Terugblik

Omdat in de media werd teruggekeken op de financiële crisis die tien jaar geleden begon met een recordverlies op de beurs van de Amerikaanse bank Lehman Brothers heb ik eens teruggekeken wat ik in 2008 rond Prinsjesdag schreef over de toenmalige Miljoenennota. En er die nota voor 2009 ook weer bij gepakt. In slechts een paar zinnen wordt daarin verwezen naar de onrust op de financiële markten en de zorgwekkende richting waarin de economie zich leek te ontwikkelen. Direct daarna staat met dikke letters: ‘… maar Nederland heeft een goede uitgangspositie’.

Toenmalig pvda-minister van Financiën Wouter Bos meldde dat de werkloosheid laag was en verwachtte dat deze laag zou blijven. De overheidsfinanciën stonden er goed voor en het vestigingsklimaat voor buitenlandse bedrijven noemde hij gunstig. Om vervolgens te concluderen dat Nederland in staat is de gevolgen van de economische groeivertraging goed op te vangen. De harde klap moest duidelijk nog komen.

Boven het artikel over die Miljoenennota in De Groene stond in die septembermaand: ‘Gij zult werken.’ Ik refereerde aan de econoom John Maynard Keynes en zijn optimisme in de crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw. ‘Omdat we nu eveneens sombere tijden lijken tegemoet te gaan, kan zijn optimisme ons mogelijk geruststellen en het gevoel geven dat het inderdaad allemaal best eens anders en beter kan verlopen dan menigeen denkt.’ Ook ik had geen idee dat slechts enkele weken later met de problemen bij de IJslandse bank Icesave de kredietcrisis ook in Nederland voelbaar zou worden, laat staan dat ing de eerste Nederlandse bank zou zijn die een kapitaalinjectie van de staat nodig had.

Ik had Keynes er niet alleen bij gehaald vanwege zijn optimisme, maar ook omdat hij een werkweek had voorspeld van vijftien uur. Zo rond 2030. Op die voorspelling van Keynes stevende het kabinet-Balkenende IV tien jaar geleden absoluut niet af. Er moest juist meer worden gewerkt. Enkele van de toenmalige plannen klinken inmiddels vertrouwd in de oren. Jongeren tussen de 18 en 27 jaar gaan óf naar school óf werken. Werklozen moeten na een jaar werkloosheid elk werk accepteren. Een inkomensafhankelijke arbeidskorting moet niet-werkenden en tweeverdieners verleiden te gaan werken of meer uren te gaan werken.

Een ander plan uit dat rijtje klinkt inmiddels echter vreemd: ouderen die doorwerken na hun 62ste ontvangen een doorwerkbonus. Dat was slechts tien jaar geleden. Oudere werknemers moesten toen nog worden verleid om zelfs maar door te werken tot hun 65ste. Van een verhoging van de toenmalige aow-leeftijd werd in de Miljoenennota voor 2009 niet eens gerept.

Van minder werken à la Keynes is het de afgelopen tien jaar wederom niet gekomen

Ook dit jaar staat er in de Miljoenennota niet veel over de pensioenleeftijd. Deze keer ontbreekt een paragraaf daarover omdat kabinet, werkgevers en werknemers geen akkoord hebben weten te sluiten over die leeftijd. Die ligt inmiddels op 66 jaar, stijgt tot 2022 door naar 67 jaar en drie maanden en vanaf 2024 mogelijk nog weer verder, afhankelijk van de levensverwachting van 65-plussers. Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken (d66) wil aan die stijging die gekoppeld is aan de levensverwachting vasthouden. Werknemers en werkgevers vinden dat het te snel gaat.

Keynes zag een kleine eeuw geleden een korte werkweek gloren, maar zag ledigheid als gevolg daarvan als een groot probleem. ‘For we have been trained too long to strive and not to enjoy’, schreef hij. Je zou nu met enige ironie kunnen zeggen dat genieten inmiddels ook een streven is geworden, maar van minder werken is het de afgelopen tien jaar desondanks wederom niet gekomen.

Door een tekort aan handen aan het bed en docenten voor de klas worden nu vrouwen die al een baan in die sectoren hebben weer opgeroepen meer uren per week te gaan werken. Minister Ingrid van Engelshoven van Emancipatie (d66) voert aan die oproep nog het argument toe dat het vrouwen financieel onafhankelijker maakt, van hun mannelijke partners die veel minder vaak in deeltijd werken. Het zou vooral bij echtscheiding voor vrouwen tot minder financiële problemen moeten leiden.

Den Haag, 18 september 2018 - Koning Willem-Alexander leest de Troonrede voor in de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag. © Frank van Beek/ HH

Eerder deze maand bleek uit onderzoek van McKinsey dat de Nederlandse vrouw vergeleken bij vrouwen in andere West-Europese landen onder aan de emancipatieladder staat. Ze werkt het minst, heeft het laagste inkomen en volgt het minst vaak een exacte studie. Áls vrouwen vier uur meer zouden werken dan de gemiddelde 27 uur waarin ze nu betaald werk verrichten, zou de economie een impuls van ruim honderd miljard euro krijgen, denkt McKinsey. Ter vergelijking: vrouwen in West-Europese landen werken gemiddeld 31 uur, Nederlandse mannen gemiddeld 37 uur.

Zonder de tien jaar geleden in de Miljoenennota aangekondigde arbeidskorting zou de Nederlandse vrouw mogelijk zelfs van de onderste sport van de emancipatieladder zijn gevallen. Helemaal zonder de gewenste gevolgen was die korting namelijk niet, maar voor een gelijkwaardige arbeidsparticipatie van mannen en vrouwen moet er meer gebeuren. Gelijk loon, gelijke positie in de hiërarchie binnen een organisatie, gelijke verdeling van de taken thuis en een gelijke spreiding over verschillende sectoren op de arbeidsmarkt, om er een paar te noemen.

In Den Haag wordt deze week vooruit gekeken. Daarbij ook eens omkijken kan geen kwaad. Het toont de invloed van het niet voorziene. Soms gaan veranderingen te snel, dan weer heeft overheidsbeleid slechts beperkte invloed of werkt het zelfs averechts. Eigenlijk loopt het meestal anders dan voorzien.