The Clinton Affair

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn wekelijkse kroniek kan bespreken. Ditmaal een documentaire-reeks over wat ooit de Lewinksy-affaire heette, maar nu terecht wordt omgedoopt tot ‘the Clinton affair’.

‘Together we can make America great again’, zei de presidentskandidaat. In 1992. En het werkte. De jonge gouverneur van de boerenstaat Arkansas, Bill Clinton, versloeg verrassend genoeg de zittende president, Bush sr. Die uitspraak zag en hoorde ik in de documentairereeks The Clinton Affair. Eerlijk gezegd had ik helemaal geen zin in zes delen over een schandaal en een mislukt impeachment. ‘Been there, seen that’. Dacht ik. Nee dus. Neem alleen al de titel, die niet langer ‘The Lewinsky Affair’ luidt, maar de bal legt waar hij hoort. Een titel die een teken van veranderende tijden, visies, cultuur is. En neem dat openingszinnetje uit 1992 dat in 2016 bij een andere kandidaat met daverend succes als slogan terugkeerde, en een van de ontelbare vooruitwijzingen is die de serie bevat. Steeds denk je: daar begint het al, toen al, die ook al. En dan die vele nieuwe en vergeten feiten die net een ander licht werpen op wat je dacht te weten. En het enorme koor van nauw betrokkenen, van wie je een groot deel niet kende. Archiefbeelden die je nooit eerder zag. De brede context waarin het banale verhaal wordt gezet. En de ongelofelijke eerlijkheid van een jonge vrouw die voor alle wilde dieren van het Colosseum werd gegooid, maar die van een naïeve, verliefde en daardoor beschadigde 22-jarige stagiaire tot een wijze, waardige, kritische en zelfkritische hoofdpersoon blijkt te zijn uitgegroeid.

Regisseur Blair Foster zegt dat ze veel dacht te weten over zaak en periode, maar dat veel van die kennis incompleet bleek, of zelfs onjuist. ‘Hoe dieper ik kwam, hoe duidelijker ik zag dat deze serie minstens zo sterk gaat over vandaag als over de jaren negentig van de vorige eeuw’. Als kijker, die alleen de eerste twee afleveringen kon zien, kan ik dat al beamen. En als je leest dat de grote Alex Gibney ook nog eens de producent is, dan schaam je je dat je even dacht: ‘Laat maar.‘

‘When Democrats lose, they’re sad. When Republicans lose, they get mad’, zegt iemand over de haat en het gif die vanaf het begin op de Clintons werden losgelaten. Bill die op dag één Hillary het Witte Huis in bracht, met een compleet vrouwelijke staf – niet van schoon- maar van beleidsmaaksters. De huidige mondiale weerzin tegen de alom opduikende Trump-clan die zijn plek niet weet (vraag Lagarde) was toen juist een Republikeins kenmerk: hadden de kiezers die vrouw, die zich nota bene ging bemoeien met het hete hangijzer van de health care, soms gekozen? Nee toch? Sinds wanneer bemoeiden First Ladies zich met méér dan de stoffering van het woongedeelte? Sinds Eleanor Roosevelt ja, precies, ook al zo een stuitende vrouwenrechten-Democrate. (Ik las recent White Houses van Amy Bloom. De affaires van Franklin Delano (hij ook) zijn er slechts voetnoten bij de grote liefde tussen Eleanor en journaliste Lorena Hickok, gebaseerd op hun enorme correspondentie. Geweldig boek. Over die president zegt Lorena, althans in de roman: ‘Hij was de grootste president van mijn leven en elke dag een klootzak’. Wat menigeen van Bill zal zeggen – maar wat je nooit van Eleanor, nog los van de biologische onmogelijkheid en het feit dat ze geen president was, zou kunnen zeggen. Wat een vrouw! (Vinden niet alleen Hickock en Bloom maar ook Eleanors biografe Blanche Wiesen Cook.) In de ogen van al wat conservatief tot extreem-rechts was, was Eleanor met haar feminisme, net als Hillary later, het kwaad zelf. Terwijl ze toch veel hartelijker was dan La Clinton. ‘Gaat Hillary betaald worden voor dat werk?’ vraagt de kritische journalist aan Bill. Die lacht zijn aanstekelijke lach en zegt (hij lijkt in veel situaties sowieso meer op een comedian dan op een serieus politicus): ‘Ik heb haar nog nooit ergens voor betaald, dus hiervoor ook niet’. Wat een ondeugende en bij nader inzien pijnlijke dubbele bodem heeft. Maar ook zonder dat: voor de Republikeinen was betaling natuurlijk politiek schandalig geweest, maar dit ‘vrijwilligerswerk’ voor de goede/kwade zaak maakte hen misschien nog woedender.

