The party is over

Nu de Republikeinse Partij een beweging is geworden die begint en eindigt met Donald Trump raakt de Amerikaanse democratie ontwricht. Dat komt de Republikeinen zelf bijzonder goed uit.

President Donald Trump en zijn familie verlaten het podium voor het Witte Huis na zijn speech waarin hij officieel de Republikeinse nominatie als presidentskandidaat accepteerde. Washington, 27 augustus © Doug Mills / POOL / EPA

Sms van de Trump-campagne, verstuurd namens de president, op maandag 24 augustus. ‘Wat denk je van mijn plannen voor de tweede termijn? De eerste honderd antwoorden lees ik door als ik terug ben op kantoor.’ Nog een bericht van de Trump-campagne, de volgende dag. Of ik ‘het nieuws’ had gehoord dat Trump voor mij zal blijven vechten ‘met zijn agenda voor de tweede termijn’.

Ik ontvang dit soort campagneboodschappen regelmatig omdat ik eerder bij een Trump-rally mijn gegevens achterliet. Het zijn doorgaans verzoeken om geld of onheilspellende berichten dat ‘radicaal links’ een puinhoop van Amerika maakt. De referenties aan Trumps plannen voor Amerika, mocht hij winnen, wekten mijn nieuwsgierigheid. Er was een probleem: nergens is vastgelegd wat de zittende president en de Republikeinen gaan doen met de gewenste ‘four more years’.

De berichten over de invulling van Trumps eventuele tweede termijn werden verstuurd tijdens de Republikeinse conventie, die vanwege covid deels online plaatsvond. De partijcongressen zijn normaal het sluitstuk van de Amerikaanse voorverkiezingen en de start van de eindsprint richting het Witte Huis. Kandidaten nemen officieel hun nominatie in ontvangst, running mates worden aangewezen en de partij neemt na verschillende overlegrondes een programma aan waarmee de kandidaten de boer op gaan.

Bij de Republikeinen liep het dit jaar anders. Voor het eerst in de geschiedenis, die in 1854 begon met Abraham Lincoln, besloot de partij geen verkiezingsprogramma op te stellen. Of beter gezegd: het verkiezingsprogramma van de ‘Grand Old Party’ bevatte welgeteld één standpunt: ‘Doorgaan met het enthousiast steunen van de America first-agenda van de president.’

De Democraten hadden een week eerder hun verkiezingsprogramma aangenomen: 91 pagina’s tekst over de economie, gezondheidszorg, internationale betrekkingen en alles waar een politieke partij zich nog meer over uitspreekt. Het punt hier is niet of het goede plannen zijn, of wat Amerika en de planeet er aan heeft. In ieder geval is er een basis om de politiek van de Democraten te bespreken. Aan de andere kant van het politieke spectrum ontbreekt vaste grond. De agenda waar Trump zo enthousiast over berichtte en zelfs feedback op vroeg bestond uit onvoorwaardelijke steun voor hemzelf en niets meer.

Deze asymmetrie in het Amerikaanse politieke landschap toont zich ook in de mate van interne verdeeldheid bij de partijen. De Democraten voeren (of, zou je kunnen zeggen, hebben last van) een interne richtingenstrijd. De verzoenende middenkoers van Joe Biden botst met de radicaal-progressieve vleugel, belichaamd door jonge Democraten als Alexandria Ocasio-Cortez en buitenboordmotor Bernie Sanders. De Republikeinen wisten zo zeker dat Trump de enig denkbare koers is dat de partij besloot in verschillende staten geen voorverkiezingen te houden. ‘Republikeinisme’ komt slechts in een smaak.

Natuurlijk maakt niemand zich illusies over verkiezingsprogramma’s. Er zullen vrijwel geen kiezers zijn die ze doorspitten. Aan het einde van elke presidentstermijn is de lijst met onvervulde beloften langer dan beloften die werden ingelost, ongeacht welke partij er aan de macht was. ‘Heb je ooit iemand ontmoet die het partijprogramma heeft gelezen?’ smaalde John Boehner, destijds de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, in 2012. Toch ging de partij vier jaar later weer braaf aan de slag en nam een manifest aan. ‘Onze meest urgente taak is het herstellen van het vertrouwen van het Amerikaanse volk in zijn overheid door een president te kiezen die wetten handhaaft, de grondwettelijke beperkingen aan de uitvoerende macht erkent en de geloofwaardigheid van het Oval Office terugbrengt’, zo legde de partij vast. Vervolgens werd Donald J. Trump aangewezen als presidentskandidaat.

