Hoe de media onze stem beïnvloeden

Teruggebracht tot tweestrijd

Ons stemgedrag wordt medebepaald door de media, vooral nu partijen niet de boer op kunnen. ‘Er ligt een coronadeken over de campagne waarbij Rutte de hele tijd in beeld is als staatsman. Dat heeft effect.’

De partijleiders van CDA, VVD, PVV, SP, GroenLinks en D66 voorafgaand aan het RTL-verkiezingsdebat, 28 februari © Bart Maat / ANP

In beeld is partijleider Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren, strak gekleed in een krijtstreeppak met rode stropdas en pochet. Zo kijkend naar haar kleding, zegt de vvd’er Klaas Dijkhoff in een Kamerdebat, kán hij haar simpelweg niet veel weigeren. ‘Maar de intimidatiefactor neemt iets af omdat ik niet verwacht van haar een paardenhoofd in mijn bed te vinden.’

Terug in de studio maakt Sven Kockelmann, een van de scherpste televisie-interviewers van Nederland, er een grapje over. ‘Esther Corleone Ouwehand’, zegt hij. Er wordt volop gelachen aan de tafel van talkshow Op1, maar al snel wordt het serieus. ‘U wilt regeren, dat is dus een serieuze claim?’ En verder: ‘Er moet natuurlijk wel een programma liggen dat realistisch en uitvoerbaar is.’

Ouwehand zit meteen in de verdediging. ‘Ik vind dit zeker een serieus programma en de vraag is niet of de Partij voor de Dieren er klaar voor is om te regeren, maar of de andere partijen klaar zijn om onze economie gezond en houdbaar te houden voor de toekomst.’ Dat ideaal wordt al snel gereduceerd tot boekhoudkundig gehakketak. De presentator: ‘U heeft vast meer verstand van bomen dan ik, maar ik ken geen groene geldboom.’

Wat lever jij in om te regeren met de grootste partij, de vvd? Hoe ‘realistisch’ ben jij als partij ten opzichte van de gedoodverfde winnaar Mark Rutte? Dit zijn de vragen die in elk repertoire van de interviewers zit deze campagne en dus ook aan de stamtafel van Op1. Even na Ouwehand schuiven drie opiniepeilers aan. Kockelmann: ‘Is er iemand die denkt dat Mark Rutte níet de premier wordt?’

De verkiezingscampagne is officieel pas een week of twee bezig, maar officieus timmert de vvd al sinds het begin van de corona-uitbraak aan de politieke opinie. Rutte toont zich op gezette tijden (zoals op de driewekelijkse pandemie-persconferentie) de leider die het land door de crisis loodst. Hij etaleert zich als verstandig leider die boven het gekissebis uitstijgt door te zeggen dat hij geen campagne voert. Per brief adverteert hij in dagbladen, en verzoekt hij zijn politieke concurrenten vooral geen loze beloften te doen.

Maar hij voert wel degelijk campagne. In december al schoof hij aan voor ‘een openhartig interview’ (‘ik was geen populaire jongen op de middelbare school’) bij de show van Linda de Mol. Begin februari liet hij zich op npo Radio 1 interviewen door zijn boezemvriend Jort Kelder (‘ik ben één nacht bij jou geweest op Terschelling’, zei hij over zijn vrije tijd) en eind februari ging hij even in gesprek met zijn oud-campagneleider Frits Huffnagel bij onl voor ondernemers. Hij zei eerder te gaan versoepelen dan de deskundigen en de routekaarten (die van het kabinet zelf) willen. ‘Anders word je gek.’ Oeps, daar deed Rutte toch echt zélf een belofte.

Zijn podia kiest hij selectief en zijn vaak risicovrij. Rutte hoeft ook niet in een talkshow te zitten, zijn geest waart er toch wel rond. De vvd staat ‘torenhoog in de peilingen’ (De vooravond) en is niet alleen ‘met afstand de grootste’ (EenVandaag) maar heeft zelfs een ‘onbetwiste koppositie’ (nos). ‘Mark Rutte kan een moord plegen en nog wint hij’, zei presentator Renze Klamer bij De vooravond. ‘Er moeten wonderen gebeuren als Rutte niet opnieuw minister-president wordt’, staat op de site van RTL Nieuws.

