Terugkeer van ‘de slechtsten’

Rabat - Ze zijn er weer, de zmègria, zoals men ze hier noemt, een Marokkaans-Arabische verbastering van les émigrés. De Marokkaanse regering noemt ze wereld-Marokkanen, in een poging de slechte reputatie die de zmègria ook in het land van herkomst genieten met het tegendeel te overdekken.
Eén op de tien Marokkanen is zmègri. Ieder jaar opnieuw strijkt een zwerm van drie miljoen zmègria neer op de Afrikaanse kust en neemt bezit van Marokko. Het blijft niet onopgemerkt. De zmègria zijn weldoorvoed, hebben de zakken vol euro’s en laten dat graag zien. Ze delen royaal uit - aan familie - en gedragen zich zo Europees mogelijk. Marokkaans-Marokkaanse mannen dragen geen witte linnen broek met daarop een felrood T-shirt. Zmègria wel. Hun haar zit modieuzer en hun sportschoenen zijn van het hipste merk. De Marokkaan gaat grauw gekleed, draagt schutkleuren, als een vrouwtjeseend; de zmègri is een paradijsvogel. Ook in zijn houding. Hij laat zien dat hij er is, zelfbewust.
Marokkanen houden niet van hun zmègria. Het is vaak jaloezie. De kleine man is rancuneus: zij wel en ik niet. Maar ook de elitaire Marokkaan, die makkelijk zou kunnen emigreren maar dat helemaal niet wil omdat hij het hier veel te goed heeft, heeft het niet op de zmègria. De zmègria maken hem, die elitaire Marokkaan, met z'n Franse paspoort, minder bijzonder. En in Europa, waar hij vaak en graag is, verpesten ze het ook voor hem, hij durft daar nu nauwelijks nog te zeggen Marokkaan te zijn.
Zo valt een hele bevolkinggroep tussen wal en schip. Hier verguisd, en daar ook. Hier in Marokko zeggen Marokkanen graag dat ‘de slechtsten’ zijn geëmigreerd. Ze wijzen erop, ter ondersteuning, dat Fransen, Nederlanders et cetera altijd zo aangenaam verbaasd zijn wanneer ze Marokko bezoeken als toerist. 'Maar ik wist niet dat Marokkanen zo aardig waren…’
Maar de zmègria, al strijken ze ieder jaar massaal neer op het Marokkaanse vasteland, zijn het tegendeel van sprinkhanen die het land kaalvreten. Ze zijn een zegen voor Marokko. Ze doen niet alleen aan directe armoedebestrijding maar verspreiden ook moderne ideeën. Al Hoceima, in de Rif, waar veel Nederlandse Marokkanen vandaan komen, was een achterlijke plattelandsstad en is dat in sommige opzichten nog steeds. Toch is het geboortecijfer er veel lager dan in vergelijkbare provinciesteden, nog geen twee kinderen per vrouw. Zoiets heeft verstrekkende gevolgen. Het maakt scholing mogelijk, want niet meer te duur, emancipeert de vrouw en ondermijnt het patriarchaat. Zo weinig kinderen is een moderniseringsfactor van betekenis. Dat alles, in Al Hoceima, maar ook op veel andere plekken in Marokko, dankzij de zmègria.