In de Amerikaanse pers werd weinig ruimte besteed aan het opschorten van een volwaardig verkiezingsprogramma tijdens de Republikeinse partijconventie dit jaar. Meer aandacht ging uit naar Trump die het Witte Huis gebruikte als achtergrond bij zijn acceptatiespeech, een mogelijke schending van een wet die voorschrijft dat publieke middelen niet mogen worden gebruikt voor campagnedoeleinden. Ook werd er uitgebreid gerapporteerd over het familiefeest dat de Republikeinse conventie bleek te zijn. De helft van de lijst met hoofdsprekers droeg de achternaam Trump.

Beide voorvallen zijn typerend voor Trumps presidentschap. De afgelopen vier jaar schond Trump regelmatig de beperkingen aan de presidentiële macht. In daad, zoals bij het besteden van miljoenen overheidsdollars bij zijn eigen hotels en golfresorts, of door militaire steun aan Oekraïne afhankelijk te maken van een onderzoek naar zijn politieke rivaal Joe Biden. En in woord, zoals toen Trump zei dat hij iemand kan neerschieten op klaarlichte dag zonder strafrechtelijke gevolgen, of toen hij tijdens de covid-uitbraak zei dat hij ‘volledige autoriteit’ had over de individuele staten. Dat Trump het hoogste democratische ambt in de VS tot een familiebedrijf maakte, past bij een leider die zichzelf almacht toeschrijft.

Er zit een zekere vermoeidheid in het voor de zoveelste keer optekenen van Trumps democratische transgressies, zijn autoritaire neigingen, zijn corruptie en nepotisme. Na vier jaar is wel duidelijk dat regels Trump niet insnoeren. Dat de Amerikaanse president democratische normen doorbreekt, heeft weinig nieuwswaarde meer omdat het de dagelijkse realiteit is geworden. Tegelijk moet het telkens weer worden vastgesteld, omdat vermoeidheid precies is waar de autoritaire leider op inzet. Verslapping van aandacht is wat de strevende macht zoekt. Op een gegeven moment verstomt het verzet, afgestompt vanwege de zinloosheid ervan. We denken bij een autoritaire machtsovername vaak aan een plotselinge gebeurtenis, maar in werkelijkheid is het een strijd door uitputting.

Vermoeidheid zou ook een van de verklaringen kunnen zijn waarom de Republikeinse Partij besloot een programma aan te nemen dat neerkomt op onderwerping aan de grillen van één persoon. De afgelopen vier jaar is immers gebleken dat Amerika werd bestuurd door impulsen in plaats van met een agenda. Dan is de gemakkelijkste oplossing ongeclausuleerd ‘enthousiast’ zijn over wat Trump doet. Partij en president draaien daarmee een cirkel rondom een programmatische leegte die normaal gevuld zou zijn met een ideologie, een manifest en een lijst beleidswensen.

Het uitblijven van een Republikeins verkiezingsprogramma is de vervolmaking van een proces dat zich de afgelopen vier jaren heeft voltrokken: de Republikeinse Partij valt nu volledig samen met Trump. ‘Ik heb loyaliteit nodig, ik verwacht loyaliteit’, zei hij in 2017 als kersverse president tegen de toenmalige fbi-directeur James Comey. De nieuwssite Politico noemde dat ‘de belangrijkste woorden van zijn presidentschap’. De partij die Trump gebruikte als opstapje naar het Witte Huis biedt inmiddels de loyaliteit waar hij om vraagt, en doet dat onvoorwaardelijk. Deze week onthulde The New York Times dat de Republikeinse Partij miljoenen dollars uit de partijkas uitgaf aan de persoonlijke rechtszaken van Trump.

