De toekomst van thuiswerken

Terug naar de zaak

Net nu de opmars van het Nieuwe Werken onstuitbaar lijkt, zorgt Yahoo voor ophef door haar thuiswerkend personeel weer naar kantoor te roepen. Waar ligt de werkplek van de toekomst?

Medium 13658815

Er was een tijd dat thuiswerken de norm was. Niet in 2013, getuige de schrille reacties die de ‘ridicule ban op thuiswerken’ door het Amerikaanse internetbedrijf Yahoo heeft uitgelokt. Maar tot in de negentiende eeuw naaiden of timmerden miljoenen volwassenen en kinderen vanuit de eigen woonkamer. Dat scheelde een hoop reistijd. Werkgevers waren bovendien geen geld kwijt aan gebouwen, opzichters of gereedschap.

Toch waren zij ontevreden over het thuis­werken. In drukke tijden was het vrijwel onmogelijk om de productie op te voeren. ‘In principe had de betaling per stuk daarvoor moeten zorgen, waarbij de arbeiders reageren op financiële prikkels’, legt historicus en econoom David Landes uit in zijn klassieker Revolution in Time (1983). ‘Maar in werkelijkheid stelden de thuiswerkers zich er tevreden mee om dat te verdienen wat ze voor hun gevoel nodig hadden. (…) Hogere vergoedingen verkleinden alleen maar de hoeveelheid werk die nodig was om de behoeften te bevredigen.’ Die mentaliteit wordt bevestigd door Karl Marx. In zijn hoofdstuk over de werkdag in Das Kapital merkt hij op: ‘Het gegeven dat ze een hele week konden leven van het loon van vier dagen, scheen voor de arbeiders geen reden om ook de overige twee dagen voor de kapitalisten te werken.’

Voor dat ontbrekende stukje commitment werden verschillende oplossingen aangedragen. Het leven duurder maken door belastingen en accijnzen te verhogen was er één van. Maar uiteindelijk bood een heel andere ontwikkeling uitkomst. Met de opkomst van grote, complexe en dure machines was thuiswerken in steeds meer sectoren geen optie meer. Voortaan kwam het werk niet naar de mensen toe, maar moesten de mensen naar het werk gaan: naar de fabriek. Tussen die vier muren konden de fabrikanten hun arbeiders wél diensten van veertien of zestien uur laten draaien. Of, nadat onder druk van het sociale protest de werkdag was begrensd, zoveel mogelijk arbeid persen uit de beschikbare tijd. Niet voor niets bleef de werkplek buitenshuis nog lang impopulair. De gewone man (of vrouw, of kind) beschouwde, in de woorden van Landes, ‘de fabriek als een soort gevangenis, met de klok als het slot’.

Dat sentiment bleek vorige week springlevend. Aanleiding was een uitgelekte memo van Yahoo aan haar medewerkers, joviaal aangesproken als ‘Yahoos’. Het briefje begint met de optimistische constatering dat het bedrijf ‘efficient’ en ‘fun’ is, boordevol ‘energy’ en ‘buzz’. Maar natuurlijk kan het beter. Daarom moet er ‘zij-aan-zij’ gewerkt worden. Terug naar kantoor dus, en wel met ingang van juni. Want, zo schrijft het concern: ‘thuis werken gaat vaak ten koste van snelheid en kwaliteit’.

In het daaropvolgende relletje moest vooral Yahoo’s kersverse ceo Marissa Mayer het ontgelden. Deze ‘37-year-old supergeek with the supermodel looks’, zoals The New York Times haar ietwat overdreven omschreef, werd aan de schandpaal genageld op een wijze waar Sjoerd van Keulen zich in zijn ergste nachtmerries geen voorstelling van kan maken. Had de ‘Stalin van Silicon Valley’ niet makkelijk praten met haar persoonlijke kinderopvang direct naast haar kantoor? Was dit niet de typische reflex van een vrouw met weinig talent, die zich vooral door bizar lange kantoordagen een weg naar de top heeft gevochten? ‘Alsof ze heeft bevolen dat medewerkers hun huisdieren moeten offeren op de trappen van het hoofdkwartier’, merkte een commentator van Businessweek op.