De media komen al maanden superlatieven tekort om het succes (zo’n veertig zetels in de peilingen) van Rutte te beschrijven. Wat daarbij vergeten wordt is dat ‘de grootste’ partij in Nederland een nogal relatief begrip is – zeker in een versplinterd landschap. ‘Rutte gaat toch winnen’, hoort politicoloog Tom van der Meer (Universiteit van Amsterdam) al sinds begin vorig jaar. De media presenteren de peilingen alsof een verkiezingszege voor de vvd al in kannen en kruiken is. Maar zo’n drie weken voor de verkiezingen, zegt hij, is zestig procent van de kiezers nog niet ‘geland’.

Sowieso: ‘In Nederland is er disproportioneel veel aandacht voor de grootste partij. Maar tegenwoordig ben je dat al met weinig zetels, met veertig zetels heb je maar een kwart van de kiezers’, zegt hij. ‘Wat nog een grote partij was in 2001 is nu maar een middelgrote partij’, vervolgt Claes de Vreese, hoogleraar politieke communicatie aan de UvA. ‘In die zin kun je zeggen dat de vvd een uitzonderlijk grote partij is in de categorie middelgrote partijen.’

Volgens de Peilingwijzer (gewogen met vier peilingen) heeft Rutte drie weken voor de verkiezingen zo’n 25 procent van de stemmen. Zijn vvd werd in 2017 ‘de grootste’ met 21 procent – dat zijn 33 van de 150 zetels in de Tweede Kamer. Hoewel hij al een jaar in de media min of meer tot winnaar is uitgeroepen, wordt weleens vergeten dat hij vlak voor de coronacrisis, januari vorig jaar, zeer slecht in de peilingen stond met zeventien procent van de potentiële kiezers. ‘De grootste partij in Nederland is nog altijd een partij waar de meerderheid van Nederland dus niet op stemt’, aldus Van der Meer.

‘Steeds weer iemand benoemen als “winnaar” of “verliezer” heeft zeker een effect op stemmers’

Bovendien hoeft die grootste niet altijd mee te regeren. Het klassieke voorbeeld is PvdA’er Joop den Uyl die ondanks een historische verkiezingszege op gewiekste wijze door de christen-democraten buiten de coalitie werd gehouden. Nederland kiest nu eenmaal 150 volksvertegenwoordigers, toch wordt in de media veel gesproken over tweestrijd, winnaars en verliezers.

Het debat van rtl werd jarenlang het ‘premiersdebat’ genoemd, en Pauw nodigde, op basis van de peilingen, slechts twee politieke leiders uit voor het debat tijdens de Europese Verkiezingen in 2019. Het werd een ‘duel’ tussen Thierry Baudet van Forum voor Democratie en Mark Rutte, een confronterende krachtmeting tussen landelijke kopstukken die niet verkiesbaar waren voor een zetel in Brussel. Terwijl de columnisten, analisten en duiders ‘winnaars’ uitriepen van dit debat, was het uiteindelijk Frans Timmermans die met de PvdA de grootste Nederlandse partij van Europa werd.

Toch heeft het uitroepen van winnaars wel degelijk effect. Peilingen, benadrukken ook de opiniepeilers zelf steeds, zijn géén voorspelling. Ze geven een trend weer. Maar te vaak worden peilingen in de media misbruikt om de wedstrijd te verslaan. Het is dan een race naar het Torentje, waarbij geregeld Amerikaatje wordt gespeeld (inclusief running mates en debatten die in een zogeheten ‘town hall’-format worden gegoten). Politieke junkies hopen al máánden likkebaardend op een gamechanger, zoals die ene keer dat Diederik Samsom (gerestyled in strak pak en getemperd met een vriendelijke blik) onverwacht uitblonk in het eerste live tv-debat.

‘We roepen hier elke keer aan tafel dat Rutte de winnaar is’, zegt presentatrice Talitha Muusse als de drie opiniepeilers te gast zijn bij Op1. ‘Heeft dat geen effect? Wordt dat dan geen self-fulfilling prophecy?’ Er komt niet echt een antwoord. De vraag zou dan ook niet bij de opiniepeilers moeten liggen, maar bij de presentatoren zelf wellicht. ‘Niet de peiling zelf heeft effect, maar de duiding van de media’, zegt politicoloog Loes Aaldering van de Vrije Universiteit Amsterdam. Steeds weer iemand benoemen als ‘winnaar’ of ‘verliezer’ heeft zeker een effect op stemmers, benadrukt ze.