Tijdens de Republikeinse conventie waren er meer signalen dat een van de twee polen die Amerika politiek in evenwicht hielden van gedaante is veranderd. Er sprak geen enkele oud-staatsman van naam. George W. Bush liet verstek gaan. Voormalig Republikeins presidentskandidaat John Kasich sprak bij de Democraten. Ted Cruz, die het in 2016 opnam tegen Trump tijdens de Republikeinse voorverkiezingen, ontving geen uitnodiging. Op de conventie van vier jaar geleden werd Cruz nog uitgejouwd door het publiek omdat hij weigerde de nominatie van Trump te ondersteunen – een signaal dat de Republikeinse Partij een persoonlijkheidscultus aan het worden was. Toch had Cruz dit jaar prima kunnen spreken. Tijdens de impeachmentprocedure van Trump, in gang gezet vanwege zijn pogingen Oekraïne zover te krijgen de campagne van Biden te ondermijnen, was Cruz een van Trumps meest gepassioneerde verdedigers.

De stille wegkijkers nemen de gok dat ergens onder de oranje schmink nog de klassieke Republikeinse standpunten liggen

Ook dat is een patroon bij de Republikeinen: het is lofprijzen of in de marge verdwijnen. Senatoren en leden van het Huis van Afgevaardigden die zich kritisch opstelden tegenover Trump zijn nagenoeg verdwenen uit de partij, weggepest door de president zelf of tot de conclusie gekomen dat er geen electorale ruimte bestaat voor iets anders dan trumpisme. Sommige Republikeinen lopen over. Rick Snyder, tot 2018 de gouverneur van Michigan, kondigde aan op Biden te zullen stemmen. Samen met een groep van ongeveer honderd andere Republikeinse ex-politici vormt Snyder, in ieder geval wat betreft voorgenomen stem, een afscheidingsbeweging van de partij.

Toch zijn de overlopers minder talrijk – en vooral minder invloedrijk – dan de loyalisten. Het is opvallend dat verschillende van hen eerder Trumps felste criticasters waren. Lindsey Graham, senator uit South Carolina, noemde Trump een ‘idioot’, een ‘oplichter’ en een ‘onverdraagzame racist’. Een keuze voor Trump zou volgens hem ‘de kansen op een veilige en welvarende toekomst voor Amerika aanzienlijk verkleinen’. Dat was de Graham van vier jaar geleden. Nu is hij Trumps favoriete golfmaatje, prijst hij Trump als ‘de nieuwe Reagan’ en noemde hij de Republikeinse partijconventie ‘het sterkste appèl dat er ooit op Republikeinen is gedaan’ en ‘een spektakel dat hem met trots vervulde’.

Het schijnbare gemak waarmee een deel van de Republikeinse partij-elite zich achter Trump schaarde is een van de grootste mysteries van de huidige Amerikaanse politiek. Commentatoren en onderzoeksjournalisten zoeken nog altijd naar verklaringen. Opportunisme wordt regelmatig geopperd, net als koele electorale calculus. Het is riskant de president af te vallen en daarmee de stem van zijn achterban kwijt te raken.

In een recent stuk in The Atlantic bood historicus Anne Applebaum een nader perspectief. Ze vergelijkt het Trump-loyalisme van mannen als Graham en Cruz met collaboratie, het loochenen van eerdere principes gedreven door de wens dicht bij de macht te zijn en erin te kunnen delen. Applebaums analyse was behulpzaam omdat ze liet zien hoe collaboratie permanente sporen nalaat. De collaborateur troost zich misschien met de gedachte dat hij tijdelijk meedoet aan iets waar hij niet ten diepste in gelooft, dat het tijdelijk is. Maar er is geen terugkeer mogelijk, juist omdat die collaboratie heeft geholpen het tijdelijke tot het nieuwe normaal te maken.

Daarmee doemt een grote vervolgvraag op: is Trump een permanente cesuur of een tijdelijke aberratie? Door het Amerikaanse politieke debat zweeft nog altijd de suggestie dat, mocht hij geen tweede termijn winnen of na nog vier jaar zijn presidentschap beëindigen, de draad van het pre-Trump-Republikeinisme weer kan worden opgepakt. De partij zou dan weer worden wat zij was voordat een half-failliete vastgoedondernemer annex realityshow-ster op de bok klom. Het is die hoop die sommige Republikeinse volksvertegenwoordigers doet wegkijken bij het zoveelste Trump-schandaal. Wie zo denkt, weet niemand zeker. Zolang Trump in het zadel zit zijn de tijdelijke zwijgers niet te onderscheiden van de ware gelovers. Met een tegenstem zouden ze zichzelf onthullen en buiten de gelederen plaatsen. En dus stemmen de Republikeinse volksvertegenwoordigers en bloc pro-Trump.