Toch staat Yahoo niet alleen. Eind vorig jaar al kondigde Bank of America aan paal en perk te stellen aan het thuiswerken. Zelfs vooruitstrevende IT-bedrijven als Google, Facebook en Apple blijken niet onverdeeld enthousiast. In plaats van een verbod uit te vaardigen, pakken zij het subtieler aan: werknemers worden naar kantoor gelokt met luxe bussen met gratis wifi, lekker eten, uitgebreide sportfaciliteiten en ander leuk speelgoed voor volwassenen. ‘Werken vanuit kantoor is heel belangrijk’, benadrukte Patrick Prichette, de financiële man van Google, eerder dit jaar nog. ‘Er is iets magisch aan samen tijd doorbrengen, op ideeën broeden, om aan de computer zittend te vragen: “Wat denk je hiervan?”’

Dat botst met de trend van de afgelopen jaren in Nederland. Als onderdeel van het ‘nieuwe werken’ – de vrijheid om zelf te bepalen waar, wanneer en hoe je je taken uitvoert – is het thuiswerken sterk in opkomst. Uit de grootschalige Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden blijkt dat inmiddels 28 procent van de Nederlandse werknemers wel eens thuis werkt, gemiddeld ruim zes uur per week. Om het leger thuiswerkers nog verder te doen aanzwellen, hebben GroenLinks en cda enige tijd geleden een initiatiefwet aangekondigd. Die moet een heus ‘recht op thuiswerken’ vastleggen.

Dat heeft grote gevolgen, onder meer voor de vraag naar kantoorruimte. Het toenemende thuiswerken is één van de oorzaken van de enorme leegstand. Ondernemingen die het nieuwe werken omarmd hebben, zoals de Rabobank en verzekeraar Interpolis, omschrijven hun hoofdkwartier als een ‘stad’. Bij Interpolis is die opgedeeld in diverse ‘clubhuizen’, ieder met een eigen sfeer, bedoeld om te vergaderen, te eten of juist om stil te werken. Het hoofdgebouw van de Rabobank in Utrecht heeft een ‘centrum’ met tal van intieme zithoeken, cafés en restaurants. Medewerkers die naar kantoor komen, doen dat vooral om elkaar te ontmoeten en te overleggen. Wie in alle rust aan een notitie moet werken, zal dat eerder thuis doen.

Volgens de voorstanders biedt thuiswerken louter voordelen. Werknemers worden er blij van, werkgevers besparen kantoorkosten en ook het milieu profiteert van het afnemende woon-werkverkeer. Een heuse win-win-win-situatie. Zo becijferde PricewaterhouseCoopers, in opdracht van Natuur Milieu, dat een verdubbeling van het aantal thuiswerkers in 2015 dagelijks negentigduizend tot honderdtachtigduizend auto’s en negen verkeersdoden scheelt. Bovendien zou het voor maximaal 77 miljoen uren tijdswinst zorgen. En de als gevolg van het thuiswerken stijgende arbeidsproductiviteit levert 650 miljoen euro op, ruim één procent van het bbp.
Toch is het niet alleen rozengeur en maneschijn. Zelfs PricewaterhouseCoopers waarschuwde in haar lovende rapport over het nieuwe werken voor ‘afname van communicatie en sociale cohesie’ en ‘risico’s voor bewaking van werk-privé balans’. ‘Ik begrijp de utopische fantasie van het thuiswerken helemaal’, merkte de Amerikaanse schrijfster Katie Roiphe op in een reactie op de Yahoo-discussie. ‘De baby slaapt in zijn wiegje in de kamer naast je, het gouden licht valt door het raam, een tajine met groenten van de boerenmarkt staat op het fornuis te pruttelen terwijl jij e-mails beantwoordt en brainstormt over ideeën.’ Maar zo werkt het dus niet. Roiphe haalt zelfs Virginia Woolfs feministische essay A Room of One’s Own erbij. ‘Misschien is zo’n kantoor, een aparte ruimte om je volledig op je arbeid te concentreren, zo gek nog niet. ‘De “balans tussen werk en privé” kan wel eens het beste gediend worden door het werken te beperken tot het werk. Door die piepkleine kans te grijpen om het kantoor, de duizenden onbetekenende werkdetails, memo’s en muizenissen uit je huis te houden.’