Samen met collega Armen Hakhverdian hebben Van der Meer en Aaldering in 2014 een experiment uitgevoerd via het opiniepanel van EenVandaag met 23.000 deelnemers. Allemaal kregen zij peilingen te zien, alleen kreeg een deel naast die peilingen ook een paar duidende zinnetjes erbij (‘deze partij staat op winst’). De droge peilingen, bleek, hadden nauwelijks invloed op de stemvoorkeuren. Het toevoegen van een illustrerend zinnetje leidde echter tot twee procent extra kiezers – dat is omgerekend drie zetels in de Tweede Kamer. Door peilingen te duiden hebben media, onbewust, een effect op stemgedrag.

Premier Rutte te gast bij Op1 met Jeroen Pauw en Fidan Ekiz. 12 juli 2020 © Sander Koning / ANP

Bij politieke junkies staat Job Cohen te boek als de PvdA-leider die op tragische wijze – als ongeschikt voor het oppositiespel – in 2012 het Binnenhof verliet. Het scheelde echter maar een halve zetel of de PvdA was twee jaar daarvoor de grootste geworden. Niemand zag dit nipte verlies aankomen omdat de opiniepeilers de winst van de vvd hadden overschat in de campagneweken. In de media werden de sociaal-democraten al afgeschreven. Vijf dagen voor de verkiezingen zat Cohen bij De wereld draait door waar hem door Matthijs van Nieuwkerk werd ingepeperd dat hij zou gaan verliezen. ‘U moet nog steeds heel veel zetels inlopen. Dus je zou… je móet elke dag denken: dit was een verloren dag. Ik heb dus iets niet goed gedaan.’

Zo slecht ging die PvdA-campagne niet, analyseert het politicologen-blog Stuk Rood Vlees; de peilingen, die doorgaans vrij accuraat zijn in Nederland, zagen het minieme verschil tussen de liberalen en sociaal-democraten deze keer echter niet. En ondanks de niet-voorspellende waarde van de metingen, verbonden media er toch wel verregaande conclusies aan. ‘De nadruk op de groei van een partij in peilingen ten opzichte van een zelfgekozen ijkpunt, leidt tot verdere groei van die partij’, aldus het blog. ‘Nadruk op stagnatie of krimp doet dat niet. De interpretatie van een peiling is dus niet neutraal, en de interviewer moet zich daar bewust van zijn.’

Datzelfde geldt voor het uitroepen tot winnaars van een debat, benadrukt Aaldering. ‘Op basis waarvan? Kun je überhaupt wel iemand als winnaar aanwijzen?’ Het geldt ook voor de gretigheid waarmee ‘gamechangers’ uit het verleden bij elke campagne weer uitgezonden worden als ‘historische debatmomenten’. Geliefde voorbeelden zijn ‘u draait en u bent niet eerlijk’ (cda’er Jan Peter Balkenende tegen PvdA’er Wouter Bos, 2006) en ‘u kijkt zo lief’ (Balkenende tegen presentatrice Mariëlle Tweebeeke, 2010). ‘Een duiding blijft hangen en gaat een eigen leven leiden’, zegt Aaldering. ‘Als je die duiding dan honderd keer afdrukt en benoemt, dan zorgt dát voor een effect.’

Naast winnaars, peilingen en gamechangers wordt er rond de verkiezingen steevast gekwartet over mogelijke coalities. De inkt op het verkiezingsprogramma van de pvv was nog niet droog, of voormalig coalitiepartner cda werd gevraagd of samenwerking er nog wel inzat. ‘Dat lijkt mij bijna onvoorstelbaar’, haastte Wopke Hoekstra zich te zeggen. De PvdA liet weten graag met GroenLinks te willen regeren, en premier Rutte van de vvd sluit GroenLinks ook niet uit. D66 houdt de kaarten nog even tegen de borst richting GroenLinks, want wie weet moet ze straks nog door met het cda en de vvd. Overigens wil de vvd naast de pvv ook liever niet om tafel met Forum voor Democratie, en op de SP wordt ook niet gerekend. ‘En dat is drie: het afstrepen is begonnen’, meldde de Volkskrant. EenVandaag heeft zelfs een ‘coalitiewijzer’ op de website waar bezoekers zelf kunnen puzzelen met mogelijke combinaties.

‘De echte keuzes worden gemaakt tijdens de formatie – een soort Bermudadriehoek voor stemmen’

Er wordt, kortom, door partijen volop geflirt. ‘Zo hoort het ook, het zou kiezersbedrog zijn om daar niets over te zeggen’, zegt politiek communicatiewetenschapper Mariken van der Velden (Vrije Universiteit). Het uitspreken van de voorkeuren voor samenwerking geeft kiezers namelijk echt meer informatie. ‘Als jij als rechtse kiezer twijfelt tussen de vvd en het cda, maar niets met de pvv hebt, dan kan het uitspreken van een mogelijke samenwerking je stem bepalen.’

