Terugblik op 2012

Zoals in 2011 werd voorspeld is 2012 politiek en economisch gezien een turbulent jaar geworden. Op 31 december 2012 blikt De Groene Amsterdammer terug op een jaar vol spanningen en crises.

De politiek
Doormodderen

Een jaar geleden beloofde het een woelig politiek jaar te worden. Maar nu, eind december 2012, zetelt premier Mark Rutte nog steeds in het Torentje. Politicus van het jaar is hij deze keer echter niet geworden. Niet alleen omdat de parlementaire journalisten na verloop van tijd altijd genoeg van iemand krijgen en wel weer eens wat anders willen - Rutte’s eeuwige lach en positiviteit hebben in het afgelopen jaar ook iets geforceerds gekregen.
De eerste tegenslag kwam, niet geheel onvoorzien overigens, al in het begin van 2012. De economie bleek er zo slecht voor te staan dat het kabinet extra moest bezuinigen. Rutte kon moeilijk in Europa de grote voorstander zijn van strenge begrotingsdiscipline om de door hem bepleite regels in eigen land meteen aan zijn laars te lappen.
De onderhandelingen over de nieuwe bezuinigingsronde verliepen vanaf het begin erg moeizaam. Persoonlijk had Rutte zijn buik al snel vol van alle dreigementen, barricades en onhaalbare voorstellen die gedoogpartner Geert Wilders van de PVV telkens per tweet de wereld in stuurde. Maar het vooruitzicht van nieuwe verkiezingen en de aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat hij dan met een totaal andere coalitie zou moeten gaan samenwerken, een coalitie waarvoor hij en zijn VVD een fikse mentale draai zouden moeten maken, deed hem slikken. Niet terugkomen in de regering na verkiezingen, daaraan moest Rutte helemaal niet denken. Dan zou zijn tijd als premier wel erg kort zijn geweest. Voor zichzelf durft Rutte nu wel te bekennen dat de harde, rechtse koers die hij met de VVD was gaan varen hem in 2010 dan wel een overwinning had gebracht, maar kortzichtig was geweest.
Zijn vice-premier, Maxime Verhagen van het CDA, zat in hetzelfde schuitje. Ook die vocht voor zijn eigen politieke leven, zich slechts gesteund wetend door het besef bij andere CDA'ers dat hun partij na nieuwe verkiezingen in de oppositie zou belanden.
Het gaf de PVV vanaf het begin van de onderhandelingen over nieuwe bezuinigingen ongekend veel macht, meer dan de 24 gedoogzetels in de Tweede Kamer rechtvaardigden. Van echt hervormen of Nederland klaar maken voor de toekomst is dan ook niets gekomen, ook al spiegelde Rutte het op zijn persconferenties graag anders voor. Eigenlijk was het een ratjetoe aan maatregelen waartoe de drie partijen besloten, zonder dragend verhaal.
De woningmarkt wist het kabinet niet vlot te trekken. Ook al bleef de hypotheekrenteaftrek overeind, iedereen weet dat na nieuwe verkiezingen die aftrek alsnog op de schop zal gaan. De studentenopstand tegen het afpakken van de basisbeurs ebde weliswaar weg, maar de kiezers - studenten én hun ouders - waren deze ingreep nog niet vergeten. Inmiddels voelden de kiezers ook de ingrepen in de zorg in hun eigen portemonnee, hetgeen tot schrijnende verhalen in de media leidde. En dat er aan de onderkant van de arbeidsmarkt nog bezuinigd kon worden door te blijven zeggen dat wie wilde werken ook kón werken, gelooft Rutte nu zelf niet meer.
Eigenlijk had hij, nu hij op 2012 terugkijkt, al vroeg in het jaar het kabinet moeten laten vallen. Toen had hij daar nog een goed verhaal bij gehad, over de noodzaak van echte hervormingen en zo. Nu moet hij doormodderen. 2013.
AUKJE VAN ROESSEL