President Trump met zijn familie na zijn acceptatiespeech vanuit de tuin van het Witte Huis voor vijftienhonderd gasten. Washington, 27 augustus © Chip Somodevilla/Getty Images

De stille wegkijkers nemen de gok dat ergens onder de oranje schmink nog de klassieke Republikeinse standpunten liggen, zoals het belang van gezin en gemeenschap, vertrouwen in Amerika als de democratische kracht die optrekt met westerse bondgenoten of geloof in de heilzaamheid van het vrijemarktkapitalisme en een zuinige overheid. Ook nu gaat het niet om de vraag of dat bewonderenswaardige standpunten zijn. In ieder geval is het iets van een ideologie. Maar wat als het trumpisme geen vernislaag is die kan worden afgekrabd om een functionerende partij met alles wat daarbij hoort bloot te leggen?

Dat is de vraag die Stuart Stevens opwerpt in zijn boek It Was All a Lie: How the Republican Party Became Donald Trump. Stevens is een Republikeinse partijconsultant die de afgelopen jaren presidentskandidaten George W. Bush en Mitt Romney en een lange lijst volksvertegenwoordigers bijstond in hun campagnes. Stevens maakte gebruik van de trucs die het Amerikaanse politieke spel tekenen: tegenstanders in een kwaad daglicht stellen, het aanmoedigen van onafhankelijke kandidaten die stemmen weghalen bij een tegenstander, verkapte racistische boodschappen uitventen. Stevens, kortom, was een van de dirty tricksters waarmee de partij zich omringde, maar wel een die het heeft opgegeven.

Wat Stevens nodig had om zijn kandidaten aan de man te brengen was een minimale mate van geloofwaardigheid dat ze zich zouden inzetten voor hun verkondigde idealen. Donald Trump heeft dat volgens hem onmogelijk gemaakt. ‘Ik begon mijn carrière bij een partij die trots was op familiewaarden’, schrijft Stevens. ‘Als commentatoren zich verbazen over waarom de Republikeinse Partij een man als Donald Trump accepteert, die vijf kinderen heeft bij drie vrouwen en openlijk spreekt over seks hebben met zijn dochter, hebben ze het niet begrepen.’ Trump markeert volgens Stevens geen verslapping van de norm, maar toont dat ‘gezinswaarden’ nooit echt belangrijk waren voor de Republikeinen. ‘Het was slechts een nuttig instrument om de Democraten aan te vallen.’

It Was All a Lie is een opsomming van hoe Trump – en vooral de enthousiaste steun voor Trump – het masker van de Republikeinse Partij heeft afgetrokken. Onder Trump is het begrotingstekort tot recordhoogte gestegen, ook al vóór covid, vanwege ingrijpende belastingverlagingen. ‘De partij is getransformeerd van “Mr. Gorbachov, tear down this wall” tot een president die als een schoothondje reageert op Vladimir Poetin’, schrijft Stevens. Dat Trump Trump is, vindt Stevens tot daaraan toe. Wat hem werkelijk heeft ontgoocheld is dat dit alles gebeurt ‘zonder protest van hen die beter zouden weten’.

Het relaas van Stevens gaat kort door de bocht en leest als een rancuneuze afrekening van iemand die zich niet langer thuis voelt in het nest dat ooit warm aanvoelde. Tegelijk legt het een belangrijk punt bloot. Onder Trump hebben de Republikeinen zelfs de pretentie laten varen dat politiek draait om het verwezenlijken van een ideologie door middel van beleidsplannen, wetsvoorstellen schrijven en compromissen sluiten. Daarom is het voor Republikeinen lastig om terug te keren naar het pre-Trump-tijdperk. Weinig van wat Trump beloofde is verwezenlijkt, niet omdat hij wel probeerde en niet slaagde, maar omdat hij onvoldoende deed.

