Contra Zeitoun

The People vs. Dave Eggers

Dave Eggers (1970) eindigt zijn voorwoord van Zeitoun met: ‘It was written with the full participation of the Zeitoun family, and reflects their view of the events.’

Medium 01989518

Een dodelijke zin voor elk boek dat pretendeert de werkelijkheid te willen benaderen. Het is de gebruikelijke stoplap van elke ‘authorized biography’ in de lawaaiige schappen van een boekhandel. De lezer kan een ophemelend of verdedigend verhaal verwachten met de scherpe kantjes zorgvuldig gedempt door de verleende gunst en toestemming van het onderwerp. Een biografie over Michael Jackson zonder de drugs.

Mensen zijn nu eenmaal zo, wij vinden alleen die foto’s van onszelf mooi waarvan wij denken dat wij er goed op staan. Ons jonge gezicht in een nietszeggende lach. Maar een schrijver van literatuur hoort beter te weten. De werkelijkheid is complex en veelstemmig. Niemand is veilig en niemand gaat vrijuit. De schrijver van literatuur staat boven de partijen en het is zijn kunst, zijn verbeelding en zijn stijl, die een ingrijpende werkelijkheid kan beschijnen. In zijn voorwoord verschuilt Eggers zich achter zijn onderwerp, maar het is zijn naam op het omslag. Wel de eer, niet de verantwoordelijkheid. Een ongemakkelijke combinatie.

Wat is Zeitoun? Het boek mist de hoor en wederhoor van een gedegen journalistiek werk en het schurkt te veel tegen een eenzijdige versie van de realiteit aan om zich onder fictie te kunnen scharen. Eggers gebruikt exacte namen en data om zijn feitelijke zorgvuldigheid te tonen, maar hij zet ook flashbacks in en plooit zijn structuur voor dramatisch effect. Faction en new journalism lijken voor de hand liggende kwalificaties voor het boek. Moeilijke, gebrekkig gedefinieerde genres, maar met grote voorbeelden. Zeitoun mist lef en literaire brille voor het pantheon. Het heeft bijvoorbeeld niet de mozaïsch-prozaïsche kracht van Truman Capote’s In Cold Blood (1966), noch kan het tippen aan de filerende techniek van Tom Wolfe in diens The Electric Kool-Aid Acid Test (1968).

Eggers’ boek is uiteindelijk een pamflet met een held. De daadkrachtige, inventieve, nederig gelovende en liefhebbende Syrische aannemer is de witte duif die bijna ten onder gaat in de maalstroom van menselijke en Amerikaanse vergissingen na orkaan Katrina. In zijn verlangen het beste uit zijn hoofdpersonage te persen moet Eggers zichzelf op enkele punten tegenspreken. 'Zeitoun was perhaps the most devout, missing none of his prayers.’ Maar al in het eerste hoofdstuk zien we de meest toegewijde moslim ruim na de dageraad later opstaan dan zijn vrouw om daarna eerst onder de douche te springen als iedere andere goddeloze. Ook laat Eggers Zeitouns vrouw denken dat haar hardwerkende man nooit vrij neemt, wat later weer getemperd wordt door plotseling opduikende reisjes naar Spanje en Syrië. Nauwelijks ruimte krijgen de timmer- en schilderlui van twijfelachtige legaliteit die zonder verzekering voor Zeitoun werken. Eggers laat zijn succesvolle aannemer schouderophalend uitweiden over de losse levensstijl van zijn dagloners.
Eggers heeft goud in handen, maar kiest het verkeerde slachtoffer. De overstroming van New Orleans en de daarop volgende fascistische nachtmerrie zijn waardige onderwerpen, maar de sterke en lieve Zeitoun is een te plat en makkelijk personage voor onze sympathie en verontwaardiging. Eggers ontdoet Zeitoun van de scherpe kantjes die echte mensen hebben. Hij had een voorbeeld kunnen nemen aan filmmaker Milos Forman. In zijn The People vs. Larry Flynt, een biopic over pornocraat Larry Flynt, voert Forman een provocateur en sleazeball op die weergaloos de vrijheid van meningsuiting op scherp zet. Flynt overstijgt het zwartwitgehalte van de goede burger die bij de boze overheid zijn grondrechten moet zien te halen. Zeitoun redt honden, bejaarden en geestelijken: als grondrechten alleen voor dergelijke mensen mogen gelden, zijn we bijna allen terecht verdoemd.

Daar komt bij dat Zeitoun ook niet het hardst is getroffen door Eggers’ federale boemannen. Zijn islamitische achtergrond maakt hem een opzichtig slachtoffer van post-9/11 Amerika, maar blanke autochtonen die met hem de rechteloze hel in gaan, blijken daar veel langer dan hij in te moeten vertoeven. Na tussenkomst van een advocaat die hij zich kan veroorloven, wordt Zeitoun na twintig dagen vrijgelaten. Zijn aanvankelijke celmaten, drie mannen waarvan twee autochtoon, zitten vijf tot acht maanden vast. In die periode is de firma Zeitoun al begonnen met het opkopen en opknappen van getroffen huizen. Business is booming.

Een van die celmaten, Todd Gambino, verdient extra aandacht. Eggers laat Zeitoun deze Todd beschrijven als een vrijbuiter en playboy, een impulsieve man die zich ontpopt tot een voortvarende redder in nood na de grote overstroming. Aan het eind van het boek lezen we dat hij vijf maanden onterecht heeft gezeten. 'After his release, he went to work on an oil rig in the Gulf of Mexico but was laid off in the fall of 2008.’ Deze blanke Todd voelt als een complexer en meer intrigerend personage dan Zeitoun voor een verhaal over moed en Amerikaans falen.

In deze vorm is Zeitoun niet meer dan een soepel geschreven mindfuck.