De euro
Financiële repressie

Angela Merkel en Nicolas Sarkozy hadden het zich eind 2011 bij de kerstboom nog zó voorgenomen: de eerstvolgende Eurotop moest de beslissende zijn. Toegegeven, het afgelopen jaar was de ene ‘moeder aller Eurotoppen’ op de andere gevolgd. Maar deze keer zou alles anders worden.
Als begin februari de eurocrisis een nieuw dieptepunt bereikt, zijn de twee belangrijkste regeringsleiders van de Europese Unie hun goede voornemens lang en breed vergeten. Directe aanleiding is de mislukte poging van Italië om voor 28 miljard euro aan nieuwe leningen op te halen. Hoewel de Europese Centrale Bank bijspringt en zo een acute ramp afwendt, maakt het fiasco alom duidelijk dat voor de Italiaanse biljoenenschuld op termijn geen reddingsscherm groot genoeg is. Plotseling zien de paar honderd miljard waar de eurolanden nog altijd om bedelen bij het IMF en de banken er wel heel schamel uit.
Een maand later staan alle seinen op donkerrood. Met verkiezingen voor zowel het Franse presidentschap als het Griekse parlement in aantocht is politieke instabiliteit gegarandeerd. Bovendien kampt de gehele eurozone nu met een recessie. Als in de zomer de staatsschuld van Griekenland door de magische grens van tweehonderd procent van het bbp schiet, lijkt het einde nabij. Met dank aan de door Europa opgelegde economische schoktherapie.
Maar net als niemand de euro nog meer dan een paar dagen geeft, volgt het keerpunt. Op de kop af één jaar nadat bondskanselier Merkel op een oktoberavond de Italiaanse president Napolitano opbelde, met het verzoek 'alles in zijn macht’ te doen om premier Berlusconi te wippen, probeert ze het kunstje te herhalen. Teleurgesteld als zij is in de nieuwe Italiaanse premier, Mario Monti, wendt zij zich deze keer tot diens voormalige broodheer, Goldman Sachs. Of de heren bankiers hun man in Rome willen terugroepen. Of hem ten minste kunnen steunen door Italiaanse obligaties te kopen. Het antwoord doet Merkel versteld staan: Monti blijkt al lang niet meer op de loonlijst van Goldman Sachs te staan. Sterker, de Amerikaanse zakenbank zegt geen enkel vertrouwen te hebben in zijn rigoureuze bezuinigingsbeleid.
Voor Merkel is dat de druppel. De financiële markten, haar baken in de eurocrisis, blijken zichzelf niet eens te vertrouwen. In amper 48 uur gooit ze het roer compleet om. Haar adviseurs in het Berlijnse Kanzleramt stoffen een gedurfd voorstel af van de econome Carmen Reinhart. 'Financiële repressie’ is plotseling de toverformule in de Europese achterkamers.
Het idee is aanstekelijk in zijn eenvoud. In plaats van slaafs achter de financiële markten aan te lopen, kunnen overheden hen ook dwingen om tegen een bescheiden rentepercentage obligaties te kopen. Door een combinatie van snoeiharde regulering en heffingen op ongewenst financieel gedrag worden risicovolle derivaten en andere hocus-pocus onaantrekkelijk gemaakt. Pensioenfondsen en verzekeraars rest weinig anders dan hun geld te steken in overheidstekorten. Op soortgelijke wijze slaagde de westerse wereld er in de naoorlogse decennia al eens in haar schuldenberg te beteugelen.
Of het nu ook zal werken? De eerste tekenen zijn gunstig, al komt de maatregel voor Griekenland te laat. Eind november keerde het land terug naar de drachme. Maar voor de rest van de eurolanden schijnt er eind 2012 licht aan het einde van de tunnel. Het heeft iets masochistisch, maar het vooruitzicht van een flink pak slaag blijkt de markten gunstig te stemmen. Kort voor Kerst is de rente op Italiaans schuldpapier met een looptijd van tien jaar gedaald tot onder de vijf procent - het laagste percentage sinds tijden. Misschien wordt deze keer daadwerkelijk alles anders.
KOEN HAEGENS