De eerste aflevering heet Handing the Sword to the Enemy, en inderdaad, hoe dom kun je zijn, hoe bont kun je het met je avontuurtjes maken? Clinton was en is vrouwvriendelijk in de feministische betekenis, mede dankzij zijn echtgenote en zijn benoeming van vrouwelijke ministers, maar ook in de mateloze Don Juan-variant (zie pakweg het lemma Kennedy). Vanaf zijn kandidatuur doken, al dan niet met de dubieuze hulp van moreel verontwaardigde Republikeinen, de affaires op, Gennifer Flowers voorop. Wat nu een door pr-adviseurs niet te sturen internetlawine zou betekenen, kon toen nog te lijf gegaan worden op een van de vier grote tv-netten. Zo gebeurde. ‘Ik heb mijn vrouw verdriet gedaan in ons huwelijk’, was het bot waarmee de pers het moest doen. Dat zou onvoldoende zijn geweest als Hillary niet haar onsterfelijke verwijzing naar Tammy Wynette had gedaan: ‘Ik ben geen vrouwtje van Stand by Your Man. Ik zit hier omdat ik van hem hou, hem respecteer en weet wat wij samen hebben doorgemaakt. En als dat niet genoeg is voor mensen, dan: Heck, don’t vote for him’. Het werkte. Maar er kwam meer: zijn beveiligers zouden zijn vele escapades hebben afgedekt. En er was Paula Jones, die net als Gennifer Flowers uit de kast kwam, al dan niet gesouffleerd en betaald door Republikeinse zetbazen. Maar Joe Klein, columnist van Time, zegt daarover: ‘Clinton was de laatste Democraat die de witte arbeidersklasse aan zich kon binden. Ze herkenden zich in hem: een man die vreemdging met zangeresjes, die friet at bij McDonald’s en die hart voor hen had.’ We hebben dan al gehoord hoe Bill, de benaderbare, daags voor de verkiezing alle restaurants af ging om iedereen een handje te geven en, toen die dichtgingen, alle bowlingbanen opzocht om er zelf een paar om te kegelen. Pr natuurlijk, maar had de oude Bush dat gedaan, dan had niemand erin geloofd. En natuurlijk denk je aan Trump, wiens seksstrapatsen, die hand in hand gaan met misogynie, ook geen belemmering voor witte arbeiders vormen. En die net als Clinton, maar dan heel anders, het accent op de economie legt.

Hoe dom kun je zijn, vraagt ook Monica zich af. Ze heeft het over zichzelf, maar meer nog over Bill. Hun gescharrel duurde veel langer en was geestelijk intiemer dan ik wist, en beiden beseften dat het zo geheim mogelijk moest blijven. Waar zij veel meer voor deed en liet dan hij. Als hij haar blij begint te begroeten, temidden van hoog- en middenkader, terwijl ze een onzichtbaar onderknuppeltje zou moeten zijn, dan dwing je fronsen van wenkbrauwen en seriegeroddel uiteraard af. Daar bovenop kwam de Whitewater-kwestie: hadden Bill en Hillary financiële malversaties op hun geweten? De vriend die hen via een gezamenlijke grondaankoop in de problemen bracht, bankier McDougal, blijkt een personage uit een schilderachtige negentiende-eeuwse roman.

In 1994, bij de midterm-verkiezingen, gebeurde wat vaak gebeurt: de pendule gaat de andere kant op en Senaat en Huis van Afgevaardigden krijgen een Republikeinse meerderheid. Newt Gingrich werd Speaker of the House en waar voorheen nog vriendschappelijke betrekkingen bestonden tussen volksvertegenwoordigers van beide kanten, werd dat onder zijn leiding praktisch onmogelijk. Vitriool was zijn voornaamste ingrediënt tegen de Democraten, die hij als het Absolute Kwaad neerzette. De polarisatie van nu is immers niet nieuw, zij het nog meer gegroeid. Het is mede daaraan te danken dat de affaire-Clinton uit de titel kon ontstaan: in november 1995 gaat de overheid deels op slot omdat in de woorden van Clinton ‘het Congres geld weigert om de overheid in bedrijf te houden zonder sterke stijging van de zorgpremies en zonder zware bezuinigingen op onderwijs en milieu’. (Andere koek dan op het slot doen vanwege geld voor een Muur.) Clinton zet hoog in: 90, 120, 180 dagen, desnoods tot de verkiezingen: laat het volk dan maar beslissen. Gevolg: van de 450 stafleden in het Witte Huis blijven er maar negentig op hun post, en stagiaires springen in. De sfeer wordt informeler, de president hangt vaak rond buiten zijn eigen bureau, ze zijn allebei op een verjaardagsborrel en het flirten dat al een tijdje duurde leidt tot het binnenwenken in zijn kamer. ‘Ik stond aan de rand van het ravijn’, luidt de ondertiteling, maar haar tekst is mooier: ‘I was on the precipice of the rabbithole’ – het griezelige Wonderland van Alice. Waar een studievriendinnetje van Monica in vertrouwen wordt genomen en wijs en geschokt reageert: flirten met een aantrekkelijke, veel oudere, getrouwde, machtige man, ja natuurlijk. Maar geen stap verder toch? Daar word je alleen maar ongelukkig van. En waar een andere vriendin, werkzaam op het Pentagon, geen vriendin blijkt te zijn, noch van jou, noch van Bill, maar wel van de Republikeinen die Clinton ten val willen brengen. Linda Tripp. De ramp voor Monica, vermalen tussen politieke machten en belangen in een seksistisch Umfeld voltrekt zich.

Iemand noemt Bill Clinton representant van het goede en het slechte van de sixties. En nu hoop ik maar dat de geruchten over de aard van zijn banden met Jeffrey Epstein onwaar zijn. Dat kan er niet ook nog bij.

Blair Foster, The Clinton Affair, zes delen, VPRO, dagelijks vanaf maandag 29 juli. NPO 2, 22.45 uur.