The dying of the light

De eerste e-mail in 1993. Een nieuwe tijd brak aan. Dachten we.

WAT BETEKENT het als een techniek bij jouw leven gemeengoed wordt en weer verdwijnt? Het is niet hetzelfde als mode. Ik heb de smalle en de wijde pijp drie keer in en uit zien raken en op de een of andere manier wekt dat bij mij geen onheilspellende gevoelens van tijdelijkheid op. Hooguit vraag ik me af of er een dag komt waarop ik zo'n oude man word in een pak van twee modes geleden. En dat doet mij weer aan mijn vader denken, die naar zijn tien jaar oude Volvo kijkt en zegt dat het op zijn leeftijd geen zin meer heeft om een nieuwe te kopen. ‘Rage, rage, against the dying of the light’, roept het dan in mijn hoofd. Maar mijn familie is er niet zo een waarin dergelijke kreten worden geslaakt. Wij zijn mensen van sterke maar beheerste passies en hevige maar onderdrukte driften, eerder diepliggende lavastromen dan kolkende bergrivieren.
Ik tikte mijn eerste e-mail in 1993 in het besef dat een nieuwe tijd was aangebroken. Er waren nog maar weinig mensen 'aangesloten’, maar het kon niet lang meer duren en schriftelijk contact zou nooit meer hetzelfde zijn. Vijf jaar later deed ik wel zes maanden met een velletje postzegels en kwam het voordeelpak enveloppen nooit meer op.
Ik was er vroeg bij (als we het over computers en internet hebben). In de archiefdoos 'Belangrijke Documenten’ ligt mijn eerste acceptgiro van Hacktik.nl (voorloper van XS4ALL). Als ik later werkelijk in een pak van twee modes geleden loop en het allemaal niet meer bij kan houden, haal ik die te voorschijn: 'Toen was jij nog niet eens geboren, snotneus!’
Maar het is de vraag of internet as we know it dan nog bestaat. De jongste generatie is opgehouden te e-mailen. Dat is te langzaam, zeggen ze tegen trend-onderzoekers. Ik krabde even op mijn hoofd toen ik dat las. Te langzaam? Wat is in godsnaam sneller? Nou, Facebook en Twitter. De ondervraagde subjecten vinden e-mail een suffe vorm van communiceren. Je moet wachten op antwoord! Zij willen één regel op iemands Facebook of in Twitter tikken en dan instant reply.
In mijn inbox rusten te beantwoorden e-mails van februari 2010. Kom ik nooit aan toe, dat weet ik ook wel, maar weggooien is ook zoiets.
Elders op het net woedt een discussie over de brief. Pen, papier, enveloppe en postzegel. De echt überhippe types gaan weer over op de post.
Ik kan ondertussen niet eens bijhouden wat ik via internet heb besteld. Dylan Thomas, bijvoorbeeld, die staat drie keer in de kast. Om onverklaarbare redenen denk ik elk jaar wel een keer: ja! Under Milkwood! Of: A Child’s Christmas in Wales. En komt er een nieuwe verzamelde gedichten uit, dan vergeet ik weer dat ik mijn oude versie al twee keer heb vervangen. Rage, rage, against the dying of the light, indeed.
Wat dat is tussen mij en Dylan Thomas weet ik niet zo goed. Op de middelbare school heb ik mijn tentamens Engelse literatuur afgesloten met een cursorisch-tartarische analyse (die tijd, ja) van een handvol van zijn gedichten. En in de late jaren zeventig kocht ik in Wales, wegens alle boeken uit en literaire geeuwhonger, een bundeltje met korte verhalen. Die heb ik, zittend op de vloer van een overvolle trein terug naar Londen in één ruk uitgelezen. Ach, mijn jeugd. Langharig, bebaard, in een spijkerbroek die je toen nog zelf vaal moest laten worden. Bij elke grenscontrole werd ik eruit gepikt en tegen een muur gezet, vanwege dat haar, die baard en de ongelukkige combinatie van een Franse voornaam, Duitse achternaam en Nederlands paspoort. Als ik mijn pas toonde begonnen ze bij de douane de latex handschoenen al aan te trekken, want toen hadden we alleen nog terroristen van eigen Europese bodem en leed ik onder de frustratie van diverse overheden die de RAF maar niet te pakken konden krijgen.
Maar dat verklaart niet waarom ik steeds op de Buy-knop druk als ik tussen de digitale rekken van Amazon sta en de naam Dylan Thomas zie opduiken.
Komt het door het orale karakter van zijn werk? Net als Beckett behoort Thomas tot de categorie schrijvers die naar een stem zoekt en die laat spreken. Under Milkwood is dan natuurlijk het hoogtepunt. Ik heb de tekst drie keer in druk en ook nog een keer in de hoorspeluitvoering uit 1954 met Richard Burton als Eerste Verteller en een zangerige begeleiding van Welshe stemmen: 'To begin at the beginning: It is spring, moonless night in the small town, starless and bible-black…’
Ondertussen bedenk ik hoe dat moet met mijn e-mail. Uit de voordigitale jaren heb ik een kloek archief met brieven, kaarten en kattebelletjes. Na 1993 droogt dat papieren verleden sneller op dan het Aralmeer. Dan kan het Letterkundig Museum mij nog zo op het hart drukken om vooral alles te bewaren, maar wat doen we met bestanden uit 1995 die ik zelf niet eens meer kan lezen?
Deze week belde ik de gemeente Rotterdam vanwege een onjuiste WOZ-aanslag en werd mij gevraagd een bezwaar te faxen. Ik liet een veelbetekenende stilte vallen die niet zo werd opgevat. 'Een brief mag ook’, zei de dame aan de andere kant van de lijn. 'E-mail?’ suggereerde ik. 'Nee’, zei ze, 'dat blijft veel te lang liggen.’
Dat deed de deur dicht. Ik ga de Mont Blanc vullen, koop een blok fijn schrijfpapier en begin, om met Dylan Thomas te spreken, weer bij 'the beginning’.

Dylan Thomas, Under Milkwood (audio),
€ 27,70; Dylan Thomas, Under Milkwood (druk), € 15,80