De banken
Nationalisatie tegen wil en dank

Twee jaar lang hebben we de adem ingehouden. In 2012 is het dan toch gebeurd: de vrijwel volledige nationalisatie van het Nederlandse bankwezen. Het begon met snel verslechterende economische omstandigheden, door een uitblijvende oplossing voor de eurocrisis en een snel wegebbend economisch momentum in opkomende markten. Een half jaar kleine krimp, gevolgd door matig herstel en een niet al te dramatisch oplopende werkloosheid, had het CPB ons begin december 2011 voorgehouden. Het werd een vol jaar krimp en een zeer scherpe stijging van de werkloosheid: 8,1 procent eind 2012, en volgend jaar komt, weer volgens het CPB, zelfs de tien procent in beeld.
De gevolgen voor de woningmarkt waren dramatisch. De huishoudens die tussen 2005 en 2008 maximaal gebruik hadden gemaakt van hun aftrekposten en zonder blikken of blozen aflossingsvrije schulden ter hoogte van zesvijfde van de onderpandwaarde waren aangegaan, waren het eerst de klos. Wie baan of lief verloor en daardoor moest verkopen, keek tegen fors negatief vermogen aan. Eind vorig jaar was nog sprake van een bescheiden stijging van het aantal executieverkopen; dit jaar was er geen houden meer aan. Steeds meer wijken begonnen het beeld te vertonen dat we uit de Verenigde Staten kennen: rijen leegstaande en dichtgetimmerde panden. En zoals dat nu eenmaal gaat als de lucht er begint uit te lopen, daalden de huizenprijzen sneller en sneller en raakten steeds meer buurten besmet. Inmiddels kijkt ruim veertig procent van de huiseigenaren tegen een negatief vermogen aan. En nog is de bodem van de markt niet in zicht.
Dit had op zijn beurt verwoestende effecten voor de bankbalansen. Met een hypotheekschuld van ruim boven het bruto binnenlands product en banken die meer dan eenderde daarvan hadden verpakt en als obligaties verkocht aan Amerikaanse beleggers kon je erop rekenen dat de ratingbureaus hier met argusogen naar zouden kijken. De combinatie van forse afwaarderingen op hypotheekportefeuilles, een verstopte interbancaire markt, vluchtende aandeelhouders en dalende kredietwaardigheid in een context van een voortetterende eurocrisis bracht ING, SNS en NIBC gevaarlijk aan het wankelen.
De doodsteek kwam echter van het vastgoed. Voor de crisis hadden domme ambtenaren, corrupte vastgoedontwikkelaars en bankiers met uitpuilende zakken een zeepbel geblazen die haars gelijke niet kende. Nederland was een praalkamer van architectonische hoogstandjes geworden die aan de straatstenen niet konden worden gesleten. Met een leegstand van ruim twintig procent lag een implosie in het verschiet. Zolang er niet verkocht hoefde te worden, konden banken echter doen alsof er geen vuiltje aan de lucht was. Vorig jaar ging het bijna mis toen Uni Invest een deel van zijn portefeuille wilde verkopen. Zelfs tegen veertig procent korting was er geen koper. Toen kon Uni Invest de veiling nog afblazen. Dit jaar niet en moest het genoegen nemen met een verlies van ruim zestig procent.
De ronde van afwaardering op vastgoed die toen volgde, dreigde het financiële stelsel te ontwrichten. Om een implosie te voorkomen werden in het weekend van 15 en 16 september ING, SNS Reaal en NIBC genationaliseerd. Tegen heug en meug. Want iedereen besefte wat dat voor gevolgen zou hebben: oplopende staatsschuld, verlaging van de kredietwaardigheid van Nederland en een compleet andere Europese dynamiek. Niet alle noordelijke eurolidstaten zijn immers financieel even prudent gebleken. Wie beweerde ook weer dat fiscaal toezicht uit Brussel er alleen voor de anderen is en niet voor ons?
EWALD ENGELEN

