Terugschieten

Nederland voelt zich ziek, zwak en misselijk. Maar bovenal, aan de vooravond van het nieuwe millennium is Nederland bang en onzeker. Bang voor zichzelf en de mutaties die het de laatste twintig jaar heeft doorgemaakt. Het land heeft afscheid van zijn oude, enigszins suffe waarden genomen. De calvinistische koektrommel is opgeborgen en de familie Doorsnee laat zich tegenwoordig door de camera’s van Menno Buch copulerend registreren. Op zondag bloeden de kerken leeg richting de koopgoot en doordeweeks heeft de geur van taco’s, couscous of courgettes die van bloemkool en spruitjes uit de Hollandse keukens verjaagd. Op straat en in de winkels wordt niet meer uitsluitend in het Nederlands gecommuniceerd en in de voortuin verrijzen tentenkampen vol kandidaat-nieuwkomers.

Er bestaat geen fundamentele verandering die niet met een gevoel van onbehagen gepaard gaat. Met irrationele angsten ten aanzien van de muterende tijden. Volgens opinie-onderzoeken is de Nederlander een bangerik die met een permanent gevoel van onveiligheid rondloopt. Bij elk nieuw incident dat routinematig door de media wordt uitvergroot, stolt het bloed en vloeit de adrenaline. Het lijkt alsof een golf van onbegrijpelijk geweld de grote rivieren rood heeft gekleurd. Je kunt niemand meer aanspreken op zijn gedrag, een lekke band weigeren te repareren of je jas bij de garderobe van de plaatselijke disco gaan halen zonder dat een regen kogels, messteken, slagen of schoppen op je neerdaalt. Horden jonge barbaren uit de Rif, bewapend met GSM’s als moderne kromzwaarden, overspoelen de boulevards, en in de kranten worden omstanders van zinloos geweld geciteerd die daders ‘Turkse klootzakken’ noemen. De premier, een man uit de oude tijden, is zwak, onzichtbaar en staat voortdurend met lege handen. De kleur paars blijkt maar een kleur te zijn. Men verlangt weer naar fatsoen, trouw en een rustig huwelijk met Andrée van Es. De malaise is alomtegenwoordig. Maar dan, ineens en onverwacht, geschiedt een wonder. Een lichtstraal doorboort de donkere wolken. De nieuwe Messias stapt uit zijn vliegtuig en wordt op het schild gehesen. Hij is een Hagenees en gooit met pijltjes. Pijltjes gooien! Het onschuldige spel had in Nederland uitgevonden kunnen worden. Het is kleinschalig in uitvoering, huiselijk, gezellig en sociaal. Maar de Britten zijn de Nederlanders vóór geweest. Dan maar de Haagse armada naar Albion sturen over de Noordzee wijd en koud. Vier miljoen mensen volgden de worpjes van hun volksjongen op de tv. De vereenzelviging was totaal. Raymond van Barneveld, drager van de geuzennamen Ray of Barney, heeft alle oude waarden der vervlogen tijden in zijn genen. Hij geurt naar de aardappels met jus, de koektrommel van tante Miep en de fietsvakantie naar Winterswijk. De gelijkenis met de kroonprins is frappant: zelfde omvang, ietwat dunner blond haar en pakweg dezelfde leeftijd. Maar de echte koning der Nederlanden, dat is hij. Hij heeft stalen zenuwen, vertoont bijna geen emoties en mikt als een Pietje Precies. Hij is door en door Hollands. Met of zonder de mediatraining die hij heeft gevolgd weet hij de juiste woorden te vinden om de traanbuizen te beroeren. Hij is, zegt hij, nog steeds een jongen met lts. Een aap die een kunstje kan. Maar als wij samen met hem in de regen lopen, worden we allemaal even nat. Prachtig! Ray is de incarnatie van de doe-gewonerij. De wortel en de identiteit, de norm en de waarde tegelijk, de vlag en het schild tegen het onbehagen en de zinloze kogels. En plat pratend en nuchter kijkend flikt hij het keer op keer weer. Maar Barney gaat nog een stap verder in de porseleinkast van de politieke correctheid: wat hij doet, doet hij niet voor het geld of de glorie maar voor ons allemaal. Hij gooit 'voor volk en vaderland’! Wie durft in deze getroebleerde tijden vol onzekerheden nog zo'n fatsoenlijke uitspraak te doen? De ochtend na de titel heeft hij nog maar één wens: een gelukstelegram van zijn koningin. En zie: enkele uren later is het koninklijke papiertje er. Beatrix voelt als geen ander wat haar volk beroert. En het volk is juist bezig aan de voeten van zijn volksbuurtheld te kronkelen. Het volk dat verzonken is in een moeras van onbehagen, het volk dat rouwt om de meisjes uit Gorinchem schiet eindelijk terug. Met de pijltjes van Ray Barney.