Film: ‘The Last Jedi’

‘The Last Jedi’ is een schitterende film. Toch klopt er iets niet

Medium schermafbeelding 2017 12 19 om 11.50.29
Rey (Daisy Ridley) traint onder leiding van Luke Skywalker (Mark Hamill) op het eiland waar de Jedi-meester schuilt voor the First Order.

Noem het, om in de sfeer te blijven, een verstoring in The Force, zoals het mysterieuze krachtenveld in de Star Wars-verhalen heet, een ongemakkelijk gevoel dat er iets mis is in de wereld, een echo die aangeeft dat iets of iemand de tastbare werkelijkheid manipuleert.

Dat is trouwens bepalend in de mooiste delen van de nieuwste aflevering van het beroemde epos, getiteld The Last Jedi. Waarin: Rey (Daisy Ridley) eindelijk in contact komt met de lang verloren Jedi-meester Luke Skywalker (Mark Hamill); en het verzet onder leiding van generaal Leia Organa (Carrie Fischer) op de vlucht is voor de sterrenvloot van hoofdleider Snoke (Andy Serkis) en zijn adjudant, Kylo Ren (Adam Driver), aanvoerder van de First Order-ridders en agent van de duistere kant van the Force. In al deze verhaalelementen werkt het thema van de strijd tussen goed en kwaad door. Het streven is naar een balans tussen licht en donker.

Net zoals de goede ridders kunnen aanvoelen dat er érgens iets niet klopt, is er in The Last Jedi iets waar ik mijn vinger niet op kan leggen, met name in de allerlaatste scène. Ik doe mijn best mijn onrust te verbergen. Dit is Star Wars. Kom op, zeg.

Iets voor middernacht, een halfuur nadat ik The Last Jedi heb gezien, neem ik contact op met de grootste Star Wars-expert die ik ken: mijn zoon Oscar, pas twintig geworden en iemand die zijn leven lang een studie van George Lucas’ verhaal heeft gemaakt via Lego en strips, maskers, lichtzwaarden, capes, games en boeken en nog eens boeken. En, bovenal, de films.

Ik: ‘Magnifiek!’ Vinkje, vinkje.
Ik: ‘Op een haar na de beste Star Wars ooit!’ Vinkje, vinkje.
Hij: ‘Volledig mee eens!’
Hij: ‘Voor het eerst dat de essentie van The Force (en dus de thematiek van Star Wars) écht op film wordt afgebeeld.’
Hij: ‘Luke’s einde was ook geweldig: nog één keer kijkt hij op de horizon.’

Zo. Had ik niet verwacht. Niemand die zo kritisch kijkt als hij. Regendruppels vallen op het scherm van mijn telefoon. In de Bijlmer is het waterkoud; de enorme, prachtige Star Wars-affiche aan de zijkant van de megabioscoop naast de ArenA is in schaduwen gehuld.

De kenner is er dus weg van. Wat is er dan mis met mij? Mijn zoon vindt dat ik in het algemeen lijd aan een kwaal die een criticus kan nekken; hij noemt het exit theatre madness. Dat ik met andere woorden standaard na een film zo in de ban van het verhaal ben dat ik niet tot een nuchtere beoordeling in staat ben. Ik vind dit interessant, maar zet het gewoonlijk naast me neer. Zeker nu, want op deze zaterdagavond heb ik bij het verlaten van de zaal last van iets anders, en dat is de angst dat iets in The Last Jedi niet klopt. Maar wat?

De volgende ochtend lees ik een stuk geschreven door de zuurpruim van The New Yorker, Richard Brody. En daar staat het, waar hij schrijft over de kwestie van Rey’s afkomst, wie haar ouders werkelijk waren: ‘Zoals zoveel in deze film betreft dat een opzichtig ontworpen, verplicht detail om een voorgeprogrammeerde respons in de kijker te stimuleren… ’ Verder, de kwestie van haar ouders ‘ontlokt een gevoel van onderworpen te zijn aan stimuli, alsof de kijker een rat in een bioscoopzaal-laboratorium is’.