De populaire Duitse minister Ursula von der Leyen (Sociale Zaken) heeft vanuit diezelfde gedachte e-mailvrije avonden en weekeinden geëist. Het nieuwe werken, en vooral de daarmee gepaard gaande vervaging van het onderscheid tussen werk en vrije tijd, zorgt volgens velen in Duitsland voor ‘Dauerstress’. Volgens sommige berekeningen kost dat de economie jaarlijks ruim zes miljard euro. Verschillende grote concerns, zoals Deutsche Telekom, hebben daarom al een formeel ‘smartphone-verbod’ voor ’s avonds en in het weekeinde uitgevaardigd. Effectiever lijkt de stap die Volkswagen nam op aandringen van de ondernemingsraad. Na werktijd worden de servers uitgeschakeld, zodat er geen mails verstuurd kunnen worden met de Blackberry.

Is het thuiswerken daarmee op zijn retour? Hoewel voorbeelden als Yahoo anders doen lijken, zijn daar geen harde aanwijzingen voor. Hoogstens is er, na de aanvankelijke euforie, meer ruimte voor kritische kanttekeningen. Werknemers merken dat thuiswerken, naast alle voordelen, ook het gevaar met zich meebrengt dat ze nooit helemaal ‘klaar’ zijn met hun arbeid. Werkgevers maken zich zorgen dat hun thuiswerkers lanterfanten. En belangrijker nog: ze herinneren zich dat de beste ideeën ontstaan als mensen bij elkaar gaan zitten. Niet in een eenzame werkkamer op een zolder in Zoetermeer.

Het thuiswerken verdween in de negentiende eeuw uiteindelijk omdat het veranderende productieproces, met grote machines, een fabriekshal vereiste. Daar kwam de roep om meer discipline en controle bovenop. In de 21ste eeuw is het beeld gevarieerder. In sommige sectoren, zoals de zorg, dwingt de aard van het werk mensen nog steeds om samen te komen. En aan de onderkant van de arbeidsmarkt lijken veel werkgevers nog altijd weinig vertrouwen te hebben in de zelfdiscipline van hun personeel, getuige de strikte controle en ‘tijdsbudgetten’ in de schoonmaak en de detailhandel.

De gedroomde thuisarbeider daarentegen heeft de prikklok ingeslikt. Hij is zijn eigen opzichter geworden. Deze moderne kennis­werker draagt zijn productiemiddelen bovendien met zich mee. Het betreft zijn hersenen, plus een laptop. Daar is geen fabriekshal of kantoorpand voor nodig – ware het niet dat ideeën meestal collectief ontstaan. Ze zijn het resultaat van wat Marx al het ‘algemene intellect’ noemde.

Maar ook daar zijn moderne oplossingen voor. Neem de zogenoemde ‘telepresence robots’, zoals de ‘Anybots QB’ en ‘Beam’. Die laatste bestaat uit een beeldscherm waarop het gezicht van de thuiswerkende collega is te zien, op ooghoogte gemonteerd op een soort stofzuiger. Van afstand aangestuurd door de thuiswerker rijden de robots door het kantoor, kijken mee over de schouder bij een collega die wel fysiek aanwezig is, of sluiten aan in de rij voor de koffieautomaat. Aan het einde van de dag kun je zelfs luid ‘dag allemaal, ik ga naar huis!’ roepen.

Eén nadeel: de robots kosten al gauw vijftienduizend dollar. Per stuk. Dan is het misschien toch handiger zelf je gezicht op kantoor te laten zien. Heel af en toe.