De wereld
Een hete zomer

Het afgelopen jaar is de wereld op het nippertje aan een vernietigende chaos ontsnapt. In de eerste maanden werd het nieuws in toenemende mate beheerst door Iran. Volgens Amerikaanse en Israëlische bronnen was het aannemelijk om te verwachten dat omstreeks augustus het land zijn eerste kernwapen zou hebben. In het Westen werd een heftige discussie gevoerd. Aan de ene kant stonden de voorstanders van een streng containment. Als Iran zijn bom zou gebruiken, betekende dat zelfmoord. Dat zou ook in Teheran beseft worden. Vandaar dat voor Ahmadinejad en de moellahs de bom niet meer dan een chantagemiddel kon zijn. Die zienswijze werd fel bestreden door de preventieve aanvallers. De jongste geschiedenis had bewezen dat de Iraanse machthebbers tot alles in staat waren. Tot iedere prijs moest worden voorkomen dat dit project zou worden voltooid.
Boycotmaatregelen hadden niet het gewenste effect. De taal van Ahmadinejad werd agressiever. Het probleem begon een rol te spelen in de Amerikaanse verkiezingsstrijd. De Republikeinen beschuldigden Obama van appeasement. Intussen ging in Syrië de opstand tegen president Assad verder; onderdelen van het leger kozen de kant van de rebellen. Eind maart werd het paleis bestormd, Assad naar buiten gesleurd en op het plein onthoofd. Deze gebeurtenis veroorzaakte onbeschrijflijk rumoer in de Arabische wereld. Daarvan maakte Israël gebruik. Begin april werden in een reeks luchtaanvallen alle Iraanse kerninstallaties totaal verwoest. Obama steunde de aanval. Later is gebleken dat Washington ruim van tevoren zorgvuldig op de hoogte was gesteld. De enquêtes lieten zien dat na de aanval de kansen van Obama sterk waren gestegen.
Deze gebeurtenissen in het Midden-Oosten voltrokken zich terwijl Amerika en Europa zich aan de economische crisis probeerden te ontworstelen. In de eerste helft van 2012 steeg de olieprijs van 99,66 naar 141,79 dollar per vat. De onmiddellijke gevolgen waren een aanmerkelijk grotere werkloosheid en een stijging van de kosten van levensonderhoud, overal in het Westen. De publieke onvrede zocht uitwegen buiten het politieke bestel, dat door de grote massa medeverantwoordelijk werd gehouden voor de algemene malaise. In alle grote steden van het Westen, van Berlijn tot San Francisco, werden op de grote pleinen demonstraties gehouden, ongeveer zoals dat een jaar eerder bij het ontstaan van de Arabische lente het geval was geweest. Dit was de 'hete zomer’ van het Westen. En zoals in de Arabische staten mankeerde het ook hier aan leiderschap.
Geteisterd door de economische crisis, in een staat van politieke wanhoop en afbraak van de openbare orde wankelde het Westen de herfst in. De Amerikaanse verkiezingsstrijd had een ongekende graad van verbittering bereikt. De Republikeinse kandidaat had zich in zijn campagne ondergeschikt gemaakt aan zijn rechtervleugel, de Tea Party en andere ultrarechtse christenen. Zoals vier jaar tevoren waren de propagandisten zich te buiten gegaan aan zulke absurde verdachtmakingen dat ze hun geloofwaardigheid verspeelden. Niet door zijn eigen verdiensten maar door de radicale stupiditeit van zijn tegenstanders heeft Obama op 6 november gewonnen. Zowel in de Senaat als in het Huis van Afgevaardigden kan hij op een kleine meerderheid rekenen.
Veel kans op een economisch herstel is er in 1213 niet. De Arabische lente heeft onze grootste olieleverancier, Saoedi-Arabië, bereikt. De brandstofprijs blijft stijgen, ons politieke bestel heeft zijn geloofwaardigheid verloren. We gaan een duister jaar tegemoet.
H.J.A. HOFLAND