De Rust Belt heeft minder productiewerk te bieden dan vóór Trump, het handelstekort waar Trump zich aan stoorde is groter geworden en lagere en middeninkomens zijn gestagneerd nog voordat het coronavirus het kleed onder de Amerikaanse economie vandaan trok. Het voornaamste resultaat dat Trump zijn achterban kan bieden is de macht zelf, het gevoel vertegenwoordigd te zijn en aan de knoppen te hebben mogen zitten.

‘Republikein ontgoocheld door de leegte van Trump’ is een genre op zich geworden in het Amerikaanse debat. Politico maakte onlangs een rondgang langs insiders met de vraag waar de Republikeinse Partij nu precies voor staat. ‘Voor het eerst in mijn leven weet ik niet hoe ik die vraag moet beantwoorden’, zei Frank Lutz, een 58-jarige partijveteraan die focusgroepen houdt voor Republikeinen. ‘Er is geen steekhoudende filosofie.’ ‘Progressieven een hak zetten en de media op de kast krijgen’, antwoordde Brendan Buck, voormalig adviseur van verschillende Republikeinse kopstukken in het Huis van Afgevaardigden. Een anonieme partijveteraan merkte op dat het maar goed is dat er geen nieuw verkiezingsprogramma was geschreven ‘omdat we in vier jaar tijd niets nieuws hebben geproduceerd’.

De grote paradox van de Trump-jaren: iedereen heeft het gevoel dat er ontzettend veel is gebeurd, maar intern is er weinig veranderd

In het artikel van Politico kwam ook Ben Sasse aan het woord, senator uit Nebraska. Ook hij was somber. ‘De partij van Lincoln en Reagan zou iets groots en dappers te bieden moeten hebben aan dit land, maar we hebben te veel zwendelaars die rancunepolitiek verkopen’, zei hij. The Atlantic publiceerde onlangs een stuk van Norm Ornstein, een conservatieve politiek commentator die in het verleden zowel op Republikeinen als Democraten stemde. De vroegere Republikeinse Partij was er een van ‘institutioneel patriottisme’, schreef hij. Nu draagt de partij bij aan het uithollen van die instituties door toe te kijken hoe Trump democratie en rechtsstaat politiseert zonder verder beleid te maken. Ornstein bestempelde de Republikeinse Partij als een partij ‘die zich onderscheidt door niets te doen’.

Wat nog ontbreekt is een passend label voor een partij die het lijkt te hebben opgegeven een agenda uit te voeren die verder gaat dan het steunen van hun voorman. De journalist Steve Benen voorziet in die behoefte in zijn boek The Impostors: How The Republicans Quit Governing and Seized American Politics. Benen noemt de Republikeinen een ‘post-beleidspartij’ die zich heeft onttrokken aan de processen waar een partij in een electorale democratie zich normaal mee bezighoudt. De Republikeinen ‘weten niet hoe ze rivaliserende plannen moeten opstellen, beoordelen en implementeren, en interesseren zich er ook niet voor’, concludeert Benen.

‘Rivaliserend’ is hier het sleutelwoord. De achtergrond van Benens kritiek is een blauwdruk van de Amerikaanse democratie waarin twee partijen strijden om de macht, elkaar afwisselen in de instituties waarin die macht besloten ligt en die macht gebruiken om Amerika te vormen naar hun ideaalbeeld. Dit is het stelsel dat founding father James Madison voor ogen had: een democratie waarbij partijen vehikels zijn voor botsende ideeën en die gedwongen zijn tot onderlinge uitruil. In simpele termen: een you-win-some-and-you-lose-some-democratie.

Volgens Benen heeft de Republikeinse Partij zich aan dit proces onttrokken door op voorhand de keuze te maken dat alles wat er uit de koker van de Democraten komt moet worden tegengehouden en blind te steunen wat Trump doet. Op die manier maakte de partij zich overbodig als inhoudelijk vehikel. ‘Een post-beleidspartij zorgt voor kortsluiting in het politieke proces zelf’, schrijft Benen.

Zijn relaas komt niet uit neutrale hoek. Hij is een producer bij de Rachel Maddow Show op nieuwszender msnbc, een programma met een pro-Democratische signatuur. Wel is het punt van kortsluiting in het politieke proces meetbaar. Er zijn nog twee maanden te gaan en deze presidentstermijn eindigt met welgeteld één beleidsplan van betekenis dat Trump en de Republikeinen hebben opgesteld en door het Congres hebben geloodst. Het gaat om de belastingverlagingen uit 2017, toen de Republikeinen een meerderheid in zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden hadden.