Dát moet het zijn.

Nee. Brody zit er naast. Toch? Precies dat kun je zeggen van alle genrewerk, waarmee je meteen álles van tafel kunt vegen, van de Griekse epossen, en al helemaal de Griekse tragedies (die allemaal bestaan bij de gratie van conventie en verwachting), tot klassiekers zoals de westerns van John Ford tot de samoerai-films van Akira Kurosawa, die trouwens allebei grote inspiratiebronnen voor de Star Wars-films zijn.

Natuurlijk ben je ‘voorgeprogrammeerd’. Wie een verhaal leest, ís een proefdier onderworpen aan stimuli, tenzij je een verhaal voor het eerst tot je neemt, en dan nog is de vraag of verhalen niet simpelweg deel zijn van ons genetische opmaak, als mensen.

Sterker, The Last Jedi gaat vaak tegen onze verwachtingen in. Dat Luke bijvoorbeeld ervan overtuigd is dat de tijd van de Jedi voorbij is. In het verlengde hiervan, inderdaad zoals de kenner die nacht zei: dat er voor het eerst zoveel aandacht voor de kern van het verhaal is. Dát is het mooiste aan de film, al die prachtig gedraaide scènes op Luke’s eiland waar Rey hem probeert te overtuigen haar leermeester te worden. Duidelijk is dat regisseur Rian Johnson echt speurt naar de spirituele kern van het verhaal die in deze film iets integers heeft. Het gaat om een strijd tussen goed en kwaad, ja, maar meer nog om een streven naar menselijkheid.

In die zin komt de kwestie van identiteit aan de orde, wat in The Last Jedi een onvergetelijke sequentie van beelden oplevert waarin Rey op het eiland een grot binnengaat in de hoop dat ze iets leert over wie haar ouders werkelijk waren. Ze komt voor een spiegel te staan waarin ze verwacht de gezichten van haar vader en moeder te zien. Maar ze ziet alleen zichzelf — in de vorm van een eindeloos herhaald beeld. Wanneer ze een vuist maakt, maken alle beelden van zichzelf in de spiegel een vuist. Zo leert Rey dat haar handelingen van háár zijn, en niet het gevolg van afkomst of van een mysterieuze kracht die alles bepaalt. The Force, dat is iets in haar, in ieder mens. De strijd tussen goed en kwaad is de strijd om menselijk te zijn.

En toch ook weer niet. Want: wie bepaalt wat er in de film gebeurt, met ons, de kijkers? Worden we zorgvuldig gemanipuleerd door de makers, vooral door het machtige bedrijf Disney dat eigenaar van Star Wars is geworden? Richard Brody denkt van wel; hij vindt dat wij worden gehersenspoeld, en wel op een manier die overeenkomsten vertoont met de mentale spelletjes die de Jedi en de First Order-ridders gebruiken wanneer ze elkaar bevechten. ‘De film zelf is een meesterwerk gemaakt door de First Order,’ aldus Brody.

Dát voelde ik! En al helemaal in die laatste, zelfbewuste scène waarin kinderen de taferelen die we net in de film hebben gezien naspelen met poppetjes en zelfgemaakte ruimteschepen. En een joch die met een bezemsteel lichtzwaardje speelt. Dít is Disney, dít is een verwerpelijke, opzichtige poging om kinderen te hersenspoelen net zolang ze het plastic Star Wars-speelgoed gaan begeren.

Of: het is een prachtige oproep tot verzet. Tégen the dark side.

Het zijn verwarrende tijden in ons universum. Rian Johnson heeft een schitterende Star Wars-film gemaakt. Op mijn lijstje de derde beste ooit, naast A New Hope (1977) en The Empire Strikes Back (1980). Ondanks die verstoring (dat rotkind met zijn bezemsteel). Ik moet dieper gaan, het cynisme voorbij. Zoals de kenner zegt, hoe mooi! Hoe onvergetelijk! Inspirerend! Luke. Nog een keer kijkt hij naar de horizon. Rimpeling. Weg.