Het onderwijs
Confrontatie

Voor studenten was 2012 het jaar van de boete. Behalve aan wildplassen, het te laat terugbrengen van bibliotheekboeken en roken op stations hangt sinds afgelopen jaar ook aan misstappen tijdens de studie een prijskaartje. Het meest ingrijpend is de langstudeerboete. Al in 2011 aangekondigd, maar dit jaar voor het eerst opgelegd aan iedereen die meer dan twaalf maanden extra nodig had voor zijn opleiding. Duizenden studenten sloeg de schrik om het hart toen bleek dat uitloop veroorzaakt door verkeerde studiekeuze, bestuursactiviteiten of domweg luiheid ruim 250 euro per maand vertraging kostte.
Ook werd de jacht geopend op adresfraudeurs: studenten die een beurs ontvangen om de kamerhuur te betalen, maar in werkelijkheid het ouderlijk nest nog niet hebben verlaten. Met opsporingsmethodes die zijn afgekeken van collega’s bij de sociale dienst ging een speciaal daarvoor opgericht rechercheteam op zoek naar oplichters. Bij vijftienhonderd gezinnen werd het afgelopen jaar rond etenstijd aangebeld om te controleren of het studerend kind wel degelijk op kamers zat. Wee de student wiens wasgoed vervolgens in de mand van pap en mam werd aangetroffen. Als niet kon worden aangetoond dat het verblijf thuis enkel diende om eens goed bij te slapen en gezond te eten, volgde onherroepelijk een boete.
De boetecultuur tekent het einde van het tijdperk waarin de student gold als nationale knuffelbeer. Het afgelopen jaar sneuvelden een flink aantal douceurtjes waar het studerend deel der natie ooit mee werd verwend. Het recht op een ov-kaart werd ingekort tot drie jaar en studenten mogen voortaan alleen buiten de spits gratis reizen om zo de overvolle forenswagons te ontlasten. Tot ongenoegen van met name onze oosterburen werd het collegegeld voor buitenlandse studenten verdrievoudigd. Ook snoepte de minister een jaartje van de studiebeurs af. Masteropleidingen komen volledig voor eigen rekening. Wie dit ziet als de opmaat naar het volledig afschaffen van de studiebeurs ten faveure van een sociaal leenstelsel in 2013 zit er waarschijnlijk niet ver naast.
Ook voor onderzoekers was 2012 een zwaar jaar. Na de affaire-Stapel en het gesjoemel met onderzoeksgegevens door de Rotterdamse hoogleraar Poldermans kwamen verschillende nieuwe gevallen van creatief datagebruik aan het licht. Toch was deze smet op het blazoen van de wetenschap een verkapte zegen: het afgelopen jaar nam Nederland internationaal het voortouw in het transparanter maken van wetenschappelijk onderzoek.
Ten slotte had 2012 het jaar moeten zijn waarin de motoren van onze kenniseconomie volop gingen ronken. In de zomer van 2011 was met veel bombarie het 'topsectorenbeleid’ gelanceerd. Het bleek een lege huls. De financiële ondersteuning van het toponderzoek bleek een fooi te zijn vergeleken met wat omringende landen uittrokken en ging bovendien ten koste van de sociale wetenschappen en humaniora. En zo draaide het wetenschapsbeleid van het kabinet-Rutte uit op wat iedereen verwachtte: simpelweg bezuinigen op de wetenschap.
Toch was er een klein lichtpuntje in het voorbije jaar: de benoeming van Louise Fresco als eerste vrouwelijke president van de KNAW. Haar openingsspeech was scherp van toon. We zijn bezig het Nederlandse onderzoeksklimaat te versterven. Wetenschap kan niet worden beperkt tot onderzoek dat meetbaar geld oplevert voor de BV Nederland, was Fresco’s betoog. Waar de strategie van haar voorganger bestond uit 'vrienden voor de wetenschap’ winnen, koos zij voor een openlijke confrontatie met een kabinet dat, ook in 2012, niet begreep dat onderwijs en wetenschap altijd meer opleveren dan je eraan uitgeeft.
CASPER THOMAS

