Terugwaartse reis

Als het honderd procent goed is, is een kinderboek geschikt voor kinderen van acht tot tachtig. Het zou zonde zijn je een nieuwe vertaling van Alice of de nieuwste Tellegen te ontzeggen, niet te stappen in zo'n wereld waarin de hiërarchieën nog niet vastliggen of anders zijn. Het lijkt zowaar wel poëzie.

Maar zulke boeken zijn zeldzaam. Het doorsnee kinderboek kenmerkt zich door opvallend veel informatie en eenvoud van stijl. Het is didactisch. Vandaar het tegennatuurlijke gevoel wanneer je als volwassene zo'n boek opslaat: nu het niet meer hoeft, luister je toch niet langer naar leraren! Dat gevoel bekroop me eerlijk gezegd in het begin ook bij Waar was je, Robert? van Hans Magnus Enzensberger. Ik had Enzensberger graag gerekend tot het selecte groepje voor jong & oud, bewonderaar als ik ben van deze vrijmoedige en lucide dichter/essayist. Twee jaar geleden verraste hij met De telduivel voor kinderen, door menig volwassene aan het hart gedrukt. Maar Waar was je, Robert? is aan kinderen voorbehouden. Niet dat hun ouders alles al weten maar de thematiek, de opbouw en de taal rieken naar leren. Robert is een Duitse puber met een feilloos visueel geheugen. Hij zit vrijwillig op schilderles. Beide eigenaardigheden zijn belangrijk voor het verloop en vooral de afloop van deze gefragmenteerde historische roman die impliciet en expliciet over kijken gaat. Roberts omstandigheden zijn eigentijds: vader en moeder veel weg, hijzelf bij voorkeur toevend in tv-werkelijkheden. Als hij op een dag over zijn ogen wrijft, ziet hij niet zoals iedereen kleurige vormen, maar driedimensionale. Vervolgens belandt hij in die virtuele werkelijkheid waarnaar hij aan het kijken was. Dat kan hem ook bij een schilderij of iets anders overkomen. Televisie heb je pas een paar decennia en Robert komt op zijn reis door de tijd in vroegere perioden. Op zijn terugwaartse reis belandt hij achtereenvolgens in het Rusland van dertig jaar geleden, in het pionierende Australië van de grote immigraties, in de tijd dat zijn grootmoeder een klein meisje was, in het cultureel benauwde negentiende-eeuwse Noorwegen, als struikrover in de Dertigjarige Oorlog, aan het Franse hof, en ten slotte als weinig getalenteerde schildersleerling in het Amsterdam van de Gouden Eeuw. Het slot is vernuftig en spannend. Robert is, terug in het hier en nu, tevredener dan ooit met zijn bestaan. De moraal is niet mis te verstaan: de mens is ongeacht de periode of het land waarin hij leeft in staat tot de prachtigste uitvindingen én ‘de ergste schofterigheden’. Het boek verscheen in 1998 in het Duits; 'Kosovo’ ligt nog in het verschiet. Zit je eenmaal in het verhaal, dan valt het met het didactische waarover ik het in het begin had wel mee. Deze Enzensberger doet denken aan onze Tonke Dragt of Thea Beckman (Kruistocht in spijkerbroek). De beschrijvingen zijn goed gedocumenteerd en gedetailleerd, de karakters niet hinderlijk karikaturaal, de wendingen niet schools, een aangename vleug fantasie waait door de regels. Maar in het begin was het beslist even doorbijten voor deze volwassen lezer.