Menno Hurenkamp

Tevredenheid

De socioloog Jacques van Doorn viel de laatste tijd op door zijn stevige uitspraken over Ehsan Jami, die afvallig moslim werd en het geweten heeft. In de zijlijn van een van Van Doorns eigen-schuld-dikke-bult-stukken stond een zinnetje dat wat aandacht verdient nu Jami zelf over belangstelling niet meer te klagen heeft. Wanneer de PvdA Jami zou royeren, zo betoogde Van Doorn in NRC Handelsblad, dan zou de politiek weer herkenbaar worden. ‘Tussen links en rechts zou eindelijk een heldere streep worden getrokken, links voor het elementaire politieke fatsoen, rechts voor degenen die hardnekkig blijven vissen in het troebele water van verdachtmakingen en provocaties.’ We nemen aan dat Van Doorn zichzelf elementair politiek fatsoen toedicht. En omdat het vermoedelijk tevergeefs zoeken is naar stemadviezen door Van Doorn, maar de emeritus zich door de jaren heen eerder als een behoudend dan als een linksig type profileerde, hebben we hier mogelijk te maken met een late bekering. Belangrijker, door ‘links’ te reserveren voor fatsoen, en rechts voor ‘vissen in troebel water’ reserveert hij voor ‘links’ niet zomaar het gelijk in een of ander onderwerp, maar in één keer de hele beschaving.

Interessant – en ook meteen zo vol in de roos links-tevreden van toon. Een stilist als Van Doorn hoeft niet te oefenen op een progressieve zelffelicitatie. Je vindt die tevredenheid ook in het net verschenen rapport De tijd vooruit. Daarin maakt het wetenschappelijk bureau van GroenLinks de balans op van de verkiezingen van de afgelopen jaren. De auteurs constateren dat de winst van partijen als het CDA, de PVV en de SP en het verlies van GroenLinks komt door oplaaiende onzekerheid onder de mensen. Zodra de ‘politiek-economische conjunctuur’ daalt, verlangen we naar zekerheid. Dan willen we geen veranderingen en stemmen we dus ‘antimodern’. Dat is pech voor GroenLinks, want die partij is voor ‘de modernisering’ en is ook ‘een product van de modernisering’. Maar elke conjunctuur gaat altijd weer omhoog: steun voor de modernisering komt vanzelf terug. En dus ook de steun voor GroenLinks. Bij ‘het uitblijven van negatieve incidenten’ maakt GroenLinks binnenkort dus ‘een goede kans om daarvan electoraal de vruchten te plukken’. (Terzijde: de electorale opleving van GroenLinks is dus onafwendbaar én toeval.) Alsof GroenLinks de eigenaar van ‘de modernisering’ is, alsof fundamentalisme, Abraham Kuyper en Dodewaard geen kinderen van de modernisering zijn. Alsof het CDA en de VVD ook maar één seconde tégen ‘de modernisering’ zijn.

De zelfgenoegzaamheid bij een slimme partij en een slimme analist sluipt erin omdat ‘fatsoen’ en ‘modernisering’ of ‘beschaving’ overwegend negatief bepaalde begrippen zijn. Een voetbalveld is het gras tussen de goals, een hond een beest met vier poten, maar fatsoen is niet pesten, niet met je gulp open lopen, moderniteit is niet meer naar de pastoor of imam luisteren, beschaving is niet met je handen eten. Fatsoen, je gaat het pas zien als je het bij anderen niet ziet. Antimodern, dat zijn de lui die niet zo vooruitstrevend denken als jij. Beschaving, je weet pas wat het is als je het mist. Zonder te willen vervallen in muggenzifterij wil ik ervoor pleiten dat je in vrijelijk gekozen bewoordingen mag pleiten voor al deze zaken – fatsoen, modernisering, beschaving. Graag zelfs, schreeuw het van de daken, Jami, Van Doorn, GroenLinks, allemaal. Maar wanneer je al die heerlijkheid voor jezelf opeist, betekent het dat je er afstand van doet.