De zorg
Dichte deur

Dat Zorg-minister Edith Schippers de economische crisis met beide handen aangreep om 'eindelijk’ de al decennialang groeiende zorgkosten om te buigen is in 2012 concreet geworden. Niet alleen in de portemonnee van de verzekerden, ook de medisch specialisten, huisartsen, psycho- en fysiotherapeuten zagen hun inkomsten fors afnemen. Sommigen zelfs met meer dan dertig procent. Er sneuvelden duizenden banen - van verpleegkundigen tot artsen - en in alle ziekenhuizen kwamen afdelingen onder druk te staan. Een enkel regionaal ziekenhuis ging zelfs failliet. Ruzies hierover tussen specialisten en ziekenhuisdirecties trokken een wissel op de patiëntenzorg. Nog even los van de toegenomen papiermolen die ontstond door de invoering per 1 januari van alweer een nieuw declaratiesysteem, onder de titel Diagnosebehandelingcombinatie Op weg naar Transparantie (DOT).
Het snoeimes van de Haagse rekenmeesters werd vooral aan den lijve ondervonden door bejaarden, chronisch zieken, ongezond levende mensen en geestelijk zwakke mensen. Zij hebben meer dan pech gehad. Omdat bijvoorbeeld een eerste reeks behandelingen bij de fysiotherapeut of psychotherapeut uit eigen zak betaald moet worden, besloten velen met een doorgezakte rug of een depressie door te sukkelen. Een barmhartige overheid behoort tot het verleden.
Dat werd ook zichtbaar: ondanks waarschuwingen van de GGZ en de politie kwamen duizenden zwervers, verslaafden en psychisch gestoorden weer op straat. Daarmee werd de succesvolle aanpak van huisvesting in combinatie met pappen en nathouden deels losgelaten. De overlast die zij veroorzaken heeft in de vier grote steden geleid tot agressie door buurtbewoners. Kerkelijke instellingen en vrijwilligersorganisaties beginnen zich inmiddels beter te organiseren om de outcasts binnenboord te houden.
In januari leek het eigenlijk nog best redelijk. De basispolis ging een beetje omhoog terwijl het basispakket weer een beetje verder was uitgekleed. Het eigen risico liep ook wat op, maar ach, die kosten van enkele tientjes konden er ook nog wel bij. Alleen, in de uitvoering van de andere maatregelen openbaarde zich het ware gezicht van de 'protocollaire’ zorg: brede middenzorg via strakke afspraken met verzekeraars terwijl over alles wat daarbuiten valt aan complexe behandelingstrajecten (financieel) moeilijk wordt gedaan.
De vrees dat de macht steeds meer in handen zou komen van de vier grote zorgverzekeraars werd inderdaad bewaarheid. Hun aanpak: afknijpen van de 'zorgleveranciers’, harde prijsafspraken met ziekenhuizen en betere controle op 'zorgconsumptie’ (ook via het op ondemocratische wijze doorgedrukte Elektronisch Patiëntendossier onder de nieuwe naam Landelijk Schakelpunt). Verzekeraars kregen ook een steeds grotere vinger in de pap bij de keuze van de zorgverlener. Sommige partijen sloten voor bepaalde specialistische behandelingen bij enkele ziekenhuizen geen contract meer af.
Patiënten werden bovendien geconfronteerd met een dichte deur bij hun ziekenhuis om de hoek.
Halverwege het kalenderjaar kon het zomaar zo zijn dat een operatiekamer dichtging omdat het door de overheid opgelegde budget reeds op was. Daar waren ze weer, die vreselijke wachtlijsten van vroeger. En als uitstel van een behandeling niet kon, mocht je naar een ander ziekenhuis afreizen; maar dan wel deels op eigen kosten, alle massale protesten ten spijt. Zolang de politiek - en dat is niet exclusief voor een rechts kabinet - de zorg beschouwt als een soort aan obesitas lijdende patiënt zal de broekriem ook in de toekomst strakker aangetrokken worden.
MARGREET FOGTELOO