Tijdens de campagne van 2012 noemde Rutte de PvdA ‘een bedreiging voor Nederland’. Twee weken na die uitspraak zat hij met PvdA-voorman Diederik Samsom in zijn favoriete restaurant Soeboer een vorkje te prikken en de eerste stappen richting formatie-overleg te zetten. De vraag is of zoveel kiezers op PvdA of vvd hadden gestemd als ze van tevoren hadden geweten dat deze samenwerking überhaupt een mogelijkheid was. Dat kwam echter niet ter sprake tijdens de strijd om het Torentje. Van der Velden: ‘In de campagne wordt vaak gedaan alsof één partij gaat winnen, maar dat is bedrog. Maak daarom de coalitiepolitiek onderdeel van je campagne.’

De Nederlandse kiezer krijgt, volgens politicoloog Simon Otjes van Universiteit Leiden, geen grip op wat er met de stem gebeurt ná de verkiezingen. ‘De echte keuzes worden pas gemaakt tijdens de formatie – een soort Bermudadriehoek voor stemmen.’ Terwijl wekenlang de mening van de kiezer centraal staat, speelt deze bij de formatie nog maar een beperkte rol. ‘De drie procent die op de ChristenUnie stemde zag in 2017 zijn partij aanschuiven, de vijftien procent van de pvv doet niet mee.’ Of: ‘Je stemt Samsom en krijgt er Rutte bij. Uiteindelijk gaan de verkiezingen ook over welk kabinet je krijgt en hoe dat dan werkt, daarover wordt in de campagne weinig geïnformeerd.’

In tegenstelling tot de kiezers zijn partijen ver voor de verkiezingen al bezig met de formatie. Zo wordt er tijdens het schrijven van de verkiezingsprogramma’s volop rekening gehouden met mogelijke coalities. Vooral de boekwerken van traditionele regeringspartijen zijn niet zozeer voor de kiezer geschreven als wel voor potentiële regeringspartners. Van der Velden bestudeerde de communicatie van regeringspartijen in acht landen en concludeerde dat coalitiepartijen die goed hebben samengewerkt nauwelijks hun agenda veranderen. Als ze dat wél doen, bewegen die partijen vooral naar elkaar toe. Alleen als de samenwerking niet goed verliep nemen ze wel afstand van elkaar, via het partijprogramma.

De traditionele partijen zijn dan ook flink naar elkaar opgeschoven. Zo zijn ze allemaal voor een ‘sterkere’ overheid. Zelfs de vvd vindt dat de overheid de ‘rafelranden van het kapitalisme actief moet bijschaven’. De marktwerking in de zorg is doorgeschoten, aldus de liberalen in het eigen programma. ‘Marktwerking mag geen doel op zich zijn.’ Ook D66 vindt nu dat de overheid moet optreden. De ideeën en plannen zijn tot in de puntjes opgeschreven in de programma’s die, in de meeste gevallen, door de planbureaus zijn doorberekend.

Toch zien we in de laatste weken van de campagne hier weinig van terug. In dilemma’s tijdens interviews (‘bent u voor of tegen kernenergie?’) of stellingen in debatten of kieswijzers. ‘Zwarte piet is racistisch. Eens of oneens?’ Of: ‘Wilt u hogere dijken of andere klimaatregelingen?’ Op het eerste gezicht lijken de stellingen nogal nihilistisch, maar de online vragenlijsten (met hoogstens dertig stellingen) en scoreborden maken de duimdikke verkiezingsprogramma’s inzichtelijk met name voor mensen met weinig politieke interesse, zegt politicoloog Otjes. ‘Juist omdat het politieke landschap zo onoverzichtelijk is.’

Maar net als de wildgroei aan politieke partijen schieten ook de kieshulpen al jaren als paddenstoelen uit de grond. Ze zijn algemeen of van een bepaalde belangenclub die probeert te doorgronden welke partij het meest auto-, ouderen- of klimaatvriendelijk is. ‘Partijen houden er rekening mee op welke woorden deze clubs de verkiezingsprogramma’s doorzoeken. In 2017 kwam bijvoorbeeld GroenLinks in eerste instantie slecht uit de Opzij-kieswijzer omdat de partij vaak het woord “gender” gebruikte’, aldus Otjes. ‘De redactie zocht in het verkiezingsprogramma op het woord “vrouw”, dat juist relatief weinig werd gebruikt.’

Ook in de stemhulpen zitten aannames, benadrukt Otjes. En daar moeten de makers voorzichtig mee omgaan. Zo is hij zeer kritisch op het Kieskompas. ‘De privacy van burgers mag worden beperkt om de nationale veiligheid te vergroten’, is een van de stellingen. D66 en de SP hebben hier ‘neutraal’ ingevuld, FvD en de pvv ‘nee’. Maar de makers van het Kieskompas hebben niet goed gekeken naar de partijprogramma’s. Want juist FvD en pvv doen concrete voorstellen die de privacy aantasten.

Daarnaast vindt niet iedereen elk onderwerp even belangrijk. Toch dwingen stemhulpen kiezers die bijvoorbeeld totaal onverschillig zijn over medische ethiek daar iets van te vinden en op basis daarvan worden ze verder of dichter af geplaatst van de christelijke partijen. Het is dus belangrijk niet blind te varen op dit soort stemwijzers, aldus Otjes. ‘We moeten kritisch zijn op methodes die er worden gebruikt, juist omdat ze een rol tijdens de verkiezingen vervullen die zo belangrijk is.’

Partijen passen hun programma’s ook aan op de kieshulpen en de doorrekeningen van het Centraal Planbureau. ‘Mijn voorganger had het mooie doel om een zo kort mogelijk verkiezingsprogramma te schrijven’, zei prominent vvd’er en meervoudig schrijver van het programma Jan Anthonie Bruijn tijdens de vorige verkiezingen tegen Trouw. ‘Toen kwamen de stemwijzers. Jullie weten: als je daarin invult “ik weet het niet”, kom je uit bij D66.’ De liberalen sleutelen nu aan het programma tot het ‘cpb-proof’ en ‘kieswijzer-proof’ is. ‘Een partij is gedwongen om overal een standpunt over te hebben. Sinds 2009 zijn daarom de verkiezingsprogramma’s alleen maar dikker geworden.’ Absolute kampioen dit jaar is D66 met een verkiezingsprogramma van maar liefst 208 pagina’s.

Veel van wat er in die verkiezingsprogramma’s staat, zien we in de campagne niet meer terug. Door de coronacrisis is het debat online en op tv het belangrijkste platform. Fysiek met folders, rozen, petjes, fluitjes de boer op gaan zit er niet in, dus proberen de politieke leiders zieltjes te winnen via het scherm en de wetten schrijven daar vooral korte oneliners voor. ‘Er ligt een coronadeken over de campagne waarbij Rutte de hele tijd in beeld is als staatsman’, zegt hoogleraar De Vreese. ‘Dat heeft effect. Er is nauwelijks aandacht voor de andere grote thema’s: wat gaat er gebeuren ná corona? Hoe bestrijden we de crisis op de woningmarkt, de klimaatcrisis, de ongelijkheid op de arbeidsmarkt of de problemen in het onderwijs?’

Al snel wordt de mondiale klimaatcrisis gereduceerd tot de stelling ‘bent u voor of tegen een kerncentrale?’ Dat komt, denkt De Vreese, ook door de Nederlandse interview- en talkshowcultuur. ‘Die is heel erg gericht op het creëren van conflicten die er zijn of juist niet zijn.’ Op dit moment is er, zegt zijn collega Van der Meer, ‘disproportioneel veel aandacht voor cultuurconflicten’. ‘Dertig gele hesjes op de Erasmusbrug krijgen meer aandacht in de media dan duizenden mensen die op het Malieveld protesteren voor de publieke zaak. Dat is geen complot, maar meer een wisselwerking. Je zag dit ook vóór 2001, toen was er juist in de media een consensus dat er geen cultuurconflicten speelden in de samenleving.’

De Partij voor de Dieren past momenteel niet in deze consensus. ‘Als we nu niets doen tegen de biodiversiteitscrisis en de klimaatcrisis, dan wordt alles alleen maar duurder en moeilijker’, betoogt Ouwehand aan de tafel bij talkshow Op1. ‘De intensieve veehouderij in Nederland heeft ook maatschappelijke kosten, we moeten verder kijken.’ Al jaren wijst haar partij op het risico van zoönose (en dus pandemieën) door de bio-industrie. Sven Kockelmann luistert al niet meer. ‘Hoe gaat u dit in hemelsnaam allemaal betalen?’