Terug naar Welkom #4

Teto Highschool lijkt vierentwintig uur per dag te draaien

Voor de blog ‘Terug naar Welkom’ reist journalist Margalith Kleijwegt terug naar het Zuid-Afrikaanse Welkom, een mijnstadje dat ze 27 jaar geleden voor het eerst bezocht samen met fotograaf Ad van Denderen. In deel 4: Teto Highschool is een klein succesverhaal.

De vloer van de directeurskamer in Teto Highschool wordt ruim in de was gezet, het is even voor achten op maandagochtend. De verantwoordelijke dame voor dit arbeidsintensieve karwei ligt op haar knieën en kijkt niet op of om. Ze boent door. Intussen gaat de directeur, de heer Rakatsinyane, gewoon verder met zijn werk in de betrekkelijk kleine ruimte.

Medium schermafbeelding 2017 10 24 om 14.01.35
Mannenhostel, Thabong 1990 © Ad van Denderen

Rakatsinyane leidt deze school nog maar twee jaar, maar sinds hij er is wordt er minder gespijbeld dan voorheen en ouders lijken zich verantwoordelijker te voelen voor de schoolprestaties van hun kinderen. De directeur staat erop dat de ouders – of in een ieder geval één ouder – het rapport van hun kind komen ophalen. Discipline, discipline, discipline, daar draait alles om, is zijn boodschap voor mij, de leerlingen en hun ouders. Kinderen in de township, zegt hij, worden te vaak aan hun lot overgelaten.

Inmiddels is deze school vertrouwd terrein voor mij. We komen er twee keer per week, elke maandag en donderdag parkeer ik even voor achten de auto naast de aula. Pal tegenover de school liggen de hostels waar vroeger alleenstaande vrouwen of mannen leefden en nu soms hele gezinnen in gepropt worden. Voor de hostels ligt het vuilnis hoog opgetast, een bijna onleefbare situatie. De vuilophaal functioneert niet, soms komt de vuilnisophaal wekenlang niet langs.

Teto High is de oude school van Lebo, de protagonist van dit project. Hier kreeg hij destijds kunstgeschiedenis. Dankzij een van zijn leraren kwam hij op Michaelis School of Fine Art in Kaapstad terecht, de beste kunstacademie in Zuid-Afrika. Ik realiseer me iedere keer weer wat een enorme stap hij heeft gezet als ik hier rondloop. Toen Lebo van school kwam sprak hij, net als de leerlingen nu, heel beperkt Engels. Zijn moedertaal was en is Sotho, de taal die in het kleine staatje Lesotho wordt gesproken en waar veel zwarten in Vrijstaat oorspronkelijk vandaan komen. Pas toen Lebo in Kaapstad belandde, merkte hij hoe belangrijk Engels voor hem was.

Om half negen gaat directeur Rkatsinyane naar de aula waar twaalfhonderdvijftig leerlingen verplicht luisteren naar wat hij ‘een noodzakelijke spirituele boodschap’ noemt. Twee religieuze leiders uit de buurt gekleed in lange grijze jassen zijn speciaal voor deze oppepbeurt naar Teto gekomen. De preek duurt lang, klinkt indringend en het gezang is meeslepend, maar het is mij iets te intens zo vroeg op de ochtend.

Bij het verlaten van de zaal worden een paar jongens apart genomen door de directeur: ze hadden tijdens het weekend extra lessen moeten volgens maar zijn niet op komen dagen. De lessen op Teto High lijken haast vierentwintig uur per dag te draaien. Er zijn extra middaglessen, avondlessen en weekendlessen, alles wordt uit de kast gehaald om de kinderen zo goed mogelijk af te leveren. ‘Wij zijn hun opvoeders’, zegt de directeur zonder enige twijfel. Zo'n uitspraak zou bij ons stof doen opwaaien, want is de leraar er niet alleen voor kennisoverdracht? Dat soort dilemma’s zijn hier niet aan de orde. De kinderen hebben je nodig, de opvoeding thuis schiet tekort, dus ben je er voor ze. En niet alleen van de directeur, maar van alle leraren wordt verwacht dat ze de taak van opvoeder op zich nemen.

Medium img 2006
Leerlingen studeren in de zon © Margalith Kleijwegt

Scholen in township Thabong, een paar kilometer van Welkom, zijn staatsscholen en dus gratis. De meeste scholen in Welkom (waar ook kinderen uit Thabong naartoe gaan) vragen een bijdrage van de ouders, ongeveer 65 euro per maan, waardoor ze veel meer armslag hebben dan Teto.

Ondanks de tomeloze inzet van de directeur en zijn team is het op Teto een armoedige bende. Er zijn nauwelijks voorzieningen, het meubilair is versleten, er zijn geen computers en de bibliotheek waar de workshops worden gegeven zit onder een dikke laag stof.

Aan de hekken bij de school wapperen kleren. Iedere keer zie ik weer nieuwe kledingstukken, een schoolunform, blouses, broeken, maar ook handdoeken. Ik vraag me af waar ze vandaan komen. Zijn ze gevonden en daar opgehangen? Het antwoord op dit raadsel blijkt simpel. De honderdtwintig leerlingen die deze maand eindexamen doen, wonen deze laatste maand allemaal op school. Verplicht. Ze slapen op de grond in de aula en doen hun was buiten in plastic teiltjes en hangen ze dan te drogen. ‘Het kan niet anders’ , verzucht de directeur: ‘We hebben geen voorzieningen’. Geen douche of extra wasbakken of wc’s. ‘Ik zou zo graag een internaat op het terrein willen hebben, leerlingen moeten hier kunnen wonen. Vaak is er thuis zoveel aan de hand dat ze zich daar niet kunnen concentreren, hier lukt dat wel. Ik probeer geld bij elkaar te krijgen, ook bij private financiers, maar dat lukt steeds moeilijker.’

Vier meisjes zitten naast de geïmproviseerde waslijn te blokken voor hun examen. Zuchtend en steunend, zoals dat hoort. Een van hen staat af en toe op om in het sopje te roeren dat ze net heeft gemaakt, haar witte overhemd ligt lekker te weken. Ik vraag ze of ze geen ontzettende keet maken ‘s avonds als je met zovelen in een ruimte ligt. 'Echt niet’ verzekeren ze me heel serieus. ‘Deze weken gebruiken we om keihard te werken, Als we voor ons examen slagen. Kunnen we gaan studeren.’