Hoewel belastingverlaging past binnen de oude Republikeinse ideologie was het proces waarmee deze overwinning werd binnengehaald een toonbeeld van desinteresse in politieke procedures. Het Republikeinse belastingplan werd opgesteld achter gesloten deuren, er werden geen hoorzittingen over georganiseerd en bijna vijfhonderd pagina’s beleidstekst werden ingediend een paar uur voordat de Senaat erover stemde. Het document, dat officieel wet werd nadat alle Republikeinse senatoren voor stemden, bestond deels uit handgeschreven aantekeningen in de kantlijn. In andere woorden: inhoudelijke behandeling en debat werd overslagen, tekenend voor een post-beleidspartij.

Vervolgens werd het stil. Tijdens zijn campagne in 2016 kondigde Trump aan dat hij de krakende en roestende infrastructuur van Amerika zou oplappen. Halverwege 2018 liet het Witte Huis weten af te zien van een nieuw infrastructuurplan, waarmee de agenda van de federale overheid, op dat moment gerund door een Republikeinse president en een Congres waarin de Republikeinen een meerderheid hadden, leeg was. Ook Trumps aangekondigde ‘repeal & replace’ van Obamacare zou er nooit komen. Niet omdat de Democraten het tegenhielden, maar omdat de Republikeinen simpelweg nooit een volledig nieuw zorgplan in de steigers hebben gezet.

Voor Trumps grensmuur geldt dat er vijfhonderd kilometer is gebouwd, overwegend ter vervanging van bestaande grensafscheidingen. Het nieuwe handelsverdrag dat de regering-Trump uitonderhandelde met Canada en Mexico, ter vervanging van het omstreden Nafta, is voor negentig procent hetzelfde als het oude. De handelsafspraken met China zijn niet verder gekomen dan een voorlopige overeenkomst. Inmiddels wacht Beijing de verkiezingsuitslag af. Trump heeft lopende verdragen beëindigd, zoals het klimaatakkoord van Parijs, en milieuregels geschrapt, maar zelfs het afbreken van beleid gebeurde gebrekkig. Deze zomer werd de regering-Trump teruggefloten door het Supreme Court. Het besluit om asielwetten uit het Obama-tijdperk te beëindigen was zo slordig gebeurd dat het de wettelijke toets niet doorstond. Hier openbaart zich de grote paradox van de Trump-jaren: iedereen heeft het gevoel dat er ontzettend veel is gebeurd, maar intern is er weinig veranderd.

Zo bezien is de opkomst van Trump geen afwijking, maar een logische toevoeging aan een partij die het politieke handwerk min of meer heeft gestaakt. ‘Een post-beleidspartij heeft een post-beleidsleider’ gevonden, schrijft Steve Benen in The Impostors. Zoals veel chroniqueurs van de Amerikaanse politiek wijst hij naar de eerste termijn van Obama als de fase waarin de Republikeinen de mantel van ideologie definitief afwierpen. Mitch McConnell, senator uit Kentucky, zei destijds dat een tweede termijn voor Obama tegenhouden ‘het allerbelangrijkste is dat we willen bereiken’. Het was een teken dat het winnen van een politieke strijd doel in plaats van middel aan het worden was. Die missie faalde, en McConnell koos voor wat daar het meest bij in de buurt kwam: obstructie. In 2012 wonnen de Republikeinen de Senaat, en wezen ze als Senaatsleider Mitch McConnell aan, die doorhad dat hij de op een na belangrijkste functie in het Amerikaanse politieke bestel in handen kreeg.

‘Als deze baan iets van macht biedt, dan is het die om de agenda te bepalen’, zei McConnell destijds. McConnell gebruikte die macht om vrijwel alles wat de regering-Obama en de Democraten voorstelden tegen te houden. McConnells blokkade betrof ook de benoeming van rechters en, een van de meest beruchte episodes uit de recente politieke geschiedenis in de VS, de weigering om in 2016 een vacante zetel bij het hooggerechtshof te vullen op voordracht van Obama. McConnell hield de benoeming net zo lang tegen totdat de verkiezingen van 2016 achter de rug waren, en Trump de gelegenheid kreeg. Toen Trump het Witte Huis betrok waren er bovendien meer dan tachtig posities bij lagere rechtbanken vacant.

