The Cherry Orchard in Londen

Londen - Tsjechov op een Engels toneel, het voelt voor mij als eeuwen geleden, het was iets korter terug, Ian McKellen in de rol van Wanja tegenover Astrov van Anthony Sher in Uncle Vanya, 1991, hier in ‘The National’, in de kleine studio waar je de adem van de toneelspelers kon horen en voelen.

Medium cherryorchard7 web

Nu staat The Cherry Orchard in de arena die naar Laurence Olivier is genoemd, een open podium volgepropt met een houten poppenhuisinterieur (ontwerp Bunny Christie) dat in de tweede akte openklapt naar een landschap met hoge rietkragen. De enscenering van Howard Davies is iets verder de Russische twintigste eeuw in geduwd, in het decor domineert een telegraafpaal, het eerste én het allerlaatste geluid dat we vanavond horen is een overgaande telefoon. En de tekst (vertaling/bewerking Andrew Upton) klinkt ook anders. Het voorstel van de koopman Lopachin om het failliete landgoed van mevrouw Ranjevskaja te slopen en de bijbehorende kersentuin om te hakken, teneinde het complex te verkavelen in volkstuinen voor zomergasten, wordt getrakteerd op een hartgrondig ‘bollocks’, wat ook ‘onzin’ betekent maar hier toch vooral als ‘gelul’ wordt verstaan. Ergens anders noemt de aristocraat Gajev de zichzelf iets te gul met geurwaters (‘patchouli’) besprenkelende Lopachin een ‘onwelriekende nep-artist’. De ‘omhooggevallen boerenpummel’ (zoals Lopachin zichzelf karakteriseert) wordt in Engelse ensceneringen van Tsjechovs Kersentuin vaak met een Schots accent gespeeld. Die ‘eer’ valt hier de eeuwige student en warrige maar sympathieke utopist Trofimov te beurt. De couranten van wakker Albion spreken er zowaar schande van.

The Cherry Orchard, een flink deel van deze zomer nog in Londen op het repertoire, is een intelligente, geestige en nadrukkelijk onsentimentele vertelling. Intelligent is de lezing van de komische toon die Tsjechov aanslaat. Hij noemde zijn stuk pesterig (tegenover de dwepers met Slavische nostalgie) ‘een vaudeville’, ‘luchtig toneel met komische nummers’. Regisseur Davies toont vanaf het begin hoe de personages er een eer in leggen níet naar elkaar te luisteren en geestig langs elkaar heen te ‘pinteren’. Verder is vrijwel iedereen wel in iets amateur. Gajev is amateurbiljarter, dienstmeid Dunjasja laat het servies uit haar handen lazeren, Trofimov is een nep-filosoof en Charlotta’s goocheltrucs houden alleen stand zolang haar omgeving helpt ze te laten lukken. Alleen de protagonisten excelleren waarin ze zeggen goed te zijn: Ranjevskaja in het verbrassen van geld en het blind volgen van de liefde, Lopachin in het vergroten van zijn fortuin en het almaar leger maken van zijn leven. Zoë Wanamaker en Conleth Hill spelen de sterren van de hemel en ze zijn de sterren van de avond.

Naarmate die avond vordert vallen details op de plaats die Tsjechov ervoor had gearrangeerd. De groeiende sympathie die de kapitalist Lopachin en de wroetende student Trofimov voor elkaar voelen bijvoorbeeld, of hoe door één dom zinnetje Lopachin alsnog naast een huwelijk grijpt met de norse Varja, die het failliete landgoed poogt te beheren. Het klopt allemaal als een Zwitsers uurwerk. Naast het soms modieuze slang in de taal zijn in deze voorstelling geen rafels te bekennen, de voortuin is very British en grondig aangeharkt, er schuurt niks. Ik snap Michael Billington van The Guardian wel een beetje als hij waarneemt dat weliswaar ‘all the pieces are in place, the performance left me admiring its observant detail, while also strangely unmoved’. Boeiend object van Tsjechov-studie, deze fraaie voorstelling. Ga kijken, als u in de buurt bent.


The Cherry Orchard speelt van 14 t/m 28 juli en van 2 t/m 13 augustus in National Theatre Londen, www.nationaltheatre.org.uk