Terug naar moeder

Kun je van de western, dat typische Hollywood-product, ook een roman maken? De Canadese schrijver Patrick DeWitt heeft als antwoord een western geschreven vanuit de Billy-the-Kid-mentaliteit met een vleugje Butch Cassidy and the Sundance Kid: een moordende kogelregen met zwarte humor, maar alles wat minder hard dan in het oeuvre van Cormac McCarthy. DeWitts schelmenroman The Sisters Brothers wijkt zo aangenaam af van de grote boekenstroom dat de Booker Prize-jury zich ongetwijfeld snel gewonnen gaf.

Patrick deWitt, The Sister Brothers, € 18,95

DeWitt debuteerde met de Hollywood-roman Ablutions, Notes for a Novel, die opviel omdat het verhaal over een meedogenloze alcoholische neergang heel effectief in de tweede persoon enkelvoud werd verteld. Daardoor kreeg de lezer steeds meer het gevoel medeplichtig te zijn aan de drankverslaafde en destructieve hoofdpersoon, inclusief zijn moorddadige gedachten. Jij, dat is de lezer ook.

The Sisters Brothers is een zeer consequente tragikomische ik-roman. Die ik heet Eli, een van de twee broers Sisters die als duo klusjes opknappen voor de Commodore in Oregon City. Charlie is de oudere broer en heeft een hardere inborst dan de ogenschijnlijk zachtmoedige Eli. Eli over zijn broer: hij is niet slecht, geloof ik. Misschien is hij gewoon te lui om goed te zijn. Toch zijn de broers berucht in het Wilde Westen van 1850 om hun meedogenloze moordenaarsmentaliteit. Hun achtergrond is simpel: in hun jeugd werd hun moeder gemaltraiteerd door een agressieve vader, die uiteindelijk werd doodgeschoten door Charlie, die zijn broertje als een dromertje ziet: ‘En jij was altijd afwezig in je eigen gedachtewereld, rustig in een hoekje.’ Na de vadermoord trokken de broers de wijde wereld in om daar met moord en doodslag hun geld te verdienen. Moeder is niet blij met hun werk. Maar ach, moeilijkheden in de familie, hoe ‘knettergek en misdadig de verhalen van de bloedlijn kunnen zijn’.

The Sisters Brothers gaat over hun laatste klus: het vermoorden van goudzoeker Hermann Kermit Warm in Californië. Waarom hij dood moet weten de broers aanvankelijk niet. Opdracht is opdracht. Toch komen er tijdens de avontuurlijke tocht naar San Francisco – vol tegenslag, ziekte, gevaar en dood – steeds meer vragen bij met name Eli op over de zin van hun klus én over de zin van hun leven als onafscheidelijke broers. Ze ontmoeten een raadselachtige huilende man, een amateuristische tandarts, een heks (‘Wie zijn jullie zogenaamd, en waarom?’), een in de steek gelaten jongen, hoeren, misdadigers en goudzoekers. Dat bonte gezelschap ondermijnt stap voor stap hun vastberadenheid de opdracht uit te voeren.

Maar de kern van de historische avonturenroman The Sisters Brothers is van een geheel andere aard. DeWitt heeft vooral een tragikomisch verhaal willen schrijven over twee broers die sterk van elkaar verschillen maar elkaar wel door dik en dun steunen: Laurel en Hardy in cowboy-outfit op weg naar de Rivier van het Licht (het goud), al weten ze het zelf niet meteen. Eli stuntelt met vrouwen, is een inefficiënte doder en blijft sentimenteel (het liefst wordt hij eigenaar van een kledingzaak), Charlie moordt met ogenschijnlijk gemak maar kan niet tegen drank; beiden weten niet met geld om te gaan. De broers lijken wel volwassen maar zijn in wezen nog klein. Als iemand naar hun karakter vraagt en zegt dat Eli meer romantiek in zijn bloed heeft, antwoordt Eli: ‘Ons bloed is hetzelfde, we gebruiken het alleen anders.’ Ondanks het spoor van vernieling dat Charlie achterlaat tussen Oregon en Californië (‘De dood stalkt ons allemaal op deze aarde’) is The Sisters Brothers geen hardboiled western maar een droogkomieke vertelling met een serieuze ondertoon. De broers weten zich te verrijken en in San Francisco de gebraden haan uit te hangen, tegelijkertijd laat het hun koud als ze hun verworven rijkdommen ook weer kwijtraken. De man die ze moeten vermoorden blijkt een sympathieke goudzoeker te zijn die een vloeistof heeft uitgevonden waarmee het goud in de grond beter zichtbaar gemaakt kan worden. De geheime formule van die begeerde vloeistof is de uiterlijke motor van het verhaal.

Maar de binnenkant van DeWitts ‘Go West!’-vertelling gaat niet over de jacht op goud of het doden in opdracht. De (levens)reis die de broers maken vormt een cirkel: van de moeder vandaan en weer terug naar de moeder, onthand en berooid maar wel wijzer en een beetje verdrietiger. The Sisters Brothers heeft twee korte maar belangrijke intermezzo’s. Daar komt een zevenjarig meisje in voor dat een nare droom heeft gehad over een hond, een schutting, een huis en een man, misschien Eli, volgens haar ‘een beschermde man’. In het tweede intermezzo, tegen het einde van de roman, vraagt Eli of hij nog steeds beschermd is. Ze weigert het hem te vertellen. Eli moet zijn eigen conclusie maar trekken, en dat doet hij, ook om zijn broer te beschermen tegen de boze, wraakzuchtige buitenwereld: terug naar moeder.

Toch zal deze onderhoudende western in boekvorm niet de Booker Prize winnen. Daarvoor is The Sisters Brothers te luchtig en zijn de aandoenlijke broers net iets te lichtzinnig en te karikaturaal en schematisch. Toch weet Patrick DeWitt in heldere taal en humoristische wendingen een voorbije wereld vol onrecht en hebzucht op te roepen die zonder al te veel scriptinspanningen kan worden omgetoverd tot een aangename Hollywood-western.

PATRICK DEWITT DE GEBROEDERS SISTERS

Verschijnt in februari bij De Arbeiderspers