Defensie
Een papieren leger

De verwachting was dat het de Kunduz-operatie zou zijn die minister Hillen van Defensie - en met hem de minister van Buitenlandse Zaken en de premier, en dus het hele minderheidskabinet - in de problemen zou brengen. De politieagenten die in de Noord-Afghaanse provincie Kunduz door Nederlanders werden getraind mochten van de oppositie niet worden ingezet bij gevechten tegen de Taliban. Aan die onmogelijke eis werd tot veler verbazing voldaan. De Taliban sparen hun krachten tot na de terugtrekking van de Navo in 2014, voor het beslissende offensief tegen de regering.
Op het ministerie van Defensie verlangde men in 2012 terug naar het gesteggel over Kunduz. De bezuiniging van een miljard euro bleek vernietigend. 'De krijgsmacht dreigt af te glijden naar een soort derdewereldleger met defect materieel en gedemotiveerde militairen’, waarschuwden officieren. Duizenden militairen werden ontslagen of vertrokken vrijwillig. Van de inzichten en gehardheid die gevechtseenheden opdeden in Afghanistan bleef niets over. Er was een tekort aan munitie en onderdelen, brandstofvoorraden bleken ontoereikend voor oefeningen. Ook het afstoten van de allerlaatste tanks en een flink deel van de F-16’s had een fnuikende werking op de gevechtskracht. Juist nu die harder nodig bleek dan ooit.
Want Nederland had dringend behoefte aan het verstevigen van zijn bondgenootschappen, maar daar was geen beginnen aan met een nauwelijks inzetbare krijgsmacht. Het escaleren van de Syrische crisis tot een internationale oorlog in het Midden-Oosten, waarbij Navo-leden Turkije en Frankrijk driftig intervenieerden, bedreigde rechtstreeks de Nederlandse belangen. Maar het lichtbewapende mariniersbataljon dat we met hangen en wurgen een half jaartje konden uitzenden, leverde slechts scheve ogen op. De verzwakte Amerikanen worstelden op de Stille Oceaan met de opdringende Chinezen. De voor Nederland zo belangrijke Indische Oceaan, levensader van het containertransport dat de Rotterdamse haven groot had gemaakt, wordt nu gecontroleerd door India, dat zijn steile economische groei had gebruikt om een geduchte marine te bouwen. De piraterij greep onstuitbaar om zich heen. Maar de Indiërs bedankten vriendelijk voor het handjevol schepen dat Nederland nog in de vaart had. Hier wreekte zich het kortzichtige buitenlandbeleid van opeenvolgende kabinetten. Het was Washington voor en na, en voor China bogen de ministers als knipmessen, maar niemand had eraan gedacht een speciale relatie met India op te bouwen.
Het was ook niet het voortgaande gesteggel over de miljardenaanschaf van de Joint Strike Fighter dat Defensie-minister Hillen nekte. Steeds weer verwees hij naar een volgend kabinet dat de knoop moest doorhakken.
Wat Hillen de das omdeed, was de papierwinkel. Nog altijd was het merendeel van de personeelsdossiers niet op orde, waardoor de ontslaggolf bij Defensie vastliep in rechtszaken. Om de apocalyptische chaos in de wereld maalde gedoogpartner PVV niet, maar dít kon Wilders niet verkroppen.
Terwijl de Nederlandse belangen klap na klap kregen, debatteerde de Nederlandse politiek over een papieren leger. Het symboliseerde de teloorgang. In 2011 was Nederland op de wereldeconomische ranglijst van de zestiende naar de 21ste plaats gezakt, en de daling zette door. Maar nog altijd waren we de zevende exporteconomie ter wereld. Stabiliteit en vrije handelsroutes waren dus van nationaal levensbelang. Maar van het eens zo verstandige internationale beleid, geschraagd door een slim opererende expeditionaire krijgsmacht van hoog niveau, was weinig meer over. Nederland is een soort België geworden.
JOERI BOOM