openingswoord: Selected Projects 2010-2014

The Cloud

Wolken, ze zijn een topos in de kunst. Toen Nederlandse schilders in de 17de eeuw landschappen gingen vastleggen, waren de wolkenluchten daar een vast onderdeel van. Dramatische wolkenpartijen, lieflijke stapelwolkjes in een helder blauwe lucht – het zag er allemaal heel realistisch uit, maar was bedoeld om de grootsheid van de natuur te verbeelden.

Medium groot cloud ban

Om te laten zien hoe Gods hand in die overweldigende luchten was terug te zien. Van Ruysdael tot Van Gogh, van de Haagse School tot Mondriaan, van Constable tot een hedendaagse kunstenaar als Michiel Oosterveld en heel wat eigentijdse fotografen – wolken blijven kunstenaars fascineren.

Waren wolken eerst nauw verbonden met het goddelijke –op oude schilderijen zit de liever Heer maar al te vaak op of in een wolk – met de hemel, het hiernamaals, vanaf de 19de eeuw stonden ze eerder voor melancholie. Voor wisselende stemmingen, voor veranderlijkheid, voor het verstrijken van de tijd. Dat lees je ook in de romantische, 19de-eeuwse poëzie. ‘I wandered lonely as a cloud’, dichtte Wordsworth. In zijn beroemde gedicht ‘The Cloud’ vereenzelvigde Shelley zich zelfs met een wolk: in de ik-vorm beschrijft hij hoe hij verse douches over de dorstige bloemen sprenkelt, hoe hij de zon vangt en haar brandende licht weerkaatst, hoe hij als een dak boven de bergen hangt. De wolk is bij hem de metafoor voor de nooit eindigende cyclus van de natuur.

Het beroemdste Nederlandse gedicht over wolken is van Martinus Nijhoff, waarin hij zichzelf opvoert als kleine jongen die liggend met zijn moeder in de hei naar de wolken kijkt die boven hen voorbij schuiven. Wat hij in de wolken ziet, vraagt zijn moeder.

En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
Daar gaat een dame, schapen met een herder -
De wond’ren werden woord en dreven verder,
Maar ‘k zag dat moeder met een glimlach weende.

Ook bij Nijhoff weer de melancholie: de wolk, dat ‘vreemde ding / Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek’. Aan het eind van het gedicht is hij volwassen en ligt met zijn eigen zoontje in de hei en moet hij zelf huilen. De wolk als aanjager van kinderlijke fantasie en tegelijk metafoor voor de tijd die verschiet en de eindigheid van alles.

U DENKT NU natuurlijk: wat praat zij daar over oude schilderijen en gedichten. Wat heeft dat te maken met experiment? De geest van Cobra? Dat zal ik nu vertellen: mijn verbeelding werd aangejaagd door Metahaven. U weet dat het ontwerpcollectief met grafische middelen, maar ook in tekst, de kwalijke kanten van internet en de onbegrensde data-opslag onderzoekt en aan de kaak stelt. Daarbij richtten ze zich, bijvoorbeeld in een aantal recente essays en verhelderende beelden, ook op de ‘cloud’, de moeilijk voor te stellen ruimte waar al onze data zich bevinden. Zoals ze schrijven: ‘Niemand heeft ooit “the cloud” gezien, of zijn huurder, “big data”.’

Door Metahaven realiseerde ik me dat ik het ook altijd gedachteloos over de ‘cloud’ had. Maar als je dat doet, zonder nadenken over de ‘cloud’ of over wolken praten, dan maak je die ruimte onschuldig, zonder gevaar. Metahaven wijst erop dat de ‘cloud’ een beeld is, en dat de keuze van juist dat ongevaarlijke beeld van de wolk, met al die religieuze, schuldeloze en melancholieke connotaties die eraan kleven, je in slaap sust. Zo had ik dat nooit gezien, maar ze hebben groot gelijk. Vandaar mijn mijmering over wolken in de kunst.

Wolken zijn zacht, donzig, ver weg, hoog in de lucht. Ze hebben geen gewicht. We hebben het niet voor niets in ons alledaagse taalgebruik over ‘op een wolk zitten’ of ‘in de wolken zijn’. Wolken kan je niet beet pakken. Wolken kun je weliswaar zien, maar ze zijn ook abstract en onpersoonlijk. Terwijl wat zich in de ‘Cloud’ bevindt ons zeer persoonlijke hebben en houden is: onze familiefoto’s, onze vrienden, onze voorkeuren, onze opvattingen, onze medische data, kortom, al die gegevens waaruit ons zelf is opgebouwd. En wat daarmee kan gebeuren weten we sinds Edward Snowden maar al te goed.

Daarom noemt Metahaven dat beeld van de wolk ook geniaal; het zet ons volkomen op het verkeerde been. In hun essay over cyber-utopisme plaatsen tegenover het beeld van de wolk dat van een fort. Want een datacentrum is in feite ook een geblindeerd, groot, plat gebouw. Gebruik je fort in plaats van wolk, dan zijn de connotaties meteen ook heel anders.

Nee, ik ga nu geen verhandeling over forten beginnen. Ik heb het voorbeeld van de ‘cloud’ gebruikt om duidelijk te maken hoe Metahaven bestaande beelden kan ontmantelen, hoe ze tegenover ingesleten beelden tegenbeelden kunnen stellen. Dat doen ze als onderzoekers, denkers, vormgevers, activisten, maar welk middel ze ook gebruiken – eigenzinnige infographic, tekst, poster, fysiek object – ze maken dat je beeld van bestaande beelden voorgoed verandert.

Nadat ik Metahaven zeer wil feliciteren met de Cobra Kunstprijs en deze tentoonstelling wil ik afsluiten met een heel kort, passend gedicht. Het gaat nog een keer over wolken en het is van Martin Reints:

Terwijl de wolken

veranderen in andere wolken

drijven de wolken voorbij