Ondertussen werd het grondwater van de Amerikaanse democratie blijvend vergiftigd. In antwoord op McConnells categorische ‘nee’ verlaagden de Democraten het aantal stemmen dat nodig is om een lagere rechter te benoemen, een manoeuvre die McConnell in 2018 kopieerde om voor de tweede keer door Trump een hoge rechter benoemd te krijgen. Het gevolg is dat de benoeming van rechters, iets wat eerst bijna alleen met instemming van de twee partijen kon gebeuren, onherroepelijk een numeriek machtsspel is geworden. Vanwege het in gang zetten van deze fatale spiraal noemde Christopher R. Browning, een historicus gespecialiseerd in het Derde Rijk, McConnell ‘de doodgraver van de Amerikaanse democratie’.

McConnells strategische obstructie zette zich voort onder Trump, de leider die uit de grond rees op het democratische kerkhof. Zo keerde hij zich tegen een plan van de Democraten om verkiezingsdag een vrije dag te maken, om het stemmen te kunnen vergemakkelijken. Het voorstel was een poging tot een ‘machtsgreep’, aldus McConnell. Bewust of niet legde hij hiermee een electorale realiteit in Amerika bloot: als het makkelijker wordt om een stem uit te brengen, is dat nadelig voor de Republikeinen. Trumps luidkeelse verzet tegen stemmen per post wordt, terecht of niet, gedreven door dat besef. ‘Als er per post gestemd mag worden, wordt er nooit meer een Republikein verkozen’, zei de president.

Browning gaf zijn typering van McConnell in een artikel in The New York Review of Books dat liet zien dat een partij zonder ideologie wel degelijk een missie kan hebben. Het is niet voor niets dat de energie van de Republikeinen, de partij waar bij de vorige presidentsverkiezingen minder dan een kwart van de kiesgerechtigden op stemde, zich richt op het kunnen benoemen van rechters en tegenhouden van hervorming van het kiesstelsel. De electorale basis van de Grand Old Party is dun geworden. Dan is proberen invloed uit te oefenen via de rechtbanken een meer robuuste strategie.

In de rechtbanken wordt het eindoordeel geveld over wat rest van de Republikeinse agenda: het aanscherpen van het immigratiebeleid en het proberen in te perken van de mogelijkheden voor abortus. Het is via rechtbanken dat de partij met de nagels aan de rand van de macht weet vast te houden, zeker als er straks een juridische strijd mocht losbreken over de verkiezingsuitslag.

De verkiezingsdag nadert, onder de schaduw van covid. De Democraten hebben een presidentskandidaat en een programma, de Republikeinen enkel een zittende president. Inmiddels is duidelijk wat er gebeurt als één partij transformeert tot een beweging en zich terugtrekt uit het systeem waarin twee rivaliserende partijen hun voorstellen voor een ideale samenleving voorleggen in de hoop op kiezersgunst. In het geval van de Verenigde Staten, gevormd naar een tweepartijenstelsel, raakt dan de hele democratie ontwricht. Vrees dat de ander aan de macht komt, wat in de politicologie ‘negatieve partijdigheid’ wordt genoemd, is de voornaamste electorale drijfveer geworden.

De Democraten lijken geen ander pad te zien dan de Republikeinse antipolitiek te spiegelen. Nu is voor hen de zittende president verslaan het doel geworden waar alles voor moet wijken. Het Congres, waar de Democraten sinds 2018 het Huis van Afgevaardigden controleren, is de afgelopen tijd voortgegaan op de lijn die McConnell uitzette. Onder Trump waren het Democraten die waar mogelijk blokkades opwierpen, een verwijt dat Trump ze voor de voeten werpt door ze de ‘do-nothing Democrats’ te noemen. In werkelijkheid is Amerika al meer dan acht jaar een ‘do-nothing-democratie’, waarin er op de grote vraagstukken zoals werkgelegenheid, inkomensverdeling en gezondheidszorg vrijwel niets verandert. Het komt de Republikeinen, de partij zonder verlanglijst, bijzonder goed uit.