FILM

Terugkeer van de matinee

Clash of the Titans

Een matinee. Toen de buurtbioscoop nog bestond, had dit woord een magische betekenis: de middagvoorstelling waar geen artistiek verantwoorde film draaide, maar een genrestuk gemaakt door cineasten en producenten die de verwachting van de veelal jeugdige kijker voorop stelden. Spanning en avontuur, actie en opwinding - daar ging het om. Veel sword and sandal-films, spaghettiwesterns of oude avonturenfilms. Tijdens het kijken naar het nieuwe Clash of the Titans van Louis Leterrier, in 3D, zat ik zo ongeveer tussen het afhakken van Medusa’s hoofd en het verschijnen van de Kraken te denken dat een groot deel van de moderne, populaire cinema inmiddels bestaat uit werken die naadloos zouden passen in het aloude matineeprogramma. Is dit een goede ontwikkeling?
Vroeger was de matineevoorstelling bijna altijd een low budget-productie. Een spaghettiwestern of policier uit Italië, een Tarzan-film van rko of een B-western. Vandaag de dag zijn spektakelfilms als Clash of the Titans miljoenenproducties met evenwel precies dezelfde conventies als die van de oude matineefilms: simpel verhaal, veel actie. In dit geval gaat het zelfs om een remake van een matinee-klassieker, en ook nog een die in 1981 al niet zo best was: de originele versie van Clash of the Titans, met Laurence Olivier als Zeus, vader van Perseus die tegen erge monsters als de Kraken strijdt in zijn queeste naar vrijheid en naar de liefde van Andromeda. Om duidelijk te zijn: de oude versie is helemaal geen goede film. De special effects, nota bene door de grootmeester van het genre, Ray Harryhausen, zijn bepaald niet overweldigend. Natuurlijk, er is een vliegend paard en een mechanische uil, en die maken veel goed. Maar niet alles.
Aan de hand hiervan rijst de vraag of de nieuwe 3D-versie van de film enigszins beter is. Het blijkt een twijfelgeval, maar interessanter is dat beide versies van Clash of the Titans illustreren in hoeverre de populariteit van dit soort fantasy- of sciencefictionfilms afhankelijk is van technologische ontwikkelingen. Sterker nog, technologie en de matinee zijn aan elkaar verbonden. Zonder technologie geen spektakel.

Ray Harryhausen (1920) is een van de technologische vaders van de moderne cinema. Zijn films lijken knullig, maar ze hebben iets speciaals, een eigen stempel, wat te meer bijzonder is aangezien Harryhausen geen regisseur is maar een special-effect-ontwerper, uitvinder van de stop-motion model-animatie. Dit proces levert schokkerige beelden op die desalniettemin volmaakt passen in het fantasy-genre, waarin vervreemding en horror juist in de vormgeving op hun plaats zijn. Hoe innovatief Harryhausens visuele effecten waren, is het best te zien in The Beast from 20000 Fathoms (1954), The 7th Voyage of Sinbad (1957) en Jason and the Argonauts (1963). In deze laatste film is Harryhausen op z'n best; de scène waarin helden van vlees en bloed het opnemen tegen horden skeletten met zwaarden is nog altijd adembenemend.
Maar Harryhausen was vooral een halfgod in de wereld van de matinee. Zijn hele oeuvre leest als een catalogus van matineefavorieten. Misschien is juist dat de reden waarom Harryhausen voelbaar aanwezig is, als een geest, in Leterriers nieuwe Clash of the Titans, met Sam Worthington als Perseus, Liam Neeson als Zeus en Ralph Fiennes als een schitterende Hades. De film is niet onverdienstelijk, en bij vlagen zelfs vermakelijk. Maar het script rammelt en de dialoogteksten zijn vreselijk.
En toch, in de wereld van de matinee, een vorm van film en van het kijken naar film die helemaal terug lijkt te zijn, gaat het juist om: de spanning van Perseus versus Medusa. En Perseus: ‘Don’t look that bitch in the eye!’ En de Kraken. En heksen. De matinee. Ook dít is filmkunst.

Te zien vanaf 8 april in 2D en 3D