsen, dus veel politie in een probleemwijk en niet op het platteland. Uit de Politiemonitor Bevolking blijkt dat de politie volgens burgers vaker ter plaatse is waar en wanneer ze nodig is, maar dat gegeven is subjectief. Het prestatiecontract is hoe dan ook niet het ei van Columbus. Uit de relevante statistieken, aangehaald door het cpb in zijn Macro Economische Verkenning 2007, blijkt dat de verbetering al twee jaar vóór de invoering ervan inzette. Een oorzakelijk verband tussen effectiviteit en prestatienorm ontbreekt dus.

Ook het huidige kabinet legt weer het hele veiligheidsprobleem op het bordje van de politie. Het wil de criminaliteit en de overlast over de periode 2002-2010 met 20 à 25 procent verlagen. Hiervan is inmiddels de helft gerealiseerd, maar toch verhoogt Den Haag de druk. Wordt de doelstelling in 2010 niet gehaald, dan komt er een Nationale Politie die rechtstreeks onder gezag van de rijksoverheid valt, alsof reorganisatie een soort straf is die de politie krijgt opgelegd voor allerlei maatschappelijke problemen die niet aan haar te wijten zijn.

Het nieuwe kernwoord is ‘kwaliteit’. Die is echter, zoals het cpb schrijft, slechts beperkt te meten. Dat geldt vooral voor het ‘straatwerk’, dat sinds de jaren zeventig vrijwel verdwenen is. Ook de jeugd- en zedenpolitie, jaren geleden afgeschaft, is weer terug nu pedofilie en kinderporno in de aandacht staan. Als nu ook nog elke wijk zijn eigen wijkagent krijgt, zoals aangekondigd in het coalitieakkoord, zijn